Skip to Content
Omdat dit onderwerp buiten de doelstellingen en de expertise van Q-box valt, beperken we ons antwoord tot de opsomming van een aantal mogelijkheden, die we op het internet vonden. De toeleveranciers van apotheekmaterialen beschikken in principe over meer gerichte informatiebronnen terzake.

Vooreerst nog even de volledige vraag herhalen:

" De specialiteit Tostran 2% gel  is een testosterongel die zeer duur is. Om een testosterongel zelf te maken, als magistrale bereiding op voorschrift, zoeken we een gepast doseermedium als de specialiteit Tostran (vb tube met applicator?) die de patient kan gebruiken om een exacte dosis testosteron te kunnen smeren. Wie weet waar we dergelijk materiaal kunnen vinden?"

Technische vragen zoals deze vallen strikt genomen buiten het kader van de Qbox. Niettemin doen we een bescheiden poging en geven hieronder enkele suggesties, die mogelijk naar een oplossing kunnen leiden. In hoeverre de genoemde producten via een binnenlandse leverancier kunnen aangekocht worden, is ons niet bekend behalve voor het laatste. Via de respectievelijke websites kunnen evenwel alle rechtstreekse, buitenlandse contactgegevens opgespoord worden.

Referenties: 

Auteur:
L. Leyssens

Datum laatste actualisatie: 8 september 2011

Expert: 
expert
Continu orale anticonceptiva zijn een veilige en betrouwbare vorm van anticonceptieve controle. De metabole, hormonale en endometrium-effecten zijn vergelijkbaar in zowel de cyclische als de continue orale anticonceptiva-gebruikers. De inname gedurende 3 à 4 opeenvolgende maanden is tot op heden aanneembaar, aangezien er reeds een anticonceptiemiddel van dit type op de Amerikaanse markt werd gebracht. De continue inname kan overwogen worden, maar het is duidelijk dat er nog onvoldoende ervaring is om de eventuele risico's voldoende in te schatten. In verband met het vergeten van de anticonceptiepil in de tweede strip is geen specifieke informatie terug te vinden. Men kan hiervoor best de arts raadplegen.

Verdieping

Normale menstruatiecyclus (kort)

In de menstruele cyclus van de vrouw spelen twee geslachtshormonen een rol: oestrogeen en progesteron. De hoeveelheid oestrogeen verandert gedurende de cyclus en is kort voor de eisprong op zijn hoogst. De wisselende hoeveelheid oestrogeen zorgt er onder andere voor dat rond het tijdstip van de eisprong het slijm in de baarmoederhals voor zaadcellen doorlaatbaar wordt. In het tweede deel van de cyclus neemt de hoeveelheid progesteron toe. Progesteron wordt gemaakt door het zogenaamde gele lichaam (corpus luteum), dat in de eierstok na de eisprong uit de follikel ontstaat. Progesteron zorgt onder andere voor verdikking van het baarmoederslijmvlies, zodat een bevruchte eicel zich kan innestelen. Behalve door oestradiol en progesteron wordt de cyclus nog door twee hormonen uit de hypofyse (een gebied in je hersenen) gestuurd: FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon). FSH stimuleert de rijping van oestrogeenproducerende eicellen in de eierstokken terwijl LH de eisprong en de vorming van het progesteronvormende gele lichaam veroorzaakt.

Figuur 1: Natuurlijke menstruatiecyclus (bron: Bios 6.1/6.2, deel 2)

De werking van de anticonceptiepil

De pil bevat kunstmatige geslachtshormonen: een oestrogeen en een progestageen. Deze onderdrukken de productie van eigen oestradiol en progesteron en hebben verschillende effecten op de cyclus. Een eventuele bevruchting en een daaruit volgende zwangerschap wordt door het gebruik van de combinatiepil globaal op drie manieren tegengegaan.

