Skip to Content

Is mannose een effectief en goed middel om urinewegontstekingen te bestrijden. Het zou specifiek bij E. Coli-infecties een goede werking geven. Welke dosering mag gehanteerd worden? Via de apotheek zijn tabletten van 500mg te krijgen.

Op dit moment bestaat er te weinig evidentie over de effectiviteit van D-mannose en is er geen eenduidigheid over de juiste dosering ervan om D-mannose onderbouwd te adviseren in de profylaxe van recurrente urineweginfecties.

Recurrente urineweginfecties – what’s in a name?

Men beschouwt urineweginfecties als recurrent wanneer de patiënt minstens 3 infecties per jaar vertoont of 2 infecties per 6 maanden. Vooral jonge en in mindere mate postmenopauzale vrouwen hebben hiermee te kampen. Naar schatting zouden ongeveer 11% van de vrouwen boven de 18 jaarlijks een urineweginfectie doormaken. En bij 35 à 53% keert de infectie terug binnen het jaar. Bij mannen is het eerder zeldzaam en als het zich voordoet is het doorgaans te wijten aan katheterisatie [1].

Diverse species kunnen verantwoordelijk zijn voor urineweginfecties. Vooral Escherichia coli is een grote boosdoener, maar ook Staphylococcus saprophyticus, Klebsiella pneumonia en Proteus mirabilis kunnen een infectie uitlokken [2]. Deze pathogenen kunnen zich d.m.v. fimbriae (ook wel ‘pili’ genoemd) vasthechten aan het uro-epithelium en via een heel cascadesysteem zorgen voor intracellulaire kolonisatie met infectie van de urinewegen als gevolg [3,4]. Onderzoek suggereert dat bacteriën diverse soorten van fimbriae kunnen bevatten [3,4]. Voor E. coli werd in vitro aangetoond dat mannose de adhesie van type-1 fimbriae kan inhiberen [3]. Anderzijds toonde een onderzoek aan dat P. mirabilis mannose-resistente fimbriae bevat [4]. Dit gegeven op zich, alsook het feit dat er blijkbaar meerdere soorten fimbriae per organisme bestaan, vraagt om nader onderzoek rond het nut van mannose in de preventie van recurrente urinaire infecties.

Wat zeggen klinische studies en huidige richtlijnen?

Een Pubmed analyse levert slechts 1 klinische studie op waarbij dagelijkse toediening van 2g D-mannose poeder opgelost in 200 ml water vergeleken werd met een dagelijkse inname van 50 mg nitrofurantoïne en placebo bij 308 vrouwen met een geschiedenis van recurrente urineweginfecties. De geïncludeerde patiënten met een urineweginfectie kregen eerst 2 keer per dag 500 mg ciprofloxacine toegediend gedurende een week. Wanneer na afloop van de behandeling het urinestaal negatief was en er geen infectiesymptomen meer waren, werden de patiënten ad random ingedeeld in één van de drie studiegroepen.  De studie liep over 6 maanden en gebeurde niet-geblindeerd. Patiënten hielden enerzijds een dagboek bij en anderzijds werd bij herval opnieuw een urinestaal genomen. Indien dit positief bleek kregen de patiënten opnieuw ciprofloxacine toegediend en werden ze uit de studie geëxcludeerd.
In deze studie bleek een dagelijkse inname van 2g D-mannose even efficiënt als 50 mg nitrofurantoïne en significant beter dan placebo [1].
De onderzoekers besluiten dat het iets te vroeg is om verregaande conclusies te trekken. Ook al duidt deze studie op een mogelijk gunstig effect van d-mannose in de preventie van recurrente urineweginfecties, toch zijn bijkomende studies met meer patiënten over en langere periode noodzakelijk. Ook farmacokinetische studies die moeten inzicht geven in de juiste dosering van d-mannose ontbreken tot op heden [1].

