Skip to Content

Heeft calciumcitraat voordelen tov calciumcarbonaat? Minder constipatie? Betere opname? En zo ja welke dosissen komen dan ongeveer overeen voor een zelfde opname calcium?

De biologische beschikbaarheid van calciumcitraat zou nagenoeg 25% hoger liggen dan die van calciumcarbonaat. Toch zijn de verschillen niet erg relevant. Calciumcarbonaat is goedkoper en dus kosten-effectiever. Bij patiƫnten met achloorhydrie, en mogelijk ook tijdens therapie met protonpompinhibitoren, is calciumcitraat te verkiezen. Gastro-intestinale ongemakken treden frequenter op met calciumcarbonaat dan met calciumcitraat.

Een betere wateroplosbaarheid staat niet de facto gelijk met een betere biologische beschikbaarheid. In een calciumcitraatolossing is nagenoeg 60% van het calcium in geïoniseerde vorm aanwezig, de overige 40% blijft als complex gebonden aan de citraatrest. Toch zou de biologische beschikbaarheid van calciumcitraat nagenoeg  25% hoger liggen dan die van calciumcarbonaat. Omwille van de hogere kostprijs van calciumcitraat blijkt calciumcarbonaat toch kosten-effectiever te zijn [1].

Omdat een normale biologische beschikbaarheid van calciumcarbonaat wel de tussenkomst van  maagzuur vereist, wordt aangeraden dit product bij voorkeur in te nemen tijdens of na de maaltijd. Patiënten met achloorhydrie, en mogelijk ook patiënten onder therapie met protonpompinhibitoren, krijgen daarom best geen calciumcarbonaat, maar b.v. calciumcitraat, waarvan de resorptie onafhankelijk is van de maag pH. Indien met deze factoren wordt rekening gehouden, zijn de verschillen in biologische beschikbaarheid tussen de verschillende calciumzouten waarschijnlijk weinig relevant [2,3]. De resorptie gebeurt in de dunne darm. Calciumcarbonaat lost langzaam op in de maag en reageert met maagzuur tot vorming van CaCl2, CO2 en water. Een groot deel van het gevormde CaCl2 wordt vervolgens terug omgezet in onoplosbare en niet resorbeerbare calciumzouten en Ca-zepen in de dunne darm.  [4]. Om evidente redenen moet dit evenzeer gelden voor calcium-ionen afkomstig van calciumcitraat of andere calciumzouten.  Ook dit fenomeen bepaalt mede de biologische beschikbaarheid.

De meest bekende nevenwerkingen van calciumpreparaten zijn gastro-intestinale ongemakken zoals een opgeblazen gevoel, toegenomen winderigheid en als meest frequente ongemak, constipatie. Die nevenwerkingen treden inderdaad frequenter op met calciumcarbonaat dan met calciumcitraat. Als ze problematisch worden kunnen een lagere dosis per keer, een verdeling van de dagdosis over meerdere giften of toediening van calciumcarbonaat onder vorm van bruistabletten wellicht een oplossing bieden. Aangezien bij die laatste optie calciumcarbonaat met citroenzuur reageert, dienen we uiteindelijk calciumcitraat toe.

Andere nevenwerkingen zijn een gevolg van een te hoge dagdosis calcium (mogelijk vanaf 2.5 g/dag). Hypercalciëmie, hypercalciurie, nierfunctiestoornissen en ontwikkeling van nierstenen zijn mogelijk en zijn uiteraard tevens contra-indicaties. Specifieke contra-indicaties voor de citraatvorm werden niet gevonden.

Calciumcarbonaat bevat 40% elementair calcium (MM 100,1). Calciumcitraat watervrij bevat  24% calcium  (MM watervrij: 498.43 , MM tetrahydraat: 570.49452). Om 1 gram calcium toe te dienen hebben we 2.5 g calciumcarbonaat nodig of 4.2 g watervrij calciumcitraat.

Referenties: 

[1] Tommelein E., Mehuys E., Boussery K., Calciumcarbonaat zou optimaal werken in combinatie met citroenzuur. Hoeveelheid citroenzuur/ gr calciumcarbonaat?, Q-box,  7 maart 2011

[2] Anoniem, Preventie en behandeling van postmenopauzale osteoporose, Folia Pharmacotherapeutica, augustus 2004

[3] Leyssens L., Ca-supplementen bij gebruik van protonpompinhibitoren, Q-box,  7 maart 2011

[4] Naamloos, Farmocokinetische eigenschappen van calciumcarbonaat, Farmamozaïek, geraadpleegd op 31 december 2013

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 3 december 2013

Expert: 
lucls5261