  • Het oestrogeen component van orale anticonceptiva remt direct de follikel stimulerend hormoon (FSH) secretie en dus wordt de ontwikkeling van de dominante ovulaire follikel beperkt. Het progestageen component van de orale anticonceptiva onderdrukt de secretie van het luteïniserend hormoon (LH) en voorkomt zo de LH-piek die de ovulatie veroorzaakt (normaliter rond de 14e dag van de cyclus)
  • Het baarmoederslijmvlies wordt niet rijp genoeg, en dus ongeschikt, voor de innesteling van een eventueel bevruchte eicel.
  • Het slijm dat de ingang van de baarmoederhals bedekt, wordt ondoordringbaar/taaier voor de mannelijke zaadcellen. Deze laatste 2 effecten zijn afkomstig van de progestagene stof uit de combinatiepil

Ononderbroken gebruik van de anticonceptiepil?

Met continue hormonale anticonceptiva is er een beperkte ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies. Hoewel bloeden kan optreden, als gevolg van atrofische veranderingen in het endometrium, is er geen typische endometrium terug te vinden waarin een eicel zich zou kunnen innestelen.

Continu orale anticonceptiva zijn een veilige en betrouwbare vorm van anticonceptieve controle. De metabole, hormonale en endometrium-effecten zijn vergelijkbaar in cyclische en continue orale anticonceptiva-gebruikers. Door 2 strips continu in te nemen, is er geen daling in hormonenconcentratie en kan men zo de maandstonden vermijden. Niettemin kan er spotting optreden (lichte en onvoorziene bloedingen), maar de incidentie hiervan neemt af naar verloop van tijd en de meeste patiënten vertonen amenorroe na 1 jaar behandeling. Ook het maandelijks menstrueren is echter geen noodzaak. Indien een oraal anticonceptiemiddel wordt gebruikt, zal het aandikken van het endometrium minder zijn: de noodzaak om de endometriumcellen te laten wegvloeien, zal dus ook minder dringend zijn. Bovendien is de cyclus van 21 pillen gevolgd door 7 pilvrije dagen slechts de bedoeling om de natuurlijke cyclus zo goed mogelijk te imiteren, zodat de vrouw de indruk heeft dat niets gewijzigd is. Vrouwen die cyclisch bloeden willen beperken, om persoonlijke of medische redenen, zijn mogelijke kandidaten voor continue orale anticonceptiva. Het is aan te raden om de continue dosering voorkeur te geven aan patiënten met dysmenorrhea of andere menstruele symptomen.

Wat bij vergeten?

Er is geen specifieke informatie terug te vinden in verband met het vergeten van de pil in de 2e strip bij continue anticonceptie. Enkele aanbevelingen kunnen worden gesuggereerd gebaseerd op de beschikbare informatie die bestaat over cyclische anticonceptiva en de flowchart beschikbaar op BCFI (http://www.bcfi.be/ggr/index.cfm?ggrWelk=/GGR/MPG/MPG_F.cfm).

Wanneer de gebruikster gedurende minder dan 12 uur is vergeten een tablet in te nemen, is de anticonceptiebescherming niet verminderd. De vrouw dient de vergeten tablet in te nemen zodra zij eraan denkt en de resterende tabletten worden zoals gewoonlijk ingenomen.

Wanneer de gebruikster gedurende meer dan 12 uur is vergeten een tablet in te nemen, kan de anticonceptiebescherming zijn verminderd. Bij vergeten tabletten dient men de volgende basisregel te overwegen: laatste vergeten pil alsnog nemen en de strip afmaken, doorgaan met volgende strip zonder pauze, een extra anticonceptie is aangeraden gedurende 7 dagen. De vrouw kan ook overwegen om een pauze van 7 dagen te beginnen bij de eerst vergeten pil. Hiermee wordt de cyclus onderbroken en zal de vrouw menstrueren.

