Skip to Content

5-hydroxytryptophaan "zou" een antidepresieve werking hebben ? Wat is daarvan aan ?

Klinische studies en veiligheidsrapporten suggereren dat supplementatie van 5-hydroxytryptofaan tenminste enige antidepressieve werkzaamheid heeft en over het algemeen goed getolereerd wordt. Definitieve conclusies zijn echter niet mogelijk op basis van de voorliggende evidentie. Het betreft overigens vooral oudere studies. Sinds het op de markt komen van de SSRI's is de wetenschappelijke aandacht voor 5-HTP erg verminderd. Dat is jammer want intussen kan 5-HTP wel vrij gebruikt worden als voedingssupplement zonder enige supervisie.

De belangrijkste biochemische theorie van depressie is de mono-amine hypothese. Deze stelt dat depressie een gevolg is van een functioneel tekort aan mono-amine transmitters op bepaalde locaties in de hersenen. Het blijkt vooral om noradrenaline en serotonine (SER) te gaan en in mindere mate om dopamine.

Het doel van de antidepressieve therapie is, deze deficits weg te werken door de heropname  van serotonine (SSRI's) of  van serotonine en noradrenaline samen (niet-selectieve heropnameremmers) te vertragen, dan wel hun afbraak af te remmen (MAO-inhibitoren). Een andere aanpak zou erin kunnen bestaan de  aanmaak van serotonine te stimuleren, ondermeer door de aanvoer van de precursor L-5-hydroxytryptofaan (5-HTP) te beïnvloeden, dat zelf in het lichaam wordt aangemaakt uit het essentieel aminozuur tryptofaan (TRP). Vele studies tonen aan dat tekorten aan TRP door een TRP-arm dieet al binnen enkele uren tot depressies leiden. Dalende waarden van TRP, SER en van de SER-metaboliet 5-hydroxyindolazijnzuur (5-HAA),  worden daarbij gemeten, zowel in cerebrospinaal vocht als in het bloed.

De tryptofaan-pathway

Een normaal westers dieet bevat nagenoeg 0.5 g TRP/dag, waarvan slechts 2 - 3% gebruikt wordt voor de serotonineproductie in het centrale zenuwstelsel.  Als TRP-tekort tot depressie leidt, dan zou extra aanvoer depressie kunnen verhelpen? Dit blijkt in de praktijk niet zo eenvoudig te zijn, omdat vele factoren een invloed hebben op het TRP-verbruik.

Het snelheidsbepalende  enzym in de SER-synthese is het L-Tryptofaan-5-monoxogynese (TPH - tryptofaanhydroxylase). Dit enzym zet TRP om in 5-HTP. De reactie wordt geremd door talrijke factoren zoals stress, insulineresistentie, pyridoxine (vitamine B6)- deficientie, magnesiumtekort en, paradoxaal,  hoge dosissen TRP. Genetisch polymorfisme is beschreven voor TPH. Er zijn aanwijzingen dat dit polymorfisme geassocieerd is met het onstaan van depressie en zelfmoordgedachten.
5-HTP wordt vervolgens omgezet in SER door decarboxylatie onder invloed van L-aminezuur decarboxylase (AADC). Ditzelfde enzym catalyseert de decarboxylatie van meerdere aminozuren en zet ook DOPA om in dopamine. Het enzym werkt zowel in de perifere weefsels als in het centraal zenuwstelsel. Via de voeding ingenomen 5-HTP zal vooral perifeer snel omgezet worden in SER. Dat SER kan echter de bloed-hersenbarriëre niet passeren en draagt bijgevolg niet bij tot de SER-reserves van het centraal zenuwstelsel.

De tryptofaan pathway

Behalve een precursor voor 5-HTP en SER, is TRP eveneens een precursor in de kynurenine-synthese. Talrijke publicaties bevestigen dat stimulatie van de verantwoordelijke enzymen tot sneller verbruik van de TRP-voorraad leidt. Remming van de kynurenine-pathway zou de beschikbaarheid van TRP voor SER-synthese bijgevolg kunnen verhogen, ware het niet dat TRP zelf stimulerend werkt op de kynureninesynthese. Ook proinflammatoire cytokines zoals tumor necrose factor-a (TNF-a), interleukine (IL)-1, IL-2, en IFN-g  stimuleren de kynureninesynthese en veroorzaken perifeer een depletie van TRP.

