Skip to Content

Wat is het nut van veenbessenextract in de preventie maar ook de behandeling van blaas-en urineweginfecties?

Veenbespreparaten kunnen het aantal urineweginfecties terugdringen in geval van recidieven bij sexueel actieve vrouwen (= preventief effect). Er bestaat onvoldoende evidentie voor therapeutische doeltreffendheid eens de urineweginfectie een feit is (= curatief effect) (Laekeman, 2009).

 

Verdieping stap 1: klinische evidentie
 
Er is een Belgische aanbeveling voor de behandeling van urineweginfecties bij de vrouw (Christiaens et al. 2000). Deze aanbeveling ondersteunt het gebruik van veenbes niet wegens twijfels over de veiligheid en de doeltreffendheid. Het recentste Cochrane overzicht refereert aan tien studies (Jepson & Craig, 2008). Het totale aantal patiënten bedroeg 1 049 (variërend van15 tot 376 patiënten per studie). De deelnemers waren vrouwen met meer dan twee urineweginfecties per jaar, oudere patiënten, zwangere vrouwen, patiënten met een catheter en patiënten met afwijkingen ter hoogte van de urinewegen. Patiënten met asymptomatische infecties en niet-infectieuze urinewegaandoeningen werden uitgesloten. De behandeling duurde vier weken tot één jaar.
 
Met de gebruikte veenbespreparaten verminderde de kans op een recidiverende urineweginfectie: het relatief risico over een periode van 12 maanden bedroeg 0,65 ten opzichte van controles (= 35% minder kans). Het 95% betrouwbaarheidsinterval op dit relatieve risico bevatte het cijfer 1 niet (interval = 0,46 tot 0,90). Het resultaat is dus significant in het voordeel van veenbespreparaten.
 
Toch zijn er een aantal kanttekeningen te maken.
  • Bij de geanalyseerde studies waren er slechts 4 gerandomiseerde en gecontroleerde onderzoeken.
  • Het aantal patiënten dat de studie verliet bedroeg 20 tot 55%. Dat hoge aantal hoeft ons niet te verwonderen. Het gaat in stijgende lijn naarmate studies langer duren.
  • Alleen bij vrouwen met regelmatig voorkomende urineweginfecties was de daling significant (twee studies).
  • Bij oudere patiënten (één studie) en patiënten met een catheter (één studie) was de daling niet significant.
De meest vermelde nevenwerkingen waren van gastro-intestinale aard.
 
Wat in verband met veilig gebruik bij zwangerschap? Nordeng et al. (2004) beschrijft gebruik door 12 zwangeren. Er werden geen complicaties gemeld. We moeten de vraag contextueel bekijken: frequent optredende urineweginfecties vermijden met veenbespreparaten of optredende infecties met antibiotica behandelen? Vergeten we hierbij niet dat veenbessen ook kunnen verorberd worden bij wildschotels en dus niet zo vreemd zijn aan zwangerschap en lactatie.
 
Verdieping stap 2: kwaliteit van de preparaten
 
Proanthocyanidines (PACs) zijn monomeren van flavanolen (afgeleid van flavanoïden en dus polyfenolen). Deze secundaire metabolieten verhinderen de adhesie van bacteriën aan urinewegepitheel, een van de mogelijke werkingsmechanismen eigen aan veenbessen.
De studies in het hierboven vermelde Cochrane overzicht werden uitgevoerd met onnauwkeurig omschreven veenbespreparaten. Slechts één studie vermeldde het gehalte aan proanthocyanidines. In deze studie bedroeg de ingenomen hoeveelheid proanthocyanidines (PACs) ongeveer 3,3 mg per dag (genomen onder de vorm van veenbessensap) zonder significant verschil tussen veenbessen en placebo. Het ging hier om oudere patiënten.
 
Wat moeten we geloven van publiciteit waarin geschermd wordt met gehalten aan PACs. Vooreerst: geen enkel preparaat op basis van veenbessen in de Belgische apotheken werd als geneesmiddel geregistreerd. Het zijn allemaal voedingssupplementen. Deze preparaten mogen geen therapeutische indicaties voeren (ook preventie behoort hiertoe). Voedingssupplementen onderscheiden zich ook nog van geneesmiddelen door de minder doorgevoerde kwaliteitsbewaking: het gehalte aan bestanddelen wordt niet meer gecontroleerd in het eindprodukt. Publiciteit voor therapeutische activiteit gerelateerd aan mogelijk gehalte aan PACs blijft dus speculatief. Registratie als geneesmiddel zou al een stap voorwaarts zijn, omdat ondubbelzinninge bepaling van PACs in het afgewerkte geneesmiddel dan een eis wordt.
Referenties: 

Christiaens T, Callewaert L, De Sutter A, Van Royen P. Cystitis bij de vrouw. Aanbeveling voor goede medische praktijkvoering. Huisarts Nu 2000;29:282-97.

Jepson RG, Craig JC. Cranberries for preventing urinary tract infections. Cochrane Database Syst Rev 2008, Issue 1
 
Laekeman G. Minder urineweginfecties met veenbessen? Minerva 2009; 8(1): 10.
 
Nordeng H., Havnen C. Use of herbal drugs in pregnancy: a survey among 400  Norwegian women. Pharmacoepidemiol Drug Saf 2007; 16: 371-380.

 

Auteur

Gert Laekeman

Met bijkomende expertise van Charlotte Theunissen en Veronique van Overbeek (stagiar-apothekers)

Expert: 
gela0007