Skip to Content

Is de interactie tussen betahistine (H1-agonist) en H1-antihistaminica relevant?

Gelijktijdig gebruik van betahistine en een H1-antihistaminicum kan de werking van betahistine verminderen, wat inhoudt dat men attent moet zijn voor een verminderd therapeutisch effect van betahistine (= het terug optreden van de symptomen van de ziekte van Ménière, zoals duizeligheid, oorsuizen, gehoorverlies, nausea).

Deze theoretische interactie tussen een H1-agonist (betahistine) en een H1-antihistaminicum heeft een matige klinische relevantie. Volgens Lexi-Interact software[1] is dit een graad C interactie (= “monitor therapy”), waarin men aanraadt te monitoren voor een verminderd therapeutisch effect van betahistine bij gelijktijdig gebruik van een H1-antihistaminicum.

Verdieping

In de literatuur is er 1 rapport verschenen over een patiënt wiens labyrintsymptomen onder controle waren met betahistine, maar terug optraden nadat terzelfdertijd ook terfenadine gebruikt werd.

Ook de bijsluiter van Betaserc® vermeldt de interactie: “Betahistinedihydrochloride is een histamine-agonist; concomitant gebruik van antihistaminica kan zijn werking verminderen”.

Deze interactie wordt niet bewaakt door Delphi Care software.



[1] Dit programma werkt met 5 gradaties van ernst: graad A = “no known interaction”, graad B = “no action needed”, graad C = “monitor therapy”, graad D = “consider therapy modification”, graad X = “avoid combination”.
Referenties: 
Expert: 
expert