Wanneer we kijken naar internationale richtlijnen valt het op dat D-mannose nergens vermeld wordt als mogelijke profylactische behandeling. Op dit moment wordt er enkel duidelijke evidentie toegekend voor volgende profylactische maatregelen:

  • Continue antibiotica profylaxe
  • Post-coïtale antibiotica profylaxe in een tijdspanne van 2 uur na de coïtus (in geval de infecties aan geslachtsgemeenschap te wijten zijn).
  • Vaginale oestrogeentoediening (via crème of ring) bij postmenopauzale vrouwen.
  • Zelfopstart van een 3-daagse behandeling met antibiotica in geval er zich alsnog symptomen voordoen [2,5,6].

Onderstaande tabel geeft een overzicht van mogelijke antibioticaprofylaxe2.

Tabel 1: Mogelijke antibioticaprofylaxe voor recurrente urineweginfecties

 

Continue

Postcoïtaal
(binnen de 2 uur na coïtus)

Trimethoprim/sulfamethoxazole

40/200 mg dagelijks of 
3 x per week

40/200 mg à 80/400 mg

Trimethoprim

100 mg dagelijks

-

Ciprofloxacine

125 mg dagelijks

125 mg

Cefalexine

125 à 250 mg dagelijks

250 mg

Nitrofurantoïne

50 à 100 mg dagelijks

50 à 100 mg

Norfloxacine

200 mg dagelijks

200 mg

Fosfomycine

3 g om de 10 dagen

-

Ofloxacine

-

100 mg

Voor eerder conservatieve maatregelen zoals het vermijden van spermicidegebruik en urineren na de geslachtsgemeenschap ontbreekt evidentie, maar kwaad kan het uiteraard niet om deze raad in acht te nemen [2].

Het gebruik van supplementen op basis van veenbessen leidt tot tegenstrijdige resultaten. Een Cochrane meta-analyse alsook sommige richtlijnen en wetenschappelijke instanties trekken de evidentie ervan in twijfe [1,2,6-8]. NICE-richtlijnen (UK) nemen preventie met veenbes wel op als mogelijk alternatief, maar raden aan om te kiezen voor hoog gedoseerde voedingssupplementen (min. 200 mg extract) i.p.v. veenbessensap waarvan men onrealistisch veel zou moeten drinken om de gewenste hoeveelheid binnen te krijgen [5].

Ook voor gebruik van probiotica is er tot op heden te weinig evidentie [6].

Conclusie

Op dit moment bestaat er te weinig evidentie over de effectiviteit van d-mannose en is er  geen eenduidigheid over de juiste dosering ervan om d-mannose onderbouwd te adviseren in de profylaxe van recurrente urineweginfecties.

Referenties: 

[1] Kranjcec B., Papes D. & Altarac S. D-mannose powder for profylaxis of recurrent urinary tract infections in women: a randomized clinical trial. World J Urol 2013; DOI 10.1007/s00345-013-1091-6.6 pag.

[2] Dason S., Dason JT & Kapoor A. Guidelines for the diagnosis and management of recurrent urinary tract infection in women. Can Urol Assoc J 2001; 5 (5): 316-322.

[3] Rosen DA et al. Molecular variations in Klebsiella pneumoniae and Escherichia coli FimH affect function and pathogenesis in the urinary tract. Infection and Immunity 2008; 76 (7): 3346-3356.

[4] Zunino P. et al. Mannose-resistant Proteus-like and P. mirabilis fimbriae have specific and additive roles in P. mirabilis urinary tract infections. FEMS Immunol Med Microbiol 2007; 51: 125-133.

[5] Anonymus. Lower urinary tract infection. NICE-guidelines. http://cks.nice.org.uk.

[6] Wagenlegher FM et al. Prevention of recurrent urinary tract infections. Minerva Urol Nefrol 2013; 65 (1): 9-20.

[7] Jepson RG, Williams G & Craig JC Cranberries for preventing urinary tract infections. Cochrane Database Syst Rev 2012; 10:CD001321.

[8] Anonymus. Scientific Opinion on the substantiation of a health claim related to a Uroval® and urinary tract infection pursuant to Article 14 of Regulation (EC) No 1924/2006. EFSA Journal 2009; 7 (12): 1421.

Auteur:
 

Lies Leemans

Datum laatste actualisatie: 5 december 2013

Expert: 
liels4316