Referenties: 
  • www.bcfi.be
  • Wright KP and Johnson JV. (2008) Evaluation of extended and continuous use oral contraceptives. Therapeutics and Clinical Risk Management:4(5) 905–911
  • U. Gaspard. (2008) Doorlopende anticonceptie met oestroprogestativa: de trend zet zich voort. Gunaikeia: special nummer 42-44
  • JJ Amy. (2008) Doorlopende anticonceptie met oestroprogestativa: de trend zet zich voort. Gunaikeia: special nummer 63-64
  • Samenvattingen van de kenmerken van de produkten (SKPs) van Deso 30® , Nuvaring®, Microgynon® 30: www.fagg.be
  • Benagiano et al. (2009) Safety, efficacy and patient satisfaction with continous daily administration of levonorgestrel/ethinyloestradiol oral contraceptives. Patient Prefer Adherence: 3: 131-143.
  • Krishnan and Kiley (2010) The lowest-dose, extended cycle combined oral contraceptive pill with continuous ethinyloestradiol in the US: a review of the literature on ethinyloestradiol 20µg/levonorgestrel 100µg + ethinyloestradiol 10 µg. Int J Womens health 2: 235-239.

Datum laatste actualisatie

5 oktober 2011

Auteurs

Apr. Martina Stepkova & Prof. Dr. Apr. Sophie Sarre


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie Anticonceptiva en de daarbij horende oestroprogestiva

Expert: 
sopse2321
Op basis van deze studie is dit zeker NIET voldoende bewezen. Een afwachtende houding is hier dus aan de orde.

De vraagsteller refereert naar een artikel van Martino et al. in Journal of the American College of Cardiology van 17 mei 2011.

Het korte antwoord is dat op basis van deze studie het zeker NIET voldoende bewezen is. Vergeten we vooral niet dat het hier gaat om een diermodel (muizen). Meer onderzoek is dus nodig. Andere factoren dan pure efficaciteit in een experimentele(!) setting moeten ook in overweging genomen worden, denken we maar aan het effect zo'n aanbeveling kan hebben op de therapietrouw. Een afwachtende houding is hier dus aan de orde.

Referenties: 

Martino TA, Tata N, Simpson JA, Vanderlaan R, Dawood F, Kabir MG, Khaper N, Cifelli C, Podobed P, Liu PP, Husain M, Heximer S, Backx PH, Sole MJ., The primary benefits of angiotensin-converting enzyme inhibition on cardiac remodeling occur during sleep time in murine pressure overload hypertrophy, J Am Coll Cardiol. 2011 May 17;57(20):2020-8. ( http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21565639)

Auteurs

Prof. Dr. Hans De Loof
Prof. Dr. Guido De Meyer
Universiteit Antwerpen

Datum laatste bijwerking: 28 september 2011


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: ACE inhibitoren, Behandeling van hypertensie

Expert: 
loode1400
Johannesbroodpitmeel kan de absorptie van bepaalde mineralen licht beïnvloeden. Daarom zijn sommige mineralen in hogere concentratie aanwezig, zodat uiteindelijk voldoende geabsorbeerd wordt.

De firma Nutriia bezorgde ons het volgende antwoord op deze vraag:

"Nutrilon AR dankt zijn anti-regurgiterende werking door het aanwezige johannesbroodpitmeel.
Johannesbroodpitmeel kan de absorptie van bepaalde mineralen licht beïnvloeden. Daarom zijn sommige mineralen in hogere concentratie aanwezig, zodat uiteindelijk voldoende geabsorbeerd wordt.

Bij een volgende receptuurontwikkeling zullen wij, dankzij uw opmerking, de mogelijkheid bekijken om het mangaangehalte naar beneden te halen.

We benadrukken dat onze gehaltes steeds de EU reglementering van dieetvoedingsmiddelen voor medisch gebruik volgen en dus het maximumgehalte aan mangaan niet overschrijdt."

