Skip to Content

Is er klinische evidentie voor de combinatie van Onbrez en Spriva? Is het gebruik van beide puffers 's morgens dan ideaal (wegens lange werkingsduur) of worden deze beter gespreid?

Door een verschillend werkingsmechanisme is het wel aanneembaar dat het zou kunnen dat beide puffers gebruikt moeten worden. En zou het eventueel kunnen dat ze allebei 's morgens mogen gebruikt worden aangezien ze beide een heel lange halfwaardetijd hebben.

Een recente Cochrane review evalueert de resultaten van 5  parallele, gerandomiseerde, gecontroleerde klinische trials, waarbij COPD-patiënten gedurende drie maanden of langer werden gevolgd. In al deze studies wordt monotherapie met  tiotropium vergeleken met een combinatietherapie van tiotropium met een langwerkende bèta2-agonist (3263 patiënten). De gebruikte bèta2-agonisten waren indacaterol (2 studies), formoterol (2 studies) en salmeterol (1 studie). Eén van deze studies omvatte daarenboven ook nog een behandelingsgroep met enkel een langwerkende  bèta2-agonist.  Die studiegroep was evenwel te beperkt (417 deelnemers) om harde conclusies te trekken.

Een van de primaire eindpunten was een kwantitatieve meting van de gemiddelde verbetering van de levenskwaliteit ten opzichte van de basislijn vóór de aanvang van de behandeling . Dat gebeurde bij middel  van een gestandaardiseerde vragenlijst. Daarbij scoorde de combinatietherapie matig maar significant beter.  Wat de longcapaciteit betreft, bedroeg de stijging van de FEV1-waarde in de controle-arm (tiotropium alleen) 0.03 L -  0.13 L ten opzichte van de basislijn . Bij cotherapie was die stijging sterker (gemiddeld bedroeg het verschil t.o.v. de controle-arm 0.07 L; 95% CI 0.05 - 0.09). Op het vlak van de andere uitkomsten, met name het aantal ziekenhuisopnamen, de mortaliteit, het aantal exacerbaties e.a. waren er geen verschillen tussen mono- en co-therapie.

De auteurs erkennen  dat de klinische relevantie van dit gering voordeel  van de combinatietherapie  nog onduidelijk is. Er is ook niets bekend over de mogelijke verschillen tussen de beta-agonisten onderling en in hoeverre het gunstig voordeel ook geldt ten aanzien van monotherapie met een langwerkende bèta2-agonist  [1].

Een nog meer recente publicatie meldt de resultaten van twee identiek opgevatte dubbelblinde studies gedurende 12 weken op 1134 resp. 1142 patiënten met matig tot ernstige COPD. Alle patiënten gebruikten 18 µg tiotropium 1 x daags. De helft kreeg daarenboven ofwel 150 µg indacaterol toegediend, de andere helft placebo. Vergeleken met monotherapie, steeg de FEV1-waarde met een extra 0.13 resp. 0.12 L bij co-therapie. (Milde) hoest kwam meer voor bij co-therapie (10% en 9%) dan bij monotherapie met tiotropium (beide groepen 4%). Andere nevenwerkingen waren gelijk in beide behandelingsgroepen.

De auteurs menen op basis van hun bevindingen te mogen besluiten dat er goede argumenten zijn  voor een combinatie van 2 bronchodilatoren met onderling verschillend werkingsmechanisme [2].

Referenties: 

[1] Karner C, Cates CJ. Long-acting beta2-agonist in addition to tiotropium versus either tiotropium or long-acting beta2-agonist alone for chronic obstructive pulmonary disease. Cochrane Database of Systematic Reviews 2012, Issue 4.

[2] Mahler DA, D'Urzo A, Bateman ED, Ozkan SA, White T, Peckitt C, Lassen C, Kramer B, Concurrent use of indacaterol plus tiotropium in patients with COPD provides superior bronchodilation compared with tiotropium alone: a randomised, double-blind comparison, Thorax. 2012 Sep;67(9):781-8. Epub 2012 Apr 27.

 

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 18 april 2013

Expert: 
lucls5261