Skip to Content

Waarom mag een patiënt die Actonel neemt geen tandimplantaten laten zetten, en dit tot 10 jaar na het stopzetten van de therapie (dixit behandelende tandarts)?

Bisfosfonaten kunnen na intraveneuze toediening aan kankerpatiënten maar ook na orale toediening aan osteoporosepatiënten osteonecrose van de kaak veroorzaken. Tijdens een behandeling met bisfosfonaten moeten patiënten invasieve tandheelkundige behandelingen vermijden.

 

Verdieping stap 1
 
Bisfosfonaten worden gebruikt bij patiënten met botmetastases en bij hypocalcemie geassocieerd met kanker. Bisfosfonaat-geïnduceerde osteonecrose (BION) is een ernstige complicatie en wordt o.a. gekenmerkt door infectie van het tandvlees, losse tanden en blootgesteld bot. BION kan zich spontaan ontwikkelen, maar kan tot uiting komen na invasieve ingrepen zoals tandextractie, peridontale ingrepen en na het plaatsten van een implantaat.
De incidentie van BION na orale inname van bisfosfonaten is lager dan bij IV gebruikt en wordt momenteel geschat op 0.01%. Hier is wel enige discussie over. Alleszins moeten patiënten preventief een tandheelkundig onderzoek laten uitvoeren of bepaalde behandelingen laten uitvoeren voor het opstarten van een behandeling met bisfosfonaten. Bisfosfonaten blijven jaren na de behandeling opgestapeld in het bot. Dit kan verklaren waarom de tandarts hier tot 10 jaar na stopzetten van de therapie wil wachten om een implantaat te plaatsen. Echter heeft deze auteur geen richtlijnen hieromtrent gevonden.
 
 
 
Verdieping stap 2
 
Patiënten die kanker hebben, chemo- of radiotherapie ondergaan, die corticosteroïden nemen of een slechte mondhygiëne hebben vormen een bijkomend risico om BION te ontwikkelen. De duur van de therapie zou het risico op het ontwikkelen van BION verhogen. Dit is te verklaren door het lange halfleven van de bisfosfonaten in het bot (jaren).
BION werd voor het eerst gemeld in 2003 en is dus een vrij nieuwe complicatie beschreven voor bisfosfonaten. Er zijn tot op heden geen gecontroleerde studies die een directe relatie tussen het gebruik van bisfosfonaten en BION aantonen. Het mechanisme van het ontwikkelen van BION is ook niet gekend.
Men moet duidelijk een onderscheid maken tussen patiënten die IV bisfosfonaten innemen en deze die onder orale therapie staan. De frequentie bij IV behandeling kan oplopen tot 10% van de patiënten. De incidentie na orale inname wordt momenteel geschat op 0.01%, maar hier is enige onenigheid over in de literatuur. Sommige experts schatten dat er meer gevallen zijn dan momenteel worden gemeld.
Referenties: 

 

Bijkomende literatuur
  • Wetenschappelijke bijsluiter Actonel: E-compendium: www.pharma.be (laatste geraadpleegd 12-11-2009)

  • Siddiqi A, Payne AG, Zafar S. Bisphosphonate-induced osteonecrosis of the jaw: a medical enigma? Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol Endod. (2009)108(3):e1-8. Epub 2009 Jul 1

  • Grant BT, Amenedo C, Freeman K, Kraut RA. Outcomes of placing dental implants in patients taking oral bisphosphonates: a review of 115 cases. J Oral Maxillofac Surg. (2008) 66(2):223-30.

  • E. Fung (2009) The Journal of Rheumatology(2009)Bisphosphonate Related Osteonecrosis of the Jaws. 36(2) 450

     

Auteur

Prof. apr. Sophie Sarre

 


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerp: De bisfosfonaten

Expert: 
sopse2321