Skip to Content
Er bestaat inderdaad een onderbouw voor het gebruik van beta-glucanen naar een immunostimulerende werking toe zonder dat hiervoor een direct klinisch bewijs bestaat. Het effect blijkt beïnvloed door het specifieke beta-glucaan dat wordt toegediend.

Deze vraag kadert in de algemene problematiek van de immunostimulerende werking van polysacchariden.

Verschillende in vitro en (pre)-klinische studies tonen in dit verband inderdaad een duidelijk effect aan van de beta-glucanen met een hogere biologische activiteit voor de (1,3/1,6)-beta glucanen dan voor de (1,3/1,4)-verbindingen. Zoals steeds blijkt de specifieke structuur hierbij sterk bepalend te zijn. Deze componenten zijn veel voorkomend in gisten, schimmels en bacteriën.

Afhankelijk van het specifieke beta-glucaan (en bijgevolg natuurlijke oorsprong) worden verschillende immunologische parameters beïnvloed. Algemeen wordt een interactie vermeld met macrofagen en dendrieten maar, afhankelijk van de bestudeerde verbinding, werden ook effecten gemeten t.h.v. T-cellen, B-cellen, IgG-titers, dectine-biosyntheseweg, ... .

Een gekend voorbeeld is het lentinaan aanwezig in Lentinus edodes (Shitake)


Fig.: lentinaan

Hierbij werd een effect op onderstaande parameters beschreven:

Humorale factoren Effect van lentinaan (in vivo)
Remming van immunosuppresie ++
AL-synthese +
Interferon -
TNF-toename -
Cellulaire factoren  
Leucocyt activering +
NK-activering ++
Helper T-cel activering ++
Activering cytotoxische macrofagen +
Mitogeniciteit ++

Andere gekende bronnen zijn Grifolia frondosa (maitake) en Ganoderma lucidum (reishi).

Bij diergeneeskundige toepassingen werd de bruikbaarheid als adjuvants bij verschillende vaccinaties aangetoond (verhoogde immunologische respons), dit ook bij orale toediening. Dit laatste is niet zonder belang aangezien een in vitro studie wees op de onstabiliteit van deze verbindingen in zuur milieu.

Ik heb wel geen weet van klinische studies bij de mens. Gebruik van een ander polysaccharide (arabinogalactaan) als adjuvants bij vaccinatie bleek op basis van een gerandomiseerde dubbel-blind, placebo gecontroleerde studie eveneens een verhoogde respons te veroorzaken.

In conclusie zou ik daarom stellen dat er inderdaad een onderbouw bestaat voor het gebruik van beta-glucanen naar een immunostimulerende werking toe zonder dat hiervoor een direct klinisch bewijs bestaat. Het effect blijkt echter beïnvloed door het specifieke beta-glucaan dat wordt toegediend.
Gezien er toch aanwijzingen zijn dat, naast de niet-specifieke immuniteit, eveneens parameters betrokken bij de specifieke immuniteit kunnen betrokken zijn dienen deze verbindingen met de nodige voorzichtigheid te worden aangewend bij autoimmuunziekten.

Referenties: 

 

Auteur:
 

Prof. Dr. K. Demeyer
VUB - FAFY
Laarbeeklaan 103,
B-1090 Jette.

Datum laatste actualisatie: 20 december 2011

Expert: 
expert
Er is te weinig evidentie om alle patiënten die anti-aggregantia nemen het gebruik van ginkgo noch van ginseng af te raden. Zeker in multivitaminenpreparaten zijn de concentraties doorgaans dermate laag dat er zeker geen reden is tot ongerustheid. Wat Ginkgo betreft is het wel verantwoord het bijkomend gebruik van producten te vermijden, die de bloedplaatjesaggregatie kunnen verstoren (o.a. NSAID’s). In geval dat patiënten onder anti-aggregantiatherapie zuivere preparaten op basis van Ginkgo biloba of Ginseng wensen in te nemen, raden we hen best aan dit enkel te doen na advies van de arts.