Referenties: 

Auteur

Marijke Van Remoortere
Kwaliteitsdienst
Nutricia België

E-mail: quality@nutricia.be
www.nutriciababy.be
Tel (gratis): 0800 166 85

Expert: 
expert
De werking van heparine tegen virussen steunt op een chemische verwantschap met het biologisch glycosaminoglycaan, heparansulfaat, dat functioneert als receptor voor Herpes Simplex virussen. Toevoeging van heparine aan een oplossing, die actieve herpesvirussen bevat , resulteert in een competitieve hechting van heparine aan glycoproteïnes op de virale enveloppe. Hierdoor kunnen de virale glycoproteïnes niet binden aan heparansulfaat en wordt bijgevolg virale penetratie in de gastcel tegengegaan. Overtuigende, neutrale klinische gegevens over de efficaciteit bij bestrijding van herpes labialis ontbreken evenwel.

Glycosaminoglycanen

Glycosaminoglycanen (mucopolysacchariden) bestaan uit zich herhalende, aaneengeschakelde disaccharide-eenheden, waarvan één saccharide-eenheid een aminosuiker is, hetzij glucosamine hetzij galactosamine. Tenminste een van beide disaccharide-eenheden draagt een negatief geladen carboxyl- of sulfaatgroep. De belangrijkste glycosaminoglycanen zijn chondroïtine, keratansulfaat, heparine, heparansulfaat, dermatansulfaat en hyaluronzuur.

Glycosaminoglycanen zijn in het lichaam gewoonlijk gebonden aan proteïnen. Hierdoor ontstaan proteoglycanen, die nog voor 95% uit polysacchariden bestaan. Dat verklaart waarom proteoglycanen zich eerder als koolhydraat gedragen en minder als proteïne. Proteoglycanen functioneren in het lichaam als smeermiddelen,  als structurele componenten van bindweefsel, als  adhesiemediatoren tussen cellen en de extracellulaire matrix of ze binden factoren die celgroei bevorderen.

Heparansulfaat is een onderdeel van diverse proteoglycanen in de celmembraan van dierlijke cellen en in de extracellulaire matrix. In deze vorm bindt het tal van liganden en reguleert dus diverse biologische activiteiten waaronder angiogenese en bloedstolling. Het is ook aangetoond dat heparansulfaat kan dienst doen als cellulaire receptor voor een aantal virussen, waaronder Herpes Simplex.

Werkingsprincipe van heparine

Heparansulfaat en heparine zijn chemisch nauw verwant aan elkaar.  Het is die gelijkenis, die aan de basis ligt van de bestrijding van koortsblaasjes met lokaal toegepast heparine. De saccharidensamenstelling van beide stoffen is dezelfde. Heparansulfaat bevat echter minder N- en O-sulfaatgroepen en meer acetylgroepen, terwijl bij heparine de sulfaatgroepen, N-sulfaat en meer nog O-sulfaat, overweegt.

Toevoeging van heparine aan een oplossing, die actieve herpesvirussen bevat , resulteert in een competitieve hechting van heparine aan glycoproteïnes op de virale enveloppe. Diezelfde glycoproteïnes  hechten zich ook aan heparansulfaat bevattende proteoglycanen op de membraan van de te infecteren gastcel.  Op cellijnen gekweekt in het laboratorium is aangetoond dat heparine de binding van Herpesvirus aan de te infecteren doelcellen reduceert.  De bezetting door heparine voorkomt bijgevolg virale penetratie in de gastcel.

Door de lokale behandeling van koortsblaasjes met heparine beoogt men hetzelfde effect. Het topisch gebruik is zonder gevaar. Heparine overleeft de transit door het maagdarmstelsel niet en penetreert ook niet via de huid. Hoewel in vitro-experimenten de hypothese bevestigen, ontbreken overtuigende, neutrale klinische gegevens over de efficaciteit bij bestrijding van herpes labialis. Er zijn overigens een aantal kritische randbemerkingen geformuleerd:

  • Mogelijks zijn er op de te infecteren cel nog andere bindingsplaatsen die als receptor kunnen dienst doen voor andere virusoppervlaktemoleculen, zodat infectie mogelijk blijft via een niet door heparine beïnvloedbaar proces.
  • Virussen, die het glycoproteïne dat verantwoordelijk is voor binding van cellulair heparansulfaat missen, blijven infectieus.
  • Ook zou er grote diversiteit bestaan in gevoeligheid voor heparine. Van  heparansulfaat bestaan er meerdere varianten,  waarvan er sommige meer competitief zijn dan andere. Celtypen die meer competitieve moleculen bevatten zijn gemakkelijker infecteerbaar. Ook bij de virussen zelf zijn varianten mogelijk.

Zink

Het werkingsmechansme van zink op virussen is helemaal niet duidelijk en blijft controversieel. Zink zou viraal DNA-polymerase inhiberen, maar zou dit dan aan zodanig lage concentraties moeten doen, dat die niet schadelijk kunnen zijn voor de gezonde cel. Zink zou ook de aanhechting van het virus aan de cel kunnen verhinderen.

Er is al veel geschreven over het nut van zink bij de behandeling van herpes. Het betreft vooral in vitro-onderzoek, of kleinschalige methodologisch onvoldoende onderbouwde studies. Dikwijls bevatten onderzochte preparaten ook andere ingrediënten wat het onmogelijk maakt het effect van zink op zich te evalueren.  Eerlijkheidshalve voegen we toe dat ook nooit aangetoond werd dat zink helemaal geen effect zou hebben.

Referenties: 
  1. Berg, J.M., Tymoczko J.L., Stryer L., Biochemistry, ed. W.H. Freeman And Company,  New York, 5th ed.2002 p.304
  2. James Paterson, PhD, Mona Kwong, MSc Pharm, Recurrent Herpes Labialis, Asessment and Non-prescription Treatment, 2005 (http://www.pharmacyresource.ca/recurrent_herpes_labialis.pdf)
  3. Cheshenko N, Herold BC., Glycoprotein B plays a predominant role in mediating herpes simplex virus type 2 attachment and is required for entry and cell-to-cell spread, J Gen Virol. 2002 Sep;83(Pt 9):2247-55.
  4. Immergluck LC, Domowicz MS, Schwartz NB, Herold BC., Viral and cellular requirements for entry of herpes simplex virus type 1 into primary neuronal cells, J Gen Virol. 1998 Mar;79 ( Pt 3):549-59.
  5. http://en.wikipedia.org/wiki/Heparan_sulfate

Auteur:

Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 10 november 2011


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: Organische solventen - Zinkionen:, De antiherpesgeneesmiddelen, Heparine

Expert: 
lucls5261
In de literatuur zijn geen klinische studies voorhanden op basis waarvan we kunnen aanraden om het innamemoment van calcium en statines te veranderen bij nachtwerk. Voor statines kan er wel overwogen worden over te schakelen op een statine met een lang halfleven zoals atorvastatine of rosuvastatine.

Calcium

Het ’s avonds innemen van calcium berust vooral op theoretische bespiegelingen (zie voor meer uitleg de Q-boxvraag “Wanneer worden calciumpreparaten optimaal ingenomen in geval van osteoporose?”, 27/3/2009), maar er is ons geen enkele klinische studie bekend waaruit blijkt dat het ’s avonds innemen van calcium beter zou zijn. Ook geneesmiddelendatabanken zoals het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium of het Farmacotherapeutisch Kompas, vermelden niet dat calcium ’s avonds moet ingenomen worden. Het is wel logisch de calciuminname ’s avonds te voorzien indien hierdoor de calciuminname gescheiden wordt van geneesmiddelen die door calcium gecomplexeerd worden (bv. de bisfosfonaten). Ook over de inname van calcium specifiek bij nachtwerkers, is niets te vinden in de literatuur.

