Skip to Content

Hoe wordt Uro-vaxom best ingenomen? Dokter schrijft voor "10 dagen per maand gedurende 3 maanden" confer Broncho-vaxom, op de bijsluiter staat dat uro-vaxom 3 maanden moet worden ingenomen.

Een duidelijk antwoord moeten we schuldig blijven. De posologie aanbevolen door de producent komt overeen met deze uit de beschikbare studies. De arts kan een bewuste keuze hebben gemaakt door een andere dan de gebruikelijke posologie voor te stellen. Er zijn echter geen gedocumenteerde gegevens die aantonen dat andere doseringen al dan niet zouden werken. Veiligheidshalve is het steeds aan te raden met de arts te overleggen om vergissing uit te sluiten.

Uro-Vaxom®

Een meta-analyse rapporteerde 11 studies over de immuunstimulerende effecten van  bacteriële lysaten bij urineweginfecties. 7 daarvan bestudeerden de werking van lysaten van Escherichia coli-stammen (OM-89), het werkzaam bestanddeel van Uro-Vaxom®. Bij 5 van de 7 werden in totaal duizend patiënten gedurende een termijn van 6 à 12 maanden geobserveerd. De patiënten werden steeds behandeld met een dagelijkse dosis gedurende 3 maanden zonder onderbreking. Bij de behandelde patiënten werden in ieder van de afzonderlijke studies apart significant minder urineweginfecties gevonden, wat tegelijk zorgde voor een lager antibioticagebruik [1].

De European Association of Urology formuleert in haar richtlijnen, met verwijzing naar genoemde  meta-analyse, dat de werking van Uro-Vaxom® is aangetoond en kan worden aangeraden voor de immunoprofylaxe  van recurrente, niet-gecompliceerde urineweginfecties bij vrouwelijke patiënten. De aanbeveling kreeg een graad B, wat staat voor degelijk uitgevoerde studies, maar zonder gerandomiseerde klinische studies. De effectiviteit staat niet vast voor andere patiëntgroepen en er werden geen vergelijkende studies met antibioticaprofylaxe ondernomen [2].

Broncho-Vaxom®

Het doelorgaan van Broncho-Vaxom® (OM85) zijn de longen. "Recidiverende infecties van het ademhalingsstelsel : Broncho-Vaxo®m vermindert het aantal en de ernst van de infectieuze fasen."

Zie hierover ook de vroegere bijdrage van Lies Leemans http://q-box.be/node/426.

Gegevens uit systematische reviews wijzen erop dat vooral kinderen met hoog risico op infecties van de ademhalingswegen baat hebben met OM-85. Bij volwassen COPD-patiënten wijzen klinische studies op een daling van het aantal exacerbaties, hoewel dit in systematische reviews niet als voldoende significant wordt beschouwd.  Gerandomiseerde studies op een voldoende grote patiëntenpopulatie met een duidelijke diagnose van een respiratoire aandoening zijn echter nodig om de gunstige effecten te confirmeren en ook om de optimale posologie vastleggen [3].  In tegenstelling met wat het geval is voor Uro-Vaxom® is er ten gunste van Broncho-Vaxom® geen offciële behandelingsrichtlijn voor volwassenen bekend  [4].

De aanbeveling  het product 10 dagen per maand te gebruiken gaat wellicht ver terug in de tijd en is  misschien niet de meest optimale. Een verklaring voor die aanbeveling werd niet gevonden maar vindt wellicht zijn logica in een analogie met de principes van vaccinatie, waarbij de tweede en derde kuur de rol van booster spelen. Die redenering zou in principe even goed moeten gelden voor Uro-Vaxom®. Bovendien betreft het hier orale producten. De vergelijking met vaccins gaat dus slechts zeer gedeeltelijk op.

Referenties: 

[1] Naber KG, Cho YH, Matsumoto T, Schaeffer AJ., Immunoactive prophylaxis of recurrent urinary tract infections: a meta-analysis, Int J Antimicrob Agents. 2009 Feb;33(2):111-9.

[2] M. Grabe (chair), R. Bartoletti, T.E. Bjerklund-Johansen, H.M. Çek, R.S. Pickard, P. Tenke, F. Wagenlehner, B. Wullt, Immunoactive Prophylaxis in Guidelines on urological infections, uncomplicated UTIs in adults, Recurrent (Uncomplicated) UTIs in Women (p 21),  European Association of Urology, Guidelnes 2014 edition.

[3] De Benedetto F, Sevieri G., Prevention of respiratory tract infections with bacterial lysate OM-85 bronchomunal in children and adults: a state of the art, Multidiscip Respir Med. 2013 May 22;8(1):33.

[4]M. Woodhead, F. Blasi, S. Ewig, G. Huchon, M. Ieven, A. Ortqviste, T. Schaberg, A. Torres, G. van der Heijden and T.J.M. Verheij, Guidelines for the management of adult lower respiratory tract infections, European Respiratory Society (ERS) task force in collaboration with European Society for Clinical Microbiology and Infectious Diseases (ESCMID), Eur Respir J 2005; 26: 1138–1180

 

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 30 november 2014

Expert: 
lucls5261