Analyse van de vraag

Chapeau voor de collega die deze vraag op de Qbox zet. Het is bewonderenswaardig dat hij of zij zich ook af en toe vragen stelt bij eventuele interacties tussen geneesmiddelen en voedingssupplementen. Uiteraard is hier niet altijd veel informatie over terug te vinden. Het meest gerenommeerde naslagwerk ‘Stockley’ - beschikbaar via Medicines Complete op de bibliotheeksite van de VUB [1] - geeft volgende informatie omtrent deze problematiek:

A. Interacties van anti-aggregantia of anticoagulantia met Ginkgo biloba

Ginkgo bevat ginkgolide B. Deze stof bleek in vitro een krachtige inhibitor te zijn van de plaatjesactiveringsfactor, nodig voor de plaatjesaggregatie. Het is dus theoretisch gezien best denkbaar dat er interacties kunnen optreden tussen ginkgo en anti-aggregantia zoals aspirine, clopidogrel of ticlopidine. De studies die de interactie onderzoeken komen echter niet altijd tot eenzelfde besluit. Een studie bij 10 gezonde vrijwilligers vond geen toegenomen effect van clopidogrel 75 mg na inname van een 120 mg ginkgo [2]. Een andere studie bij 8 vrijwilligers kon evenmin een effect vaststellen op de farmacokinetiek van ticlopidine 250 mg na herhaaldelijke inname van ginkgo 40 mg drie maal per dag [3].

Ook een wat grootschaligere dubbel blind gerandomiseerde studie met 55 patiënten vond geen noemenswaardig verschil in bloedingen tussen de groep die enkel aspirine 325 mg per dag nam en de groep die eenzelfde dosis combineerde met 300 mg ginkgo extract [4]. Ook de studie van Wolf komt tot een gelijkaardig besluit. Ook hij vindt geen verschil tussen de groep behandeld met 2 maal 120 mg ginkgo biloba en aspirine (500 mg per dag) en de groep die enkel aspirine kreeg. De enkele bloedingen die zich voordeden, werden allen toegeschreven aan het gebruik van aspirine en niet aan de interactie [5].

Nochtans vinden we evengoed enkele cases terug in de literatuur, zoals dat van een man onder aspirinetherapie (325 mg per dag), die spontane bloedingen ontwikkelde in het oog een week nadat hij gestart was met een ginkgosupplement (2 maal 40 mg van een 50:1 geconcentreerd extract) [6]. Na stopzetten van de ginkgo verdwenen de klachten. Een Canadese farmacovigilantie database maakt zelfs melding van 21 gevallen tussen 1999 en 2003 waarbij ginkgo aanleiding gaf tot bloedingen. 1 van de rapporten vermeldde eveneens ticlopidine als geneesmiddel; een ander rapport vernoemde clopidogrel én aspirine [7].

Voor anticoagulantia zoals warfarine is de interactie veel minder duidelijk. Op enkele studies na, waarin er puur gespeculeerd wordt dat ginkgo de bloedingen mee uitlokte, is er geen duidelijke evidentie dat ginkgo het anticoagulerend effect van vitamine K-antagonisten zou verhogen [8].

In de praktijk:

Er is te weinig evidentie om alle patiënten die anti-aggregantia nemen het gebruik van ginkgo af te raden. Stockley raadt aan om hen enkel aan te manen tot voorzichtigheid en combinaties met andere producten die de bloedplaatjesaggregatie kunnen verstoren te vermijden (o.a. NSAID’s) [1]. Zoals de vraagsteller hierboven zelf vermeldt, zijn de concentraties van ginkgo-extracten in multivitaminenpreparaten doorgaans dermate laag dat er zeker geen reden is tot bezorgdheid. In geval dat patiënten onder anti-aggregantiatherapie toch pure preparaten op basis van Ginkgo biloba wensen in te nemen, raden we hen best aan dit enkel te doen na advies van de arts.

Voor anticoagulantia zoals warfarine is er voldoende klinisch bewijs dat er zich geen interactie met ginkgo voordoet.

B. Interacties van anti-aggregantia of anticoagulantia met Ginseng

Stockley maakt geen melding over mogelijke interacties van anti-aggregantia zoals aspirine, clopidogrel of ticlopidine met ginseng. We vinden wel er aanwijzingen terug dat warfarine mogelijk interageert met ginseng. Een studie toonde aan dat de Amerikaans ginseng (Panax Quinquefolius) het effect van warfarine lichtjes doet dalen. Het is niet helemaal duidelijk of dit ook het geval is voor de Aziatische ginseng (Panax ginseng). Sommige in vitro studies wijzen eerder op een verminderde plaatjesaggregatie en tromboxaanvorming door Panax ginseng, waardoor er mogelijk een toename is op bloedingen. Enkele studies vermelden een toename van vaginale bloedingen bij vrouwen die ginsengproducten namen maar geen anticoagulantia [9-10].