Tenslotte is er nog melatonine, aangemaakt in de pijnappelklier uit SER, dat via een opregulerende werking op de genexpressie van bepaalde cytokines ook weer een invloed heeft op het TRP-verbruik en dus ook op de SER-synthese.

Al deze feiten tonen aan dat het verbruik van TRP aan complexe mechanismen gekoppeld is en dus weinig houvast biedt om op voldoende beheersbare wijze de centrale SER-spiegels omhoog te krijgen en depressie te behandelen. Er is geen enkele garantie dat dieetsupplementen van TRP een verhoging van 5-HTP en SER in de hersenen teweegbrengen.

5-HTP (synoniem: oxitriptan)

Toediening van 5-HTP zou het voordeel moeten hebben dat de snelheidsbepalende stap in de synthese van SER wordt omzeild en tegelijk alle daarbijhorende invloedsfactoren in verband met het TRP-verbruik wegvallen. De verhoogde SER-productie onder invloed van 5-HTP is bij ratten en muizen inderdaad een vaststaand feit. In deze dieren worden experimentele SER-syndromen opgewekt door toediening van 5-HTP (100-200 mg/kg). De test wordt aangewend om op een gestandaardiseerde wijze de potentiërende werking van SSRI's op dit syndroom de evalueren.

Het  commercieel, biologisch actief L-enantiomeer van 5-HTP wordt geproduceerd door extractie uit de zaden van de Afrikaanse plant Griffonia simplicifolia. 5-HTP kan als dieetsupplement worden toegediend en wordt goed geabsorbeerd. Van een orale dosis wordt  nagenoeg 70% in de bloedstroom teruggevonden. De toevoeging van carbidopa resulteert in een 14-voudige stijging van de 5-HTP-plasmaspiegels. 5-HTP passeert gemakkelijk de bloed-hersenbarriëre en is dus in de hersenen beschikbaar voor de eindstap in de SER-synthese.

Definitieve, grootschalige studies die ook bij de mens  de werkzaamheid en de veiligheid van 5-HTP al dan niet aantonen zijn er niet. 27 studies (totaal N=990) worden in 2 reviews [1, 2] geciteerd, maar ze zijn te heterogeen om in een meta-analyse te groeperen. Opvallend is dat de meest recente studie dateert van 1988, de overige zijn nog ouder. In 7 van de slechts 11 dubbelblinde studies komen de auteurs tot het besluit dat 5-HTP beter is dan placebo. Slechts 5 van deze 7 studies omvatten voldoende subjecten en melden statistisch sigificante resultaten. 1 daarvan betrof een combinatie van 5-HTP en een dopaminagonist. De overige studies varieerden erg van opzet. Twee studies vonden dat 5-HTP even werkzaam was als imipramine of fluvoxamine. Twee andere vonden dat 5-HTP minder werkzaam was dan tranylcypromine. Een gezamenlijk besluit valt uit deze studies niet af te leiden maar globaal ontstaat een positief beeld dat verder onderzoek verrechtvaardigt. Of de toevoeging van carbidopa het klinisch resultaat verbetert is niet duidelijk.

De genoemde studies lopen ook uiteen qua doseringsschema, maar de meeste doseringen lagen tussen 200 -300 mg/dag, al dan niet in combinatie met carbidopa. De doseerschema's in de studies, voor zover medegedeeld, varieerden van 2 tot 4 toedieningen per dag. Het halfleven van 5-HTP is vrij kort (4.3 ±2.8 u). De maximale bloedconcentratie wordt bereikt na 1- 2 uur. Dit pleit voor een meer frequente toediening van lagere dosis. Het aantal klachten over misselijkheid zou dan bovendien lager liggen.

