Skip to Content

Ik zoek, op vraag van een specialist, er een formule voor een fosfaatsiroop voor een diabeet (met bot problemen t.g.v. fosfaattekort).Bestaat daar een speciale formule voor?

Orale preparaten voor fosfaatrepletie bevatten meestal een combinatie van natrium en kaliumzouten van fosforzuur. Een mogelijke suikervrije magistrale formule voor een orale oplossing wordt aan het einde van deze bijdrage weergegeven. Een initiële orale dosis van 30 - 80 mmol fosfaat per dag bij een volwassene, verdeeld over 3 à 4 giften, is gangbaar. Bij voorkeur orale suppletie is zinvol bij een fosfatemie <2.0 mg/100 mL (0.64 mmol/L). Als de fosfatemie echter onder 1.0 mg/100 ml (0.32 mmol/L) zakt wordt intraveneuze fosfaattoediening aanbevolen.

Fosfaationen zijn de belangrijkste intracellulaire anionen. Ze spelen een belangrijke rol in de celwand (fosfolipiden), in energieopslag (ATP),  intracellulair transport, erfelijk materiaal (DNA, RNA) en in rode bloedcellen (difosfoglycerinezuur). Fosforylering is ook een activerende, eerste stap in talloze biochemische processen. Een tekort aan fosfaat kan dus niet anders dan ernstige gevolgen hebben voor alle lichaamssystemen.

Nagenoeg 85% van het lichaamsfosfor bevind zich in de beenderen onder vorm van hydroxyapatiet  De overige 15% vinden we terug in de weke weefsels. Slechts 0.1% van het lichaamsfosfor bevindt zich in extracellulaire vloeistoffen. Die laatste fractie is overigens de enige die we meten door de bepaling van het fosforgehalte in serum. Bijgevolg, zoals ook bij andere intracellulaire ionen, zoals kalium en magnesium, het geval is, is hypofosfatemie geen synoniem voor fosfaatdeficiëntie. Bij fosfaatdeficiëntie is er een tekort aan fosforreserves over het hele lichaam. Ernstige klinische verschijnselen komen enkel tot uiting bij ernstige  hypofosfatemie [1].

Fosfatemie bij volwassenen
(uitgedrukt als zuiver fosfor, MM 30.97)

normaal

2.5 - 4.5 mg/100 ml
(0.81 - 1.45 mmol/L)

milde hypofosfatemie

2-2.5 mg/100 ml
(0.65 - 0.81 mmol/L)

matige  hypofosfatemie

1 - 2 mg/100 mL
(0.32 - 0.65 mmol/L)

ernstige hypofosfatemie

< 1 mg/100 ml
(<0.32 mmol/L)

Wat bij ketoacidose?

Diabetische ketoacidose is een belangrijke oorzaak van hypofosfatemie. Bij een ongecontroleerde diabetes komt fosfaatdepletie veel voor. Het vrijkomen van intacellulair fosfaat kan evenwel tijdelijk een hyperfosfatemie teweegbrengen.

Bij diabetische ketoacidose zal er in de eerste plaats aandacht besteed worden aan het terug onder controle krijgen van de glycemie. De ketoacidose en de daarmee gepaard gaande biochemische onevenwichten normaliseren daarna vanzelf. De behandeling zelf zorgt voor een zelflimiterende hypofosfatemie, die ook weer niets met een totale fosfaatdeficiëntie  te maken heeft, maar een gevolg is van de intracellulaire heropname van fosfaat.

Klinische complicaties als gevolg van hypofosfatemie door diabetische ketoacidose zijn zeldzaam. Het gaat dan om hemolyse of om rhabdomyolyse, gepaard gaande met myoglobinurie. Studies wijzen uit dat fosfaatsupplementatie geen invloed heeft op de duur van de ketoacidose, de benodigde insuline dosis, op de snelheid van glycemiedaling, noch op morbiditeit of mortaliteit. Bovendien zou  fosfaatsupplementatie tot hypocalcemie en hypomagnesiëmiekunnen leiden. De routinetoepasssing van fosfaatsupplementen worden daarom niet aanbevolen bij diabetische ketoacidose noch bij niet-ketotische hyperglycemie. Fosfaataanvulling is wel geïndiceerd bij patienten, die  cardiale dysfuncties, hemolytische anemie of respiratoire depressie ontwikkelen of bij ernstige hypofosfatemie <1.0 mg/100ml (0.32 mmol/L) [2].