In de praktijk:

Ook hier geldt de bemerking dat er te weinig evidentie is om alle patiënten die anti-aggregantia of anticoagulantia nemen het gebruik van ginseng af te raden. Zeker in multivitaminenpreparaten zijn de concentraties aan ginseng doorgaans dermate laag dat er zeker geen reden is tot ongerustheid. In geval van pure ginsengpreparaten manen de we patiënt aan tot voorzichtigheid en verwijzen we hem of haar zeker door naar de arts in geval van problemen.

Referenties: 

[1] Stockley - Medicines Complete Online 2011.
[2] Aruna D, Naidu MUR. Pharmacodynamic interaction studies of Ginkgo biloba with cilostazol and clopidogrel in healthy human subjects. Br J Clin Pharmacol (2007) 63, 333–8.
[3] Lu W-J, Huang J-D, Lai M-L. The effects of ergoloid mesylates and Ginkgo biloba on the pharmacokinetics of ticlopidine. J Clin Pharmacol (2006) 46, 628–34.
[4] Gardner CD, Zehnder JL, Rigby AJ, Nicholus JR, Farquhar JW. Effect of Ginkgo biloba (EGb 761) and aspirin on platelet aggregation and platelet function analysis among older adults at risk of cardiovascular disease: a randomized clinical trial. Blood Coag Fibrinol (2007) 18, 787–93.
[5] Wolf HRD. Does Ginkgo biloba special extract EGb 761® provide additional effects on coagulation and bleeding when added to acetylsalicylic acid 500mg daily? Drugs R D (2006) 7, 163–72.
[6] Rosenblatt M, Mindel J. Spontaneous hyphema associated with ingestion of Ginkgo biloba extract. N Engl J Med (1997) 336, 1108.
[7] Griffiths J, Jordan S, Pilon S. Natural health products and adverse reactions. Can Adverse React News (2004) 14, 2–3.
[8] Vaes LPJ, Chyka PA. Interactions of warfarin with garlic, ginger, ginkgo, or ginseng: nature of the evidence. Ann Pharmacother(2000) 34, 1478–82.
[9] Hopkins MP, Androff L, Benninghoff AS. Ginseng face cream and unexplained vaginal bleeding. Am J Obstet Gynecol (1988) 159, 1121–2.
[10] Greenspan EM. Ginseng and vaginal bleeding. JAMA (1983) 249, 2018.

Auteur

Lies Leemans

Datum laatste actualisatie: 15 december 2011

Expert: 
liels4316
Indien men in de eerste week een pil vergeet en in de derde week dan zijn er terug zeven pillen aaneensluitend genomen zodat dit wordt beschouwd als één vergeten pil.

Indien men in de eerste week een pil vergeet en in de derde week dan zijn er terug zeven pillen aaneensluitend genomen, zodat dit wordt beschouwd als één vergeten pil.

Referenties: 

Auteur

Prof. Dr. Lieve Peremans
Universiteit Antwerpen
Departement Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg Campus Drie Eiken Gebouw R 3.10 Universiteitsplein 1 B 2610 Antwerpen- Wilrijk

Expert: 
expert
Occasionele milde diarree is geen probleem. Wel diarree die lang aanhoudt.

Occasionele milde diarree is geen probleem. Wel diarree die lang aanhoudt.

Eén dag diarree is gelijk aan één vergeten pil en vraagt dus geen bijkomende maatregelen. Vanaf twee of meer dagen aanhoudende diarree moet je dezelfde maatregelen nemen als voor twee vergeten pillen. Diarree die optreedt 12 uur na de inname van de pil is dus niet erg tenzij de diarree 2 dagen of langer aanhoudt.

Referenties: 

Auteur

Prof. Dr. Lieve Peremans
Universiteit Antwerpen
Departement Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg Campus Drie Eiken Gebouw R 3.10 Universiteitsplein 1 B 2610 Antwerpen- Wilrijk

Expert: 
expert

Hoe relevant is de degradatie van corticosteroïden door zink oxide

Uit de (beperkte) literatuur over dit onderwerp blijkt dat formulering van corticosteroïden in combinatie met zinkoxide voor stabiliteitsproblemen kan zorgen. Of er degradatie optreedt en hoe groot die degradatie is, is afhankelijk van tal van factoren (type corticosteroïd, hydrofobe/hydrofiele basis, …) en dient dus formulatie per formulatie onderzocht te worden. Wanneer u in de apotheek een voorschrift voor een corticosteroïd + ZnO bereiding ontvangt, raden wij u aan de arts te contacteren om hem te informeren over het mogelijke stabiliteitsprobleem en te bespreken of monotherapie met enkel het corticosteroïd of enkel het zinkoxide niet volstaat.

