Skip to Content

Een vertegenwoordiger van een concurrerende firma kwam ons vertellen dat we moeten opletten met Tasectan omdat het de opname van verschillende geneesmiddelen door de darmwand zou verhinderen. Is hier evidentie voor? Ook zou het extra vocht onttrekken.

Aangezien de literatuur een andere werking suggereert dan dat de productinformatie van dit medical device laat vermoeden, raden we enige omzichtigheid aan. Mogelijke hepatotoxiciteit en verminderde ijzerabsorptie maken het product niet geschikt voor langdurig of frequent gebruik. Over absorptie van andere medicatie zijn niet onmiddellijk gegevens terug te vinden in de literatuur. Het mogelijk vrijgestelde tanninezuur werkt antisecretoir.

Binnen de wereld van anti-diarreïca zijn recent enkele nieuwe producten op de markt gekomen, waardoor reeds lang bestaande formulaties hun marktaandeel zien dalen. Niet onlogisch dat elke firma haar eigen product zo goed mogelijk wil kaderen. Of het ideaal is om dit te doen door de concurrentie af te breken blijft de vraag natuurlijk…

Maar wat weten we van Tasectan®? Wat vertelt de firma en wat vinden we erover terug in de literatuur?
Tasectan® bevat gelatinetannaat en is op de markt gebracht als een medical device en dus niet als geneesmiddel geregistreerd. Marketinggegevens suggereren dat het enkel een bescherming van de darmwand geeft tegen schadelijke invloeden van eventuele toxines die diarree veroorzaken [1]. Tannines zorgen inderdaad via hun adstringerende werking voor het neerslaan van pro-inflammatoire mucoproteïnes en zorgen dat deze via de stoelgang verwijderd worden en aldus geen irritatie van de darmmucosa en hypersecretie kunnen geven [2-4]. Maar naast deze lokale werking als adstringens zijn er relatief veel publicaties terug te vinden die wijzen op een inwerking van polyfenolen zoals tanninezuur (dat gehydrolyseerd kan worden uit gelatinetannaat) op diverse chloridekanalen in de enterocyt [5-9].

De vraag stelt zich of er al dan niet tanninezuur in de darm wordt vrijgesteld uit het gelatinecomplex. Volgens de productinformatie niet. Toch wijzen sommige literatuurstudies op een hydrolyse van gelatinetannaat tot gelatine en tanninezuur in de darm [10-11]. Zeker bij bepaalde darmaandoeningen zoals colitis ulcerosa is wegens verhoging van de normale dunne darm pH deze omzetting te verwachten [12-13]. In de literatuur vinden we aanwijzingen dat tanninezuur bij overmatig gebruik hepatotoxisch zou zijn en het de absorptie van ijzer verhindert, met kans op anemie [14-17]. Bijgevolg is Tasectan® enkel geïndiceerd voor occasioneel of kortdurend gebruik bij acute diarree. Op zich zou tanninezuur ook vrij etsend zijn voor de maag, maar dit wordt tegengegaan door het tannaat in een gelatinevorm op de markt te brengen.

Omwille van de onduidelijkheid rond het al dan niet vrijstellen van tanninezuur is enige voorzichtigheid aangewezen en moet langdurig of frequent gebruik vermeden worden. Bij baby’s en jonge kinderen moet rehydratie als de hoeksteen van diarree-therapie blijvend in acht worden genomen.

Tasectan® wordt om de 6 uur toegediend met een dosering volgens de leeftijd [1].

In concreto: Aangezien de literatuur een andere werking suggereert dan dat de productinformatie van dit medical device laat vermoeden, raden we enige omzichtigheid aan. Mogelijke hepatotoxiciteit en verminderde ijzerabsorptie maken het product niet geschikt voor langdurig of frequent gebruik. Over absorptie van andere medicatie zijn niet onmiddellijk gegevens terug te vinden in de literatuur. Het mogelijk vrijgestelde tanninezuur werkt antisecretoir. Het product onttrekt dus geen water aan het lichaam, maar heeft mogelijk eerder een omgekeerde werking.

Referenties: 

[1]. Productinformatie Tasectan®

[2]. Souza S.M. et al. Antiinflammatory and antiulcer properties of tannins from myracrodruon urundeuva Allemão (Anacardiaceae) in rodents. Phytother Res 2007; 21: 220-5.

[3]. Chen J.C. Antidiarrheal effect of Galla Chinensis on the Escherichia coli heat-labile enterotoxin and ganglioside interaction. Journal of Ethnopharmacology 2006; 103: 385-391.

[4]. Morinaga N. et al. Differential activities of plant polyphenols on the binding and internationalization of cholera toxin in vero cells. The Journal of Biological Chemistry 2005; 280 (24): 23303-23309.

[5]. Namkung W. et al. Inhibition of Ca2+-activated Cl--channels by gallotannins as a possible molecular basis for health benefits of red wine and green tea. FASEB J. 2010; 24: 4178-4186.

[6]. Thiagarajah J.R. & Verkman A.S. CFTR pharmacology and its role in intestinal fluid secretion. Current Opinion in Pharmacology 2003; 3: 594-599.

[7]. Gabriel S.E. et al. A novel plant-derived inhibitor of cAMP-mediated fluid and chloride secretion. Am. J. Physiol Gastrointest Liver Physiol 1999; 276: G58-G63.

[8]. Wongsamitkul N. et al. A plant-derived hydrolysable tannin inhibits CFTR chloride channel: a potential treatment of diarrhea. Pharmaceutical Research 2010; 27 (3): 490-497

[9]. Ren A. et al. A tannic acid-based medical food, Cesinex, exhibits broad-spectrum antidiarrheal properties: a mechanistic and clinical study. Dig Dis Sci 2012; 57: 99-108.

[10] Carretero J.E. et al. A comparative analysis of response to ORS (oral rehydration solution) vs. ORS-gelatin tannate in two cohorts of pediatric patients with acute diarrhea. Rev Esp Enferm Dig 2009; 101 (1): 41-48.

[11] Frasca G. et al. Gelatin tannate reduces the proinflammatory effects of lipopolysaccharide in human intestinam epithelial cells. Clinical and Experimental Gastoenterology 2012; 5: 61-67.

[12] Press AG et al. Gastrointestinal pH profiles in patients with inflammatory bowel disease. Aliment Pharmacol Ther. 1998 Jul;12(7):673-8.

[13] Nugent SG et al. Intestinal luminal pH in inflammatory bowel disease: possible determinants and implications for therapy with aminosalicylates and other drugs. Gut 2001; 48: 571-577.

[14]. Zhu J, Filippich L.J., ALsalam M.T. Tannic acid intoxication in sheep and mice. Res Vet Sci. 1992 Nov; 53(3): 280-92.

[15]. Ogasawara H. et al. Subchronic Oral Toxicity Study of Tannic Acid in F344 Rats. Eisei Shikenjo Hokoku 1990; (108): 84-9.

[16]. Martindale in Medicines Complete online database 2013.

[17]. Afsana K. et al. Reducing effect of ingesting tannic acid on the absorption of iron, but not zinc, copper and manganese by rats. Biosci Biotechnol Biochem 2004; 68 (3): 584-592.

Auteur:
Lies Leemans

Datum laatste actualisatie: 19 augustus 2013

Expert: 
liels4316