Skip to Content

Heeft het gebruik van zincotabs als immuniteitsverhoger zin bij een patiënt die het immuniteitsonderdrukkende Simponi gebruikt?

In de literatuur worden de immunologische effecten van zink steeds gessocieerd met zinktekorten. Deze effecten trekken wellicht de aandacht, maar zijn niet de enige gevolgen van een zinktekort. Bij een zinkdeficiënte persoon zijn supplementen dan ook op hun plaats om die tekorten aan te vullen, ook tijdens een therapie met immuunsuppressiva. Wanneer de zinkstatus echter in orde is, zoals doorgaans het geval is bij een evenwichtige voeding, zien we geen meerwaarde in het geven van zinksupplementen. Langdurige hoge dosissen zijn uit den boze omdat ze een koperdeficiëntie kunnen veroorzaken.

Zink (Zn++) is een essentieel onderdeel van meer dan 200 metallo-enzymen, elk betrokken in stofwisselingsprocessen van diverse eiwitten, koolhydraten, (onverzadigde) vetzuren, prostaglandinen en nucleïnzuren. Zink speelt een rol bij de regulering van bijzonder belangrijke peptidehormonen zoals insuline (suikermetabolisme), gustine (smaakperceptie) en thymuline (immuunafweer). Het is tenslotte een antioxydans dat meerdere specifieke rollen speelt in de verdediging van het organisme tegen vrije radikalen [1].

Een zinktekort gaat gepaard met een achterstand op vlak van groei en seksuele maturatie bij het kind. Bij kinderen en bij volwassenen worden ook huidproblemen waargenomen met onder andere gebrekkige vorming van littekenweefsel en vertraagde wondgenezing, in het bijzonder rond de mondholte en anus, alsook haaruitval, diarree, visus-, reuk- en eetluststoornissen (die tot anorexie kunnen leiden) en ook stoornissen van de mannelijke fertiliteit (oligospermie) en van het immuunafweersysteem. Zinktekort tijdens de zwangerschap kan tot foetale hypotrofie en aangeboren misvormingen leiden [1].

 

Aanbevolen dagelijkse inname voor zink

Leeftijd

Geslacht

mg Zn

0- 6 maanden

m/v

2

7 - 12 maanden

m/v

3

1 - 3 jaar

m/v

4

4 - 8 jaar

m/v

6

9 - 13 jaar

m
v

9
9

14 - 18 jaar

m
v

11
9

Volwassenen (19- 70 jaar)

m
v

11
8

Zwangerschap

m/v

11 à 12

Borstvoeding

m/v

14

70 -plussers

m
v

11
8

 

De rol van zink in de immuniteit is niet goed gekend maar is verklaarbaar vanuit zijn essentiële rol in tal van metabole processen waarvan er een aantal in verband staan met het immuunsysteem. Zonder zink functioneren DNA-polymerase, thymidine-kinase en DNA-afhankelijk  RNA-polymerase niet naar behoren. Deze enzymen hebben een impact op de nucleïnzuursynthese en bijgevolg op de proliferatie van lymfoïdcellen [2].

Zink is  nodig voor de activiteit van bepaalde immuunmediatoren zoals onbetwistbaar is aangetoond voor thymuline, een nonapeptidehormoon afgescheiden door epitheelcellen uit de thymus. Thymuline promoot de maturatie van T-lymfocyten, cytotoxiciteit en IL-2-productie. Activatie van thymuline vergt complexvorming van 1 molecule met één molecule zink. Bij zinkdeficiënte patiënten is thymuline niet werkzaam. Zink zou ook kritisch zijn voor de activiteit van sommige cytokines, waaronder ook TNF-alfa. Buiten de genoemde zijn er nog andere hypothesen in verband met de  werking van zink op het immuunsysteem [2].

De motivatie voor het geven van zinksupplementen aan ouderen komt voort uit de hypothese dat bij deze leeftijdsgroep een verminderde immuunfunctie, geassocieerd met een hogere kwetsbaarheid voor respiratoire infecties, een gevolg zou zijn van zinkdeficiëntie. Studies  suggereren dat lage dosis zink-supplementen de weerstand tegen infecties zouden verhogen [3].

Maar hebben zinksupplementen zin als de zinkstatus in orde is? In experimentele modellen werd een verhoogde immuunactiviteit, hoger dan de normale basale activiteit, waargenomen bij excessieve zinkdiëten. Maar zowel bij zuigelingen als bij volwassenen werden  omgekeerde effecten beschreven na toediening van dosissen die 10- à 20 maal de dagelijkse behoefte dekken  [2]. Anderzijds is zink op zich niet toxisch. Inname van het 10-voudige van de aanbevolen dagelijkse inname blijft zonder symptomen. Wel wordt de intestinale absorptie van koper door zink afgeremd. Het is bekend dat chronisch gebruik van meer dan 100 mg per dag een koperdeficiëntie kan teweegbrengen [4]. Langdurige overdosering moet dus vermeden worden.

De conclusie met betrekking tot supplementen is steeds dezelfde en geldt ook voor zink. In de literatuur worden de immunologische effecten van zink steeds gessocieerd met zinktekorten. Deze effecten trekken wellicht de aandacht, maar zijn niet de enige gevolgen van een zinktekort. Bij een zinkdeficiënte persoon zijn supplementen dan ook op hun plaats om die tekorten aan te vullen, ook tijdens een therapie met immuunsuppressiva.  Wanneer de zinkstatus echter in orde is, zoals doorgaans het geval is bij een evenwichtige voeding, zien we geen meerwaarde in het geven van zinksupplementen.  Langdurige hoge dosissen zijn uit den boze. 

Referenties: 

[1] Hoge Gezondheidsraad België: Voedingsaanbevelingen voor België (herziening 2009) (document HGR 8309)

[2] Dardenne M, Zinc and immune function, European Journal of Clinical Nutrition (2002) 56, Suppl 3, S20–S23

[3] Overbeck S, Rink L, Haase H., Modulating the immune response by oral zinc supplementation: a single approach for multiple diseases, Arch Immunol Ther Exp (Warsz). 2008 Jan-Feb;56(1):15-30.

[4] Database UpToDate, WoltersKluwer, geraadpleegd op 30 december 2014

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 31 december 2014

Expert: 
lucls5261