Wat zegt de literatuur?

In de literatuur zijn over dit onderwerp slechts 3 studies terug te vinden:

  • Timmins & Gray (1983) onderzochten de stabiliteit van hydrocortisone in een zinkoxide-lotion (= 0.1% hydrocortisone, 20% ZnO). Na 2 weken bewaring bij kamertemperatuur was 10% van de hydrocortisone gedegradeerd. Na 5 dagen bij 50°C werd een verlies van 25% vastgesteld. De auteurs probeerden de stabiliteit te verbeteren door pH-aanpassing en door toevoeging antioxidantia en chelatoren maar dit bleek niet doeltreffend.
  • Barnes et al. (1991) bestudeerden de stabiliteit van enkele corticosteroïd-zalven 1:10 verdund met een zinkoxide-pasta (= 25% ZnO, 25% zetmeel, 50% vaseline). Men stelde vast dat fluocinolone acetonide het minst stabiel was (66% gedegradeerd na 7 dagen bewaring bij 25°C). Betamethasone-17-valeraat en fluocinonide waren matig stabiel (35 à 40% afbraak na 7 d bij 25°C), en betamethasone-dipropionaat was het meest stabiel (7% afbraak na 7 d bij 25°C). 
  • Gander (1991) onderzocht de stabiliteit van verschillende corticosteroïden (2.5% hydrocortisone, 2.5% hydrocortisone-acetaat, 0.5% prednisolone en 0.5% prednisolone- acetaat) verwerkt in een ZnO-houdende hydrofiele pasta (= 40% ZnO, 15% propyleenglycol, 45% HPC gel) en in een ZnO-houdende hydrofobe zalf (= 5% ZnO, 10% bijenwas, 10% paraffine, 75% amandelolie). Stalen werden bewaard bij 20°C en bij 37°C, gedurende 28 dagen (hydrocortisone en prednisolone) of 6 maand (hydrocortisone-acetaat, prednisolone- acetaat). Hydrocorticone en prednisolone bleken vrij onstabiel in de hydrofiele pasta na 28d bij 37°C, terwijl er in de hydrofobe zalf tijdens die periode geen degradatie was opgetreden. De acetaat-esters bleken vrij stabiel te zijn: hydrocortisone-acetaat vertoonde een verlies van 8% na 6 maand bij 37°C in de hydrofiele pasta, voor prednisolone-acetaat was het verlies iets groter (17% na 6 maand bij 37°C). Voor beide esters werd geen degradatie vastgesteld in de hydrofobe zalf. De auteur besluit uit deze resultaten dat corticosteroïd-esters verwerkt kunnen worden met zinkoxide in zowel een hydrofobe zalf als in een hydrofiele pasta, maar in het geval van de hydrofiele pasta moet de bewaartermijn beperkt worden tot 4 maanden bij kamertemperatuur.

N.B.: In geen enkel van deze 3 artikels wordt een duidelijke verklaring voor de degradatie gegeven.

Besluit?

Uit bovenstaande studies blijkt dat formulering van corticosteroïden in combinatie met zinkoxide voor stabiliteitsproblemen kan zorgen. Of er degradatie optreedt en hoe groot die degradatie is, is afhankelijk van tal van factoren (type corticosteroïd, hydrofobe/hydrofiele basis, …) en dient dus formulatie per formulatie onderzocht te worden. Daarom is het aangeraden om zoveel mogelijk met formulariumbereidingen (TMF, FNA, DAC) te werken, in plaats van met “zelf-ontwikkelde” formules. Formulariumbereidingen worden immers tijdens hun ontwikkeling aan een stabiliteitstest onderworpen en zijn dus gegarandeerd stabiel.
Wanneer u in de apotheek een voorschrift voor een corticosteroïd + ZnO bereiding ontvangt, raden wij u aan de arts te contacteren om hem te informeren over het mogelijke stabiliteitsprobleem en te bespreken of monotherapie met enkel het corticosteroïd of enkel het zinkoxide niet volstaat. In TMF, FNA noch DAC staat immers een formule die de combinatie corticosteroïd plus ZnO bevat.

