Skip to Content

Wat is het belang van het tijdstip van inname ('s morgens) van omeprazol? Vaak vindt men een verwijzing naar een inname vóór de maaltijd (of nuchter). Wat is het belang daarvan en is er een verschil tussen de verschillende specialiteiten?

Uit verschillende bronnen blijkt dat de invloed van het innametijdstip en van voeding op de efficaciteit van omeprazole beperkt is. Maar op basis van de beschikbare gegevens en de theoretische kennis over de werking van omeprazole, lijkt een inname 15 à 30 minuten voor het ontbijt aangewezen.

Werkingsmechanisme van omeprazole 

Omeprazole is een proton pomp inhibitor. Door irreversible binding aan de H+,K+-ATPase, wordt de zuursecretie geblokkeerd. Het effect van omeprazole kan enkel teniet gedaan worden door de novo synthese van de proton pomp. Er zijn echter 3 vereisten vooraleer omeprazole kan binden aan de proton pomp, namelijk:

1.  De proton pomp moet zich in actieve toestand bevinden. Activatie gebeurt door inname van voedsel of via endocriene signalen (gastrine, histamine, acetylcholine)

2.  Omeprazole moet eerst opgenomen worden in de bloedbaan om zo de plaats van werking te bereiken, namelijk de maagwand.

3. In de maagwand moet omeprazole geactiveerd worden door 2 opeenvolgende protonaties. Er is dus een zuur milieu nodig ter hoogte van de maagwand voor de binding tussen omeprazole en de proton pomp. Inname van voedsel stimuleert de zuurproductie in de maagwand.

 

Theoretisch lijkt het daarom best omeprazole in te nemen VOOR de maaltijd zodat de concentratie van omeprazole in de maagwand voldoende hoog is op het moment dat de proton pompen geactiveerd worden.

 

Literatuuronderzoek

Als we in de literatuur op zoek gaan naar een bevestiging van deze stelling, moeten we vaststellen dat de uitgevoerde studies geen zeer overtuigend antwoord bieden.

 

Het is belangrijk om bij de besproken studies met het volgende rekening te houden.

1.  De farmacokinetische parameter die het best correleert met de antisecreterende activiteit van proton pomp inhibitoren, is de "Area Under the plasma concentration/time Curve" (= AUC, of oppervlakte onder de plasmaconcentratie-tijd curve) (Sachs et al., 2006). Deze parameter is ook een maat voor de biologisch beschikbaarheid.

2.  Het farmacodynamische eindpunt dat het best de antisecreterende activiteit beschrijft, is het percentage van tijd, gedurende 24u, waarbij de intragastrische pH boven een welbepaalde waarde blijft (Sachs et al., 2006).

 

Invloed van TIJDSTIP ('s morgens/'s avonds)

 

Prichard et al (1985) bestudeerden de AUC en de intragastrische pH na herhaalde toediening van 40mg omeprazole bij gezonde vrijwilligers. Hierbij werd de dosis omeprazole ofwel telkens ’s morgens, ofwel telkens ’s avonds toegediend. De studie toonde geen verschil aan in AUC waarden na herhaalde toediening, maar de toename in intragastrische pH was wel meer uitgesproken bij inname van omeprazole ’s morgens.

 

Chiverton et al (1992) vergeleek de efficaciteit (als procent van de tijd dat de pH van de maag boven 3 bleef) en de biologische beschikbaarheid van 20mg omeprazole na inname ’s morgens met deze na inname ’s avonds, en dit bij patiënten met een duodenum ulcer. In deze studie bleek dat na inname ’s ochtends een iets hogere AUC bereikt wordt, en bleek ook dat de pH van de maag iets langer boven pH 3 bleef na een ochtenddosis (gemiddeld 13,5 uur t.o.v. gemiddeld 9,2 uur boven pH 3 bij de avond dosis). Deze verschillen waren echter niet statistisch significant, mede door de grote interindividuele variabiliteit.

 

Hoewel de verschillen in deze studies meestal niet statistisch significant waren, raden zowel Prichard et al (1985) als Chiverton et al (1992) toch aan om omeprazole ’s morgens in te nemen.

 

Invloed van voedsel (voor de maaltijd, of nuchter (=4u voor maaltijd))

 

Hatlebakk et al. (2000) stelde bij gezonde vrijwilligers vast dat de inname van omeprazole 15 minuten voor het ontbijt aanleiding gaf tot een betere onderdrukking van het maagzuur in vergelijking met een inname die maar na 4 uur gevolgd werd door een maaltijd. Ook hier was het verschil in onderdrukking echter niet statistisch significant.

Junghard et al. (2002) en Sostek et al. (2007) daarentegen toonden aan dat de inname van voeding geen invloed heeft op de werkzaamheid van esomeprazole (= linksdraaiende vorm van omeprazole).

Er dient wel opgemerkt te worden dat een vetrijke maatijd de maaglediging kan vertragen, wat kan leiden tot een vertraagde absorptie van omeprazole. Maar dit hoeft niet noodzakelijk te resulteren in een verlaagde biologische beschikbaarheid of een verlaagde efficaciteit.

 

Conclusie

Uit de gepubliceerde klinische studies blijkt dat het tijdstip van inname en het al dan niet samen innemen met voeding geen grote invloed hebben op de werkzaamheid van omeprazole. Hoewel niet statistisch significant, blijkt uit deze studies toch een trend naar een beperkt voordeel voor een inname 15 à 30 minuten voor het ontbijt. Dit lijkt dan ook het beste tijdstip voor inname.

We zien geen aanleiding voor een verschil tussen de verschillende specialiteiten. Er moet echter op gewezen worden dat studies uitgevoerd door de fabrikant niet altijd gepubliceerd worden. Het is dus aangewezen de raadgevingen op de bijsluiter op te volgen.

Referenties: 

 

 Referenties:
 
Chiverton, S. G., C. W. Howden, D. W. Burget, and R. H. Hunt. 1992. Omeprazole (20 Mg) Daily Given in the Morning Or Evening - A Comparison of Effects on Gastric-Acidity, and Plasma Gastrin and Omeprazole Concentration. Alimentary Pharmacology & Therapeutics 6:103-111.
Hatlebakk, J. G., P. O. Katz, L. Camacho-Lobato, and D. O. Castell. 2000. Proton pump inhibitors: better acid suppression when taken before a meal than without a meal. Alimentary Pharmacology & Therapeutics 14:1267-1272.
Junghard, O., M. Hassan-Alin, and G. Hasselgren. 2002. The effect of the area under the plasma concentration vs time curve and the maximum plasma concentration of esomeprazole on intragastric pH. European Journal of Clinical Pharmacology 58:453-458.

 

Auteurs

Apr. Laurence Dupond

Apr. Julie De Smet

Dr. Apr. Koen Boussery
 
Faculteit Farmaceutische Wetenschappen – Universiteit Gent

Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerp: De protonpompinhibitoren of PPI's

Expert: 
koeby2662