Veiligheid van 5-HTP

Nausea, braken en diarree zijn de meest waargenomen bijwerkingen. Hoofdpijn, slapeloosheid en hyperthermie zijn minder frequent. Theoretisch, maar nooit klinisch waargenomen, is een serotoninesyndroom mogelijk. Dit zou betekenen dat de dosis te hoog is, eventueel door combinatie met andere antidepressiva. Het serotoninesyndroom is gekenmerkt door hypertensie, hyperthermie, flushing, hyperreflexie, duizeligheid, desorientatie  en spierkrampen. Mocht het zich voordoen dan zal een stopzetting van de behandeling binnen 24 uur tot verdwijning van de symptomen leiden.

De bevindingen in verband met de veiligheid zijn dus eveneens positief, maar preliminair wegens het gering aantal patiënten dat werd gevolgd. 5-HTP moet daarom toch met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten zowel onder monotherapie als combinatietherapie, zeker in co-medicatie met SSRI en MAO. Er zijn geen goed gecontroleerde studies over het de veiligheid bij zwangere vrouwen noch over de lange termijneffecten van 5-HTP.

Recente klinische studie over 5-HTP

Na vele jaren stilte verscheen er enkele maanden geleden een nieuwe studie, die betrekking heeft op 70 patiënten, die een eerste depressieve episode meemaakten. 60 daarvan maakten de studie af. Ze werden at random verdeeld over 2 groepen, waarvan één groep L-5-HTP en de andere fluoxetine kreeg voor een periode van 8 weken. Bij alle patienten werd de  ernst van de depressie gevolgd aan de hand van de Hamilton Rating Scale for Depression (HAM-D), bepaald bij het begin (basislijn), na 2, 4 en 8 weken. De werkzaamheid werd gemeten door de evolutie van de HAM-D ten opzichte van de basislijn te bepalen. Beide behandelingsgroepen vertoonden significante en nagenoeg gelijke reductie in de HAM-D scores vanaf week 2 tot week 8. Deze auteurs laten er geen twijfel over bestaan dat ze overtuigd zijn van de antidepressieve werking van 5-HTP.[3]

Besluit:

Alles samen wijzen klinische studies en veiligheidsrapporten aan dat 5-HTP supplementatie tenminste enige antidepressieve werkzaamheid heeft en over het algemeen goed verdragen wordt. Definitieve conclusies zijn echter niet mogelijk op basis van de voorliggende evidentie. De gevoerde studies dateren uit de tijd toen de serotonine-hypothese voor depressie een hot topic was. Sinds het op de markt komen van de SSRI's is de aandacht voor 5-HTP erg verminderd. Omdat 5-HTP een dieetsupplement is, zijn er onvoldoende financiële incentives voor verder fundamentel onderzoek over de antidepressieve werking van 5-HTP. Nochtans staat de rol van serotonine in depressie buiten alle twijfel en is 5-HTP de directe precursor van de serotoninesynthese. Intussen kan 5-HTP wel vrij gebruikt worden als voedingssupplement zonder enige supervisie.  

Referenties: 

[1] Turner EH, Loftis JM, Blackwell AD., Serotonin a la carte: supplementation with the serotonin precursor 5-hydroxytryptophan., Pharmacol Ther. 2006 Mar;109(3):325-38. Epub 2005 Jul 14.

[2] Iovieno N, Dalton ED, Fava M, Mischoulon D., Second-tier natural antidepressants: review and critique, J Affect Disord. 2011 May;130(3):343-57. doi: 10.1016/j.jad.2010.06.010. Epub 2010 Jun 26.

[3] Jangid P, Malik P, Singh P, Sharma M, Gulia AK., Comparative study of efficacy of l-5-hydroxytryptophan and fluoxetine in patients presenting with first depressive episode., Asian J Psychiatr. 2013 Feb;6(1):29-34. doi: 10.1016/j.ajp.2012.05.011. Epub 2012 Jul 12.

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 17 juli 2013

Expert: 
lucls5261