Fosfaatrepletie

De voorkeur wordt gegeven aan orale toediening, indien mogelijk.  Orale preparaten bevatten meestal een combinatie van natrium en kaliumzouten van fosforzuur. Het alternatief is intraveneuze toediening. Daarbij wordt preferentieel enkel gekozen voor natriumzouten. Intraveneus fosfaat is potentieel gevaarlijk  omdat het kan neerslaan met calcium en ongewenste  effecten kan teweegbrengen zoals hypocalcemie, nierfalen door calciumfosfaatprecipitatie in de nieren en mogelijk fatale arithmieën.

De volgende benadering wordt voorgesteld

  • Asymptomatische patiënten met een serum fosfaatgehalte <2.0 mg/100 mL (0.64 mmol/L): orale fosfaattherapie om klinisch niet-zichtbare myopathie en spierzwakte te verhelpen.
  • Symptomatische patiënten:
    • oraal fosfaat: bij fosfatemie 1.0 - 1.9 mg/100 ml (0.32 - 0.63 mmol/L);
    • intraveneus fosfaat: bij fosfatemie  < 1.0 mg/100 ml (0.32 mmol/L), overschakelen naar oraal fosfaat zodra fosfatemie  >1.5 mg/100 ml (0.48 mmol/L).

Wat de orale therapie betreft, is een initiële orale dosis van 30 - 80 mmol fosfaat per dag bij een volwassene, verdeeld over 3 à 4 giften, gangbaar. Naargelang de situatie kunnen volgende regels worden aangehouden:

  • Fosfatemie ≥ 1.5 mg/100 ml (0.48 mmol/L): 1 mmol/kg elementair fosfor (totaal minimum 40 mmol, en maximaal 80 mmol) in 3 of 4 giften gespreid over 24 uur;
  • Fosfatemie < 1.5 mg/100 ml (0.48 mmol/L): 1.3 mmol/kg elementair forsfor (maximaal 100 mmol) in 3 of 4 giften gespreid over 24 uur;
  • Zwaar obese patienten krijgen de maximale dosis of een dosis aan gepast aan hun lengte en lichaamsgewicht;
  • Patienten met een gereduceerde  glomerulaire filtratie krijgen nagenoeg de helft van de voorgestelde initiële dosis.

De fosfatemie wordt gecontroleerd tussen 2 - 12 uur na de laatste dosis om na te gaan of bijkomende dosissen nodig zijn. Indien de fosfatemie te laag blijft wordt ook voor de volgende dag dezelfde procedure gevolgd. De fosfaatrepletie wordt gestopt zodra fosfatemie  ≥ 2.0 mg/100 ml (0.64 mmol/L) bedraagt, tenzij er een indicatie is voor een chronische therapie zoals bij een persistent urinair fosfaatverlies.

Bij het geven van fosfaatsupplementen komen gemakkelijk vergissingen voor omwille van verwarring over de exacte samenstelling en daaruit volgende berekeningsfouten. Men zal rekening houden met het natrium, kalium en elementair fosforgehalte en steeds hoeveelheden weergeven in mmol [3].

Formule

Een suikerhoudende fosfaatsiroop is geen goed idee voor een diabeticus. Een mogelijke suikervrije magistrale formule voor een orale oplossing is de volgende:

R/
Na2HPO4 76 g (= 535,36 mmol ) 
KH2PO4 23 g (= 169,10 mmol)
Sorbitol 188 g
Na saccharine 160 mg
Water gezuiverd tot 400 ml [4]

Het totaal fosfaatgehalte bedraagt 176.115 mmol/100 ml of 5,46 g elementair fosfor/100 ml.

Referenties: 

[1] D. J Moore, E.D Schraga, Hypophosphatemia in Emergency Medicine,  Medscape Reference, last updated april  26, 2012

[2] A. E Kitabchi, D. M Nathan, J. E Mulder, Treatment of diabetic ketoacidosis and hyperosmolar hyperglycemic state in adults, Uptodate

[3] A L Yu, J. R Stubbs,S. Goldfarb, J. P Forman, Evaluation and treatment of hypophosphatemia, Uptodate

[4] Wat is de formule van 'FOSFAATSIROOP' en hoe maak je dat?, Vraagbaak Prof.Kinget, geraadpleegd op 15 oktober 2013

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 18 oktober 2013

Expert: 
lucls5261