Dit alles wijst er dus op dat er niet direct redenen zijn om nachtwerkers ’s morgens calcium te laten innemen. Bovendien kan het steeds switchen van innamemoment (zoals het geval bij ploegwerk), de therapietrouw negatief beïnvloeden. Bij de keuze van het innamemoment kan dus best rekening gehouden worden met de wensen van de patiënt, en met eventuele interacties.

Statines

De statines worden bij voorkeur ‘s avonds gegeven, gezien de cholesterolsynthese vooral ‘s nachts gebeurt. Dit is echter alleen relevant voor simvastatine en fluvastatine wegens hun kort halfleven. Voor atorvastatine en rosuvastatine is inname ‘s avonds waarschijnlijk minder belangrijk omwille van hun lang halfleven. (1-4)

Hoewel we ook over deze probleemstelling geen klinische studies konden vinden, kan op basis hiervan overwogen worden nachtwerkers preferentieel te behandelen met atorvastatine of rosuvastatine. Deze strategie werd ook al gesuggereerd bij patiënten bij wie, omwille van een therapietrouwproblematiek, een inname ’s avonds moeilijk ligt. (1) Het is echter de behandelende arts die deze afweging moet maken.

Referenties: 

1. Bandolier review “Morning or evening statins”, April 2007, 158-7 :
http://www.medicine.ox.ac.uk/bandolier/band158/b158-7.html
2. Mary J. Malloy, MD, & John P. Kane, MD, PhD. Basic and Clinical Pharmacology >Chapter 35: Agents Used in Dyslipidemia .
3. Thomas P. Bersot. Goodman & Gilman's The Pharmacological Basis of Therapeutics, 12e > Section III: Modulation of Cardiovascular Function
4. Plakogiannis R, Cohen H Ann Pharmacother. (2007). Why are statins often administered at night? Ann Pharmacother. 41:106-110

Auteurs

Apr. Elke Joos
Prof. Dr. Apr. Koen Boussery
Eenheid voor Farmaceutische Zorg, Faculteit Farmaceutische Wetenschappen, UGent

Datum laatste actualisatie: 29 augustus 2011


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: Behandeling van osteoporose, Calcium

Expert: 
expert
De discussie rond het gebruik van isoflavones en een verhoogd risico naar de ontwikkeling van oestrogeengevoelige kankers ligt nog steeds open. De Plantencommissie beschouwt een dagelijkse inname van maximaal 40 mg isoflavoneglycosiden of 400 µg prenylnaringenine als veilig. Bij een duidelijke voorgeschiedenis van oestrogeengevoelige tumoren zouden we deze preparaten (en elk preparaat met oestrogeenwerking overigens) toch best met de nodige voorzichtigheid gebruiken.

Dit blijft een moeilijke vraag, waarvoor er vandaag geen eensluidend antwoord bestaat.
De discussie rond het gebruik van isoflavones en een verhoogd risico naar de ontwikkeling van oestrogeengevoelige kankers ligt nog steeds open.

Hoewel niet expliciet vermeld in de vraag,wordt naar alle waarschijnlijkheid het product "Menohop" bedoeld met als actieve component het 8-prenylnaringenine. Hiervoor werd inderdaad een studie uitgevoerd bij 50 menopausale vrouwen waarbij 2x de normale dosering werd gegeven (de normaal aanbevolen dagelijkse dosis bedraagt 100 µg) en de invloed op het endometrium werd nagegaan. Het is vooral t.h.v. de baarmoeder dat een potentieel verhoogd risico voor ontwikkeling van tumoren wordt vermoed. Er werd hierbij geen effect teruggevonden wat er op zou wijzen dat de oestrogene werking t.h.v. de baarmoeder zeer beperkt tot onbestaand zou zijn en bijgevolg geen verhoogd risico zou inhouden. In een andere studie werd bij toediening van 300 µg eveneens geen (oestrogeen) effect waargenomen t.h.v. de borsten. Op basis van deze beperkte studies zou dus blijken dat het betrokken product veilig is.