Referenties: 
  • Timmins & Gray (1983). Degradation of hydrocortisone in a zinc oxide lotion. J Clin Hosp Pharm 8(1):79-85.
  • Barnes et al. (1991). Stability of steroid ointments diluted with compound zinc paste BP. J Clin Pharm Ther 16(2):103-109.
  • Gander (1991). Stability of corticosteroids in zinc oxide-containing hydrophilic paste and lipophilic ointment. Eur J Pharm Biopharm 37(1):64-68.

Auteurs:
Dr. apr. Els Mehuys (UGent)
Prof. dr. apr. Jean-Paul Remon (UGent)

Datum laatste actualisatie: 16 december 2011

Expert: 
elsms0196
Deze versoepeling is gebaseerd op internationale richtlijnen o.a. van de WHO maar ze worden wereldwijd overgenomen.

Deze versoepeling is gebaseerd op internationale richtlijnen o.a. van de WHO maar ze worden wereldwijd overgenomen. Men heeft oudere studies terug gaan bekijken en heeft gezien dat bij heranalyse van de gegevens heel veel pillen worden vergeten en dit niet echt leidt tot een toename van ongeplande zwangerschappen bij één vergeten pil.

Het gaat hier enkel over studies met pillen van 20 gamma en meer.

Referenties: 

Auteur

Prof. Dr. Lieve Peremans
Universiteit Antwerpen
Departement Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg Campus Drie Eiken Gebouw R 3.10 Universiteitsplein 1 B 2610 Antwerpen- Wilrijk

Expert: 
expert
Vooral de (verdacht) kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting giftige stoffen (CMR-middelen) leveren een gevaar op voor zwangere, vruchtbare of zogende vrouwen. Een niet-limitatieve lijst van te mijden stoffen is opgenomen in het kwaliteitshandboek (KH-MAGIST-BIJLAGE-01. Daarbuiten worden echter tal van magistrale grondstoffen genoemd binnen andere gevarencategorieën via de R-S- en H-P-statements. De risico"s die deze stoffen tijdens manipulatie in de apotheek teweegbrengen zijn wellicht zeer klein, maar specifieke richtlijnen voor de apotheek zouden meer duidelijkheid scheppen.

Risicovolle stoffen in het kwaliteitshandboek

Vooral de (verdacht) kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting giftige stoffen (CMR-middelen: C= Cancerogeen, M = Mutageen, R = Reprotoxisch) leveren een gevaar op voor zwangere vrouwen, vrouwen die het kunnen zijn of voor vrouwen die borstvoeding geven.

We citeren uit KH-MAGIST-BIJLAGE-01 [1] van het kwaliteitshandboek de niet-limitatieve lijst van de stoffen die te mijden zijn :

  • Metronidazol :  vergt bijzondere voorzorgsmaatregelen tijdens bereidingen. Handelingen met metronidazol zijn verboden voor zwangere vrouwen of vrouwen die het kunnen zijn alsook voor vrouwen die borstvoeding geven (zie ook QBox 102, 135, 163).
  • Finasteride (Proscar®): het magistraal voorschrijven is niet aanbevolen gezien de kans op resorptie tijdens de manipulatie, wat gezien het teratogene risico gevaarlijk kan zijn bij zwangere vrouwen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd. [2].
  • Isotretinoïne (Roaccutane®), Tretinoïne (Retinova®): het is aanbevolen dat zwangere vrouwen of vrouwen die plannen het te worden niet in contact komen met gebroken of geplette tabletten die retinoïden voor oraal gebruik bevatten. [3].
  • Cytostatica zoals alkylerende middelen, de antimetabolieten, enz. bvb. : 5-fluorouracil (Efudix®).

Metronidazol en de cytostatica staan vermeld in de lijst van cancerogene stoffen. Isotretinoïne  en finasteride zijn teratogeen. Vrijwel alle mutagene stoffen zijn tevens kankerverwekkend.

Verder worden in het kwaliteitshandboek enkele middelen gemeld, die geen CMR-middelen zijn, maar in een andere gevarencategorie thuishoren.

  • Podofylline: podophyllum resin is sterk irriterend voor de huid, ogen en slijmvliezen. Het vereist de nodige voorzichtigheid.
  • Dithranol: dithranol is sterk irriterend en moet weggehouden worden van de ogen en zachte delen van de huid.

Is er meer?

