Skip to Content

Is er een interactie tussen tamoxifen en valeriaan? Is de combinatie af te raden? Zijn er nog andere voedingssupplementen/fytotherapeutica waarbij voorzichtigheid geboden is in combinatie met tamoxifen, en antikankerbehandelingen in het algemeen?

Theoretisch kan tussen tamoxifen en valeriaan een interactie optreden onder invloed van het CYP2D6-enzym. Verschillende studies tonen echter tegengestelde resultaten, waardoor moeilijk éénduidige conclusies kunnen getrokken worden. Bepaalde wortelbestanddelen van valeriaan kunnen mutageen en/of cytotoxisch zijn, maar dit is nooit aangetoond voor de preparaten die in België geregistreerd zijn als geneesmiddel. Op basis van de huidige wetenschappelijke literatuur is er dus geen duidelijke reden om de combinatie tamoxifen en valeriaan af te raden.

Voedingssupplementen worden enorm veel gebruikt door patiënten tijdens of na de behandeling van (borst)kanker. Bijwerkingen of mogelijke interacties van deze voedingssupplementen zijn meestal veel minder goed gekend dan bij klassieke geneesmiddelen, maar zijn daarom zeker niet minder aanwezig of van ondergeschikt belang.

Een beperkt aantal bronnen geven aan dat er mogelijks een interactie kan optreden tussen tamoxifen, een selectieve oestrogeen-receptor modulator en onder andere gebruikt bij de behandeling van hormoondependent borstcarcinoom, en valeriaan, een plantaardig middel ter bevordering van de slaap. Sommige in vitro proeven wijzen er immers op dat valeriaan mogelijk het CYP2D6-enzym kan stimuleren. Vermits tamoxifen door datzelfde enzym wordt omgezet naar zijn actieve metaboliet, kan dit theoretisch zorgen voor een verhoogde concentratie werkzame stof. In andere analoge studies wordt daarentegen aangetoond dat valeriaan het CYP2D6-enzym zal inhiberen of dat het er geen effect op zal hebben. Door deze zeer uiteenlopende resultaten is het moeilijk om een conclusie te trekken over de mogelijke interactie tussen tamoxifen en valeriaan. Bij het raadplegen van verschillende interactie-screening programma’s komt de interactie nergens naar voor.

Een andere mogelijke verklaring voor de ontradende boodschappen wat betreft de combinatie van beide geneesmiddelen zijn de potentieel mutagene en cytotoxische effecten van bepaalde wortelbestanddelen van valeriaan. Maar ook hier moeten we ons niet meteen zorgen maken. Het BCFI vermeldt expliciet dat deze niet detecteerbaar zijn in de preparaten op basis van valeriaan die als geneesmiddel geregistreerd zijn in België. De enige raadgeving die we hier kunnen geven is om patiënten steeds een als geneesmiddel geregistreerd product aan te bevelen. In België zijn volgende monopreparaten met valeriaan geregistreerd als geneesmiddel: Dormiplant Mono®, Relaxine®, Valdispert® en Valerial®. Geregistreerde combinatiepreparaten met valeriaan zijn Calmiplant® en Seneuval® (volgens het BCFI op 30/8/2013).

Tenslotte geven we nog mee dat er een beperkt aantal klinische studies zijn die de interactie bestudeerden tussen valeriaan en alprazolam, dextromethorfan, midazolam en coffeïne. Al deze studies concluderen echter dat er geen interactie aantoonbaar is. Hetzelfde geldt voor studies met andere plantaardige voedingssupplementen en antikankerbehandelingen. Voor Ginkgo biloba , Ginseng spp., Allium sativum (knoflook) en Echinacea spp. (zonnehoed) kunnen theoretisch dezelfde interacties verwacht worden (met CYP-enzymen), maar wordt in vivo geen effect waargenomen. Voor knoflook en Ginkgo dient volledigheidshalve rekening te worden gehouden met een mogelijk bloedverdunnend effect.

Om te concluderen kunnen we stellen dat er op basis van de huidige wetenschappelijke kennis geen duidelijke reden is om de combinatie tamoxifen en valeriaan af te raden.

Referenties: 

[1] Malekzadeh F., Rose C., Ingvar C., Jernström, H. Natural remedies and hormone preparations: potential risk for breast cancer patients. A study surveys the use of agents which possibly counteract with the treatment. Lakartidningen. 2005;102(44):3226-3231.

[2] Ashikaga T., Bosompra K., O’Brien P., Nelson L. Use of complementary and alternative medicine by breast cancer patients: prevalence, patterns and communication with physicians. Support Care Cancer. 2002;10:542-548.

[3] Burstein HJ.,Gelber S., Guadagnoli E., Weeks JC. Use of alternative medicine by women with early-stage breast cancer. N Engl J Med. 1999;340:1733-1739.

[4] Andrew K.L.,  Goey A., Mooiman K., Beijnen J., Schellens J., Meijerman I. Relevance of in vitro and clinical data for predicting CYP3A4-mediated herb–drug interactions in cancer patients. Cancer Treatment Reviews 39: 773-783.

[5] HealthBase. Commentaren medicatiebewaking 2010/2011.

[6] http://www.kanker.be/voedingssupplementen/20452, geraadpleegd op 30/8/2013.

[7] http://www.minerva-ebm.be, geraadpleegd op 30/8/2013.

[8] http://www.bcfi.be, geraadpleegd op 30/8/2013.

[9] http://www.delphicare.be, geraadpleegd op 30/8/2013.

[10] http://www.uptodate.com, geraadpleegd op 30/8/2013.

[11] http://nccam.nih.gov/health/valerian, geraadpleegd op 30/8/2013.

Auteurs:

Drs. Apr. Sara Desmaele (UZ Brussel/VUB),
Prof. Dr. Apr. Stephane Steurbaut (UZ Brussel/VUB)
Prof. Dr. Kristiaan Demeyer (VUB-dienst FAFY).
 

Datum laatste actualisatie: 17 september 2013

Expert: 
expert