Andere studies met isoflavones (op basis van een soja-preparaat) wijzen dan weer wel op een waarneembare oestrogene werking t.h.v. de borsten. Dit brengt ons tevens tot de moeilijkheid dat men niet alle isoflavones als equivalent kan beschouwen. De actieve component in "Menohop" is eigenlijk een geprenyleerde vorm van de isoflavones die men aantreft in soja, zoethout, rode klaver, ... met andere bindingskarakteristieken voor de oestrogeenreceptoren. Afhankelijk van het bestudeerde weefsel ligt de bindingscapaciteit in vergelijking met b-oestradiol 5 - 100x lager.

Op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegegevens heeft de "Plantencommissie" daarom beslist om de dagelijkse inname van isoflavones te beperken tot 40 mg/dag (uitgedrukt als glycoside equivalenten van het belangrijkst aanwezige isoflavone) en dit van preparaten op basis van hop tot 400 µg prenylnaringenine. Deze hoeveelheden zouden geen risico inhouden.

Een eensluitend antwoord zal slechts kunnen bekomen worden na uitvoeren van meer uitgebreide studies. Op basis van de huidige gegevens kan er geen eensluitend antwoord worden gegeven, noch in de ene noch in de andere zin.

Op dit ogenblik kan men stellen dat dergelijke preparaten zeker een hulp kunnen bieden en er tot nu toe geen indicaties zijn voor een verhoogd risico in de hogergenoemde doseringen. Dit zeker bij de normale patiëntengroep. Bij een duidelijke voorgeschiedenis van oestrogeengevoelige tumoren zou ik deze preparaten (en elk preparaat met oestrogeenwerking overigens) toch met de nodige voorzichtigheid gebruiken.

Referenties: 

Auteur

Prof. Dr. K. Demeyer
VUB-FAFY

Datum laatste actualisatie: 16 juli 2011
 

Expert: 
expert
De verkoop van een geneesmiddel door de apotheker, zonder de patiënt te informeren over de samenstelling en werkzaamheid van het geneesmiddel, is misleidend en in strijd met zijn advies- en informatieverplichting.

Hoewel niet expliciet vermeld in de vraag, mogen we logisch gezien aannemen dat aan de patiënt niet wordt verteld dat hij een nepmiddel krijgt. Integendeel, om het placebo-effect te laten werken zal men haar/hem bij voorkeur verzekeren dat het om een (goed) werkend product gaat.

Ook nuttig om weten is waar, vanuit wettelijk standpunt, het onderscheid ligt met de homeopathische producten, waarvan de werking door de non-believers ook aan een placebo-effect wordt toegeschreven, hoewel het dan niet om placebo’s gaat.

Wij legden deze interessante vraag, samen met deze bedenkingenj, voor aan de Juridische afdeling van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG).

Dhr Gerry Gielis (FAGG, Juridische afdeling, Victor Hortaplein 40/40, 1060 Brussel) was zo vriendelijk daarop het volgende duidelijke antwoord te formuleren, dat we hier letterlijk overnemen.

"Uitgaand van de hypothese dat het placebo door de apotheker wordt bereid, rijst vooreerst de vraag of een placebo als geneesmiddel, zijnde officinale bereiding, kan worden gekwalificeerd.

Aangezien het wordt aangediend als hebbende therapeutisch eigenschappen met betrekking tot een veralgemeende angststoornis, kan worden aangenomen dat het een geneesmiddel betreft (HvB Antwerpen 4 oktober 1990).

De verkoop van een dergelijke bereiding door de apotheker, zonder de patiënt te informeren over de samenstelling en werkzaamheid van het geneesmiddel, is evenwel misleidend en in strijd met zijn advies- en informatieverplichting.

In tegenstelling tot wat geldt voor een placebo, wordt de patiënt bij de aankoop van een homeopatisch geneesmiddel niet misleid: hij weet wat hij koopt."

Expert: 
expert
Inhoud syndiceren