Veiligheidsgegevens van chemicalieën, waaronder ook van vele (maar zeker niet alle) in de apotheek gebruikte grondstoffen worden beschreven bij middel van de gekende  R- en S- (Risk and Safety) statements  [4,5] . De R-S-codering is Europees en wordt derhalve  niet wereldwijd toegepast.  Tegen 1 juni 2015 zal ze volledig zijn vervangen door  H- en P- (Hazard and Precautionary) statements [6,7] , die voor een globale harmonisering zullen zorgen  [8].  Op vele verpakkingen van vracproducten gebruikt in de apotheek zijn de nieuwe aanduidingen al te lezen. Verder zijn er ook nog de gevarenpictogrammen [9], die hetzelfde vertellen.

Bestaande veiligheidsfiches van individuele producten kunnen vlot worden opgespoord via Google met behulp van de zoektermen "risk safety data  +  naam product". Zeer uitgebreid is de (niet-Europese) website van The Material Safety Data Sheet (MSDS) Hazard Communication Library [10]. Bij steekproeven kunnen we vaststellen dat er buiten de in het kwaliteitshandboek en hoger genoemde podofylline en dithranol nog vele andere apotheekgrondstoffen R-S- of H-P-aanduidingen dragen. Het gaat dan uiteraard niet over CMR-middelen. De eventuele gevaren bij normale manipulatie van kleine hoeveelheden in de apotheek zijn wellicht vrij miniem tot verwaarloosbaar.  Enkele voorbeelden:  hydrochinon, salicylzuur , acetylsalicylzuur, resorcinol, guaiacol, thymol, oxaalzuur, azijnzuur, warfarin, dicoumarol, efedrine , propranolol, oxazepam enz .... Ook de alkaloïden nicotine, strychnine, colchicine, atropine, aconitine, brucine, hyoscyamine, pilocarpine, fysostigmine, papaverine, digitoxine, ouabaine vinden we terug in de R-S- en H-P-lijsten.

De lijst van het kwaliteitshandboek is dus mogelijk voor uitbreiding vatbaar. Een meer uitgebreide, officiële  lijst van risicovolle stoffen, die specifiek is samengesteld voor de apotheek en die de risico's en voorzorgen in een realistisch kader plaatst, hebben we echter niet gevonden.  Er is zeker een behoefte aan meer duidelijkheid daaromtrent. Het zou bijvoorbeeld bijzonder nuttig zijn mocht het TMF de correcte veilgheidsinformatie  van de gebruikte ingredïenten  in elke monografie vermelden, zodat die steeds binnen handbereik is. Een probleem is wel dat van lang niet alle stoffen de gevaareigenschappen bekend zijn.  Van dithranol bijvoorbeeld zijn bij de mens onvoldoende gegevens voorhanden om de veiligheid gedurende het eerste trimester van de zwangerschap te waarborgen [11].

Veiligheidsproblematiek

Bij het omgaan met geneesmiddelen (zowel grondstoffen als producten) kunnen apotheekmedewerkers gezondheidsrisico’s lopen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. De gevaren bij manipulatie tijdens bereidingen  zijn evenwel anders dan bij therapeutisch gebruik (cfr. metronidazol). De te nemen voorzorgen zijn hier vooral het vermijden van aspiratie en van huid- of oogcontact. De apotheek moet daarom zo ingericht zijn dat blootstelling aan (alle) stoffen tot een minimum beperkt wordt.

Het hanteren van doortastende maatregelen is in de praktijk zeer moeilijk. Strikt gezien mogen zwangere  of zogende werknemers niet ‘blootgesteld’ worden aan CMR-middelen omdat die het ongeboren kind of de zuigeling kunnen schaden.  Zelfs met maximale inzet van ventilatiemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen is het  evenwel moeilijk om alle contact uit te sluiten (nulblootstelling). Dat betekent in feite dat de zwangere medewerker niet mag bereiden als bij de bereiding CMR- stoffen worden gebruikt [12].  Verder dient een zwangere werknemer in het algemeen ook voorzichtig om te gaan met alle andere gevaarlijke stoffen. Strikt genomen zijn dat stoffen met tenminste één R-zin en dat zijn er veel.

