Skip to Content

Een ongeruste mama stelt zich de vraag of het langdurig regelmatig gebruik van trimethoprim ter behandeling van nierinfecties oorzakelijk verband kan hebben met enerzijds vroege puberteitsverschijnselen en anderzijds onstaan van een niersteen?

Het optreden van nierstenen na frequent gebruik van trimethoprim is niet uit te sluiten, althans niet wanneer de raadgeving om veel te drinken niet wordt opgevolgd. Een direct verband tussen nierstenen en gebruik van trimethoprim is tot op heden wellicht echter twijfelachtig.Ook is er geen enkel bewijs of farmacologische reden om vroegtijdige puberteit in verband te brengen met trimethoprim.

Trimethoprim en het ontstaan van nierstenen…het verhaal van de kip of het ei?

Een zoektocht doorheen de literatuur levert geen studies op die rechtstreeks een verband aantonen tussen het gebruik van trimethoprim en het ontstaan van nierstenen. Wanneer we echter de SKP (Samenvatting Kenmerken Product = wetenschappelijke bijsluiter) doorlezen merken we dat er gewezen wordt op het belang van veel drinken bij inname van trimethoprim (rubriek 4.4 Bijzondere waarschuwingen: ‘Bij patiënten die gedurende lange tijd worden behandeld moeten urine-onderzoeken en de nierfunctiecontroles regelmatig worden uitgevoerd. Tijdens de behandeling moet worden gezorgd voor een voldoende vochtinname en urineproductie om kristallurie te voorkomen’). Ook in de rubriek  bijwerkingen staat vermeld dat kristallurie in zeldzame gevallen (zijnde bij minder dan 1/10.000 patiënten) gerapporteerd werd.

Kristallurie is een van de risicofactoren voor nierstenen. De foto’s hieronder tonen duidelijk de structuur aan van een niersteen, bestaande uit een samenklontering van diverse kristallen. Vandaar het belang om veel te drinken, met als doel de kristallen zoveel mogelijk uit te scheiden en steenvorming te verhinderen.

   
A: operatief verwijderde niersteen   B: Elektronenmicroscopisch beeld van een niersteen

Het is dus niet ondenkbaar dat na jaren frequent gebruik van trimethoprim er een verhoogd risico is op een niersteen, toch wanneer de voorzorgsmaatregel van veel drinken niet in acht wordt genomen. Een zwart-op-wit relatie is er echter niet. Nergens in de productinformatie vinden we ontwikkeling van nierstenen terug als nevenwerking.
Sommige publicaties wijzen op het feit dat nierstenen zelf aan de basis kunnen liggen van  een infectie.  Uit enkele studies van Holmgren bleek dat in één derde van de niersteenoperaties er een urineweginfectie kon worden vastgesteld die in verband kon gebracht worden met de niersteenontwikkeling. Vooral Proteus- en E. Coli-stammen werden gedetecteerd.

Trimethoprim en vroegtijdige puberteit

Nergens in de literatuur wordt gewag gemaakt van een eventuele relatie tussen het vroegtijdig intreden van de puberteit en het gebruik van trimethoprim. Volgende bronnen werden geconsulteerd:

  • SKP Bactrim
  • Anonymus. Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium. www.bcfi.be
  • Pubmed database
  • Medicines Complete (online database met o.a. Martindale, BNF, Stockley drug interactions…)
  • Cochrane database
  • Goodman and Gilman’s, the pharmacological basis of therapeutics.
  • Pharmacotherapy. A pathophysiologic approach 6th ed.

Geen enkel van deze wetenschappelijk sterk onderbouwde standaardwerken maakt melding van vroegtijdige pubertijd door aanhoudend gebruik van trimethoprim.

Wat mogen we uit dit alles concluderen?
Het optreden van nierstenen na frequent gebruik van trimethoprim is niet uit te sluiten, althans niet wanneer de raadgeving om veel te drinken niet wordt opgevolgd. Nochtans werd deze bijwerking niet gerapporteerd in de wetenschappelijke bijsluiter en wordt er enkel gewezen op een zeldzame melding van kristallurie. Dit laat vermoeden dat een direct verband tussen nierstenen en gebruik van trimethoprim tot op heden niet werd aangetoond en wellicht twijfelachtig is.

Er is geen enkel bewijs of farmacologische reden om vroegtijdige puberteit in verband te brengen met trimethoprim.

Referenties: 

[1] Brunton et al. Goodman and Gilman’s, the pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. McGraw Hill 2012.

[2] Cochrane database

[3] DiPiro et al. Pharmacotherapy. A pathophysiologic approach 6th ed.2005. Mc-Graw Hill.US.

[4] Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium. www.bcfi.be

[5] Holmgren K. Urinary calculi and urinary tract infection. A clinical and microbiological study. Scand J Urol Nephrol Supll 1986; 98: 1-71.

[6] Holmgren K. et al. The relation between urinary tract infections and stone composition in renal stone formers. Scand J Urol Nephrol 1989; 23 (2): 131-136.

[7] Medicines Complete (online database met o.a. Martindale, BNF, Stockley drug interactions…)

[8] Pubmed database

[9] SKP Bactrim

[10] Zanetti et al. Infections and urolithiasis: current clinical evidence in prophylaxis and antibiotic therapy. Arch Ital Urol Androl 2008; 80 (1): 5-12.

Auteur:
Lies Leemans

Datum laatste actualisatie: 15 mei 2013

Expert: 
liels4316