Skip to Content

Een arts raadt aan bij een jichtaanval een 1/2 tablet zyloric 300 mg om het uur. Wij vinden hierover nergens informatie ? De patiënt heeft dit geprobeerd en is hiervan heel misselijk.

Een te snelle verlaging van de uraatspiegel kan de oorzaak zijn van meer frequente opstoten van jicht. Urinezuur verlagende middelen zoals allopurinol en febuxostat, leveren bij een aanval geen voordeel op. Ze worden bij voorkeur pas gestart nadat de aanval volledig is verdwenen. Anderzijds hoeven patiënten, die al in behandeling zijn met urinezuur verlagende middelen, hiermee niet te stoppen wanneer zich een acute opstoot voordoet.

Acute opstoten

Voor de behandeling van acute opstoten zijn NSAID's, colchicine en intra-articulaire of systemische glucocorticoiden werkzaam. Meer recent zijn de biologics die interleukine-1b blokkeren geïntroduceerd.

De behandeling start best zo snel mogelijk vanaf de eerste tekenen van een beginnende aanval. Des te sneller de behandeling start, des te sneller en vollediger de symptomen zullen verdwijnen. Daarbij is het tevens aan te raden van bij het begin een voldoende hoge dosis te hanteren. De behandeling zal volgehouden worden zolang de aanval duurt. Wel kan, zodra de patiënt gewaar wordt dat de medicatie zijn werk doet, de dosis eventueel verlaagd worden. 2 à 3 dagen na het verdwijnen van de symptomen kan de behandeling veilig gestopt worden, behalve bij glucocorticoïden waar de voorkeur wordt gegeven aan een iets tragere afbouw om een terugslagfenomeen te vermijden.

Bij patiënten die de behandeling binnen enkele uren na het verschijnen van de eerste aanvalstekenen opstartten kan de duur van de therapie van een acute aanval beperkt zijn tot enkele dagen. De behandelingsduur kan echter oplopen tot meerdere weken bij patiënten die hun behandeling pas na 4 à 5 dagen startten. Gewoonlijk volstaan 5 à 7 dagen als binnen 12 - 36 uur na het begin van de symptomen, de behandeling is opgestart.

Urinezuur verlagende middelen zoals allopurinol en febuxostat, leveren geen voordeel op tijdens een opstoot en worden bij voorkeur pas gestart nadat de aanval volledig bedwongen is. Nochtans hoeven patiënten die al in behandeling zijn met urinezuur verlagende middelen hier niet mee te stoppen wanneer een acute opstoot zich voordoet . Een tijdelijke onderbreking en latere herstart levert geen voordelen op, eerder het tegendeel. Voor het overige zijn de therapeutische aanbevelingen bij jichtaanvallen voor deze patiënten dezelfde.

Urinezuur verlagende therapie

Het verlagen van de urinezuurspiegel met orale medicatie tot een niveau van <6 mg/100ml,  is een proces dat weken of maanden in beslag neemt. Een te snelle verlaging kan de oorzaak zijn van meer frequente opstoten van jicht. Daarom start men steeds met een lage begindosis, die vervolgens gradueel wordt opgevoerd tot de beoogde urinezuurspiegel bereikt wordt. Gedurende de behandelingsperiode is het ook aanbevolen veel vocht, tenminste  2 L per dag, op te nemen.

Er heerst een zekere bezorgdheid dat een aanval  kan verergeren of verlengen door een te vroege initiatie van de urinezuur verlagende therapie . De risico's op deze complicaties zijn evenwel niet onbetwistbaar aangetoond en sommige experten zijn van mening dat het af en toe verantwoord is om al te starten tijdens een opstoot. Die visie wordt ondersteund door een kleine klinische studie op 51 patiënten, die geen verschil  heeft vastgesteld tussen het al dan niet gebruik van urinezuur verlagende middelen tijdens een jichtaanval. Dit betekent:  geen nadeel maar ook geen voordeel.

De volgende argumenten pleiten er voor geen urinezuur verlagende middelen te gebruiken tijdens een aanval, maar te wachten tot tenminste 2 weken na het einde van de opstoot:

  • urinezuur verlagende therapie bij jicht is een langetermijn behandeling, waarvoor er geen enkele aanwijzing bestaat dat initiatie tijdens een acute jichtaanval een voordeel oplevert;
  • tijdens een jichtopstoot blijven de serumurinezuurpiegels normaal bij 25 - 40 % van de patiënten ; onmiddellijke toevoeging van urinezuur verlagende therapie maakt het onmogelijk om de basale uitgangswaarde te meten, tenzij die al van vroegere onderzoeken bekend was;
  • te snelle start van urinezuur verlagende therapie gedurende een intense jichtaanval kan de interpretatie van ongewenste bijwerkingen bemoeilijken;
  • er is geen enkele aanwijzing dat met een snelle start de doelconcentratie van <6 mg/100 ml sneller bereikt wordt. De dosis wordt periodisch aangepast tot het doel is bereikt en daarvoor is sowieso een zekere tijd nodig.

Eén mogelijke uitzondering op de regel zijn patiënten, waarbij vaak terugkerende jichtaanvallen moeilijk te beheersen zijn en die goede resultaten bereiken met een combinatietherapie met glucocorticoÏden en een uraatverlagend middel.

Referenties: 

[1] Database UpToDate, WoltersKluwer, geraadpleegd op 5 mei 2014
[2] Multinational Evidence-based Recommendations for the Diagnosis and Management of Gout, Integrating Systematic Literature Review and Expert Opinion of a Broad Panel of Rheumatologists in the 3e Initiative, Ann Rheum Dis. 2014;73(2):328-335

 

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 6 mei 2014

Expert: 
lucls5261