Een ander probleem is dat een zwangerschap pas  een aantal weken na de aanvang wordt gemeld, terwijl de ongeboren vrucht vooral in de eerste periode extra kwetsbaar is. In feite moeten we nog een stap verder gaan. Sommige stoffen hebben al een negatieve invloed in de tijd voorafgaand aan de zwangerschap (vb. isotretinoïne). Voor de voortplanting giftige stoffen kunnen schadelijke effecten hebben gedurende de gehele vruchtbare periode, zowel bij de man als bij de vrouw). Zij tasten de vruchtbaarheid, beschadigen erfelijk materiaal in zaad en eicel of hopen (tijdelijk) op in het lichaam om dan geleidelijk vrij te komen tijdens de zwangerschap. Hierdoor kunnen afwijkingen in de vrucht ontstaan of kan de zwangerschap helemaal uitblijven. Reeds bij kinderwens (van man en vrouw)  is het dus belangrijk om zorgvuldig met stoffen om te gaan. Maar over die kinderwens wordt in de regel helemaal niet gepraat.

De vraag welke concrete maatregelen de werkgever moet nemen [13,14]  in verhouding tot de risico's en welke de consequenties die hebben op de werkzaamheden, is bijgevolg nog niet helemaal beantwoord.

Referenties: 

[1] KH-MAGIST-BIJLAGE-01 van het kwaliteitshandboek beschikbaar op http://www.myqualityassistant.be/

[2] Behandeling van alopecie, Folia Pharmacotherapeutica  December 1999 (www.bcfi.be/Folia/Index.cfm?FoliaWelk=F26N12A)

[3] Teratogeniteit van de retinoïden voor lokaal gebruik, , Folia Pharmacotherapeutica  juni 2005 (www.bcfi.be/Folia/Index.cfm?FoliaWelk=F32N06F)

[4] R- en S-zinnen en  lijst van producten: http://www.fagron.be/cms_files/N-17175-nlFile1.pdf

[5] R- en S-zinnen en  lijst van producten - etikettering, betekenis en pictogrammen: http://www.poisoncentre.be/rubrique.php?id_rubrique=2

[6] Hazard statements  (http://www.kmo-consult.nl/betekenis-h-zinnen-hazard-GHS-Europese-Unie.html)

[7] Precautionary statements (http://www.kmo-consult.nl/betekenis-p-zinnen-precaution-GHS-Europese-Unie.html

[8] REGULATION (EC) No 1272/2008 OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL of 16 December 2008 on classification, labelling and packaging of substances and mixtures, amending and repealing Directives 67/548/EEC and 1999/45/EC, and amending Regulation (EC) No 1907/2006 (http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2008:353:0001:1355:EN:PDF )

[9] Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS) , pictograms (http://en.wikipedia.org/wiki/GHS_hazard_pictograms)

[10] The Material Safety Data Sheet (MSDS) Hazard Communication Library (http://www.msdshazcom.com/ )

[11] Cybele - Geneesmiddelen voor en tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding (http://pharm.kuleuven.be/pharma_care/cybele/CybeleN/intronl/introzw_n.htm)

[12] Arbocatalogus openbare apotheken: Zwangerschapsprotocol voor de openbare apotheek": (http://www.arbo-apotheek.nl/cms/publish/content/downloaddocument.asp?document_id=12)

[13] Bijlagen van Koninklijk besluit van 2 december 1993 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan [kankerverwekkende en mutagene (4)] agentia op het werk (B.S. 29.12.1993; erratum: B.S. 1.3.1994) http://www.farmamozaiek.be/farmamozaiek/sites/default/files/QboxFigs/KB_gevaarlijke_agentia_2dec93.pdf

[14] Welzijn op het werk, Kankerverwekkende en mutagene agentia (http://www.meta.fgov.be/defaultTab.aspx?id=617)

Auteur:

Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 6 januari 2012

Expert: 
lucls5261
Aangezien tinnitus zijn oorzaak meestal vindt in het binnenoor heeft het toedienen van oordruppels geen zin.

Aangezien tinnitus zijn oorzaak meestal vindt in het binnenoor heeft het toedienen van oordruppels geen zin.

Ureum per os onder vorm van siroop of poeders wordt wel gegeven in de subacute behandeling van ziekte van Ménière en kan als dusdanig door het onder controle brengen van de ziekte een gunstige invloed hebben op de tinnitus.
 

Referenties: 

Auteur:
Prof. I. Dhooge

Datum laatste actualisatie: 20 maart 2012

Expert: 
expert
Door de schaarste aan gegevens is het niet met zekerheid geweten of de minimale hoeveelheden acitretine die in mannelijk zaad worden aangetroffen de foetus kunnen schaden, maar algemeen wordt aangenomen dat het risico klein zo niet onbestaande is. De uitgebreide maatregelen die voor vrouwelijke gebruikers gelden, vinden we niet terug voor mannen.

In de wetenschappelijke bijsluiter van Neo-Tigason® capsules (acitretine) is te lezen [1]:

"Bij mannelijke patiënten die behandeld werden met acitretine, tonen de beschikbare gegevens, gebaseerd op de maternale blootstelling van het zaad en zaadvocht, een minimaal risico op teratogene effecten"

In de wetenschappelijke bijsluiter van het verwant, doch iets minder teratogeen product, Roaccutane® capsulen (isotretinoïne) lezen we iets gelijkaardig [2]:

"De beschikbare gegevens suggereren dat de mate van maternale blootstelling aan sperma van patiënten die isotretinoïne gebruiken van onvoldoende omvang is om geassocieerd te worden met de teratogene effecten van isotretinoïne.
Mannelijke patiënten moeten er aan herinnerd worden dat zij hun medicatie niet aan anderen mogen doorgeven, vooral niet aan vrouwen."

Een kleine hoeveelheid acitretine wordt teruggevonden in het zaad van mannen die deze medicatie gebruiken. Door de schaarste aan gegevens is het niet met zekerheid geweten of deze kleine hoeveelheden de foetus kunnen schaden, maar voortgaande op bestaande kennis en berichtgeving ziet het er naar uit dat het risico klein zo niet onbestaande is. In ieder geval zijn er geen bijzondere richtlijnen die door mannelijke daadwerkelijke of voormalige gebruikers moeten gevolgd worden ter bescherming of voorkoming van eventuele zwangerschap van hun partner. Wel is het duidelijk dat bloed geven zowel voor mannelijke als vrouwelijke gebruikers uit den boze is [3,4,5].

Referenties: 

[1] Wetenschappelijke bijsluiter van Neotogason capsules, laatst herziene versie: augustus 2011

[2] Wetenschappelijke bijsluiter van Roaccutane capsules, laatst herziene versie: november 2009

[3] Medline, http://www.nlm.nih.gov/medlineplus/druginfo/meds/a601010.html

[4] Medscape, http://reference.medscape.com/drug/soriatane-acitretin-topical-343539#5

[5] FDA, http://www.accessdata.fda.gov/drugsatfda_docs/label/2011/019821s018mg.pdf

 

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 13 maart 2012


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend(e) onderwerp(en): Retinoïden

Expert: 
lucls5261
Het korte antwoord is eenvoudig: op vandaag (dec 2011) is hierover nog niets bekend.

De preventie van borstkanker door middel van geneesmiddelen, ook  chemopreventie genoemd is wel bestudeerd met een ander SERM namelijk het tamoxifen (Nolvadex®).  Dit onderzoek gebeurde bij hoog-risicovrouwen, pre- of postmenopauzaal.   De resultaten van deze studies waren bemoedigend maar vanwege de bijwerkingen (o.a. endometriumkanker en trombo-embolieën ) is er nog geen consensus over de juiste toepassing.  (in België is er voor deze indicatie geen terugbetaling).  In de postmenopauzale setting heeft de STAR trial wel aangetoond dat raloxifen even efficiënt is als tamoxifen voor de preventie van gemetastaseerd borstkanker en dit met minder bijwerkingen.   Preventie van in-situ borstkanker was echter beter in de tamoxifen groep van deze studie.  We vermelden hier ook nog de recente  positieve studieresultaten bij het preventief gebruik van de aromataseremmer exemestan bij postmenopauzale vrouwen. 

Raloxifen kan ook een onderdeel uitmaken van de premenopauzale behandeling van lyomas.

Het is echter goed mogelijk dat raloxifen in de toekomst een plaats zal krijgen zoals vermeld in de vraag en we moeten dus de resultaten van een  aantal onderzoeken afwachten.

Referenties: 

Alle referenties zijn rechtstreeks in de tekst te raadplegen via de hyperlinks

Auteur

Hans De Loof
University of Antwerp - Campus Drie Eiken
Pharmacology
Universiteitsplein 1
B-2610 Antwerpen
Belgium

Datum laatste actualisatie: 15/12/2011

Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: Raloxifen, Borstkanker, Selectieve oestrogeen receptormodulatoren (SERM) bij de behandeling van stadium I en II mammacarcinoom, Selectieve oestrogeen receptormodulatoren (SERM) bij de behandeling van het gemetastaseerd mammacarcinoom (stadium IV),

Expert: 
loode1400
Inhoud syndiceren