Skip to Content

Welk lokaal anestheticum verdient de voorkeur bij tandheelkundigde ingreep bij iemand die borstvoeding geeft?

In de praktijk vormt borstvoeding geen contra-indicatie voor lokale anesthesie. Er zijn geen gevallen bekend van toegebrachte schade of toxiciteit bij zuigelingen. Toch migreren kleine hoeveelheden lokale anesthetica naar de moedermelk. Hun gastro-intestinale resorptie is evenwel gering. Wie toch meer veiligheid wil inbouwen tracht de verdoving net na de borstvoeding te plannen zodat er enkele uren verlopen vóór de volgende voeding.

In de praktijk vormt zwangerschap geen contra-indicatie voor  lokale anesthesie (vb. epidurale verdoving) met lokale anesthetica, al dan niet gecombineerd met een vasoconstrictor. Dit geldt nog meer voor borstvoeding. Er zijn geen gevallen bekend van toegebrachte schade of toxiciteit bij zuigelingen. Toch migreren kleine hoeveelheden lokale anesthetica naar de moedermelk.  Hun gastro-intestinale resorptie is evenwel gering en vormt een goede veiligheidsbarriëre [1].

Bij gebrek aan sluitende bewijzen van onschadelijkheid, blijven de bedrijven in hun bijsluiters, zoals steeds, heel voorzichtig. De relatie tussen geïnjecteerde dosis en het gehalte in de moedermelk is voor de meeste producten onbekend. Bij metingen uitgevoerd bij 7 moeders die lokaal 3.6 - 7.2 ml 2% lidocaïne (zonder adrenaline) kregen ingespoten werden volgende cijfers genoteerd.

 

2 u na injectie

3 u na injectie

6 u na injectie

 

plasma

melk

melk

lidocaîne

347.6 +/- 221.8 µg/L

120.5 +/- 54.1 µg/L

58.3 +/- 22.8 µg/L

monoethyl-glycinexylidide
(MEGX)

58.9 +/- 30.3 µg/L

97.5 +/- 39.6 µg/L

52.7 +/- 23.8 µg/L

Op basis van een inname van 90 mL moedermelk om de 3 uur werden de dagdosissen van lidocaine en zijn belangrijkste metaboliet monoethyl-glycinexylidide (MEGX)  geschat op resp. 73.41 +/- 38.94 µg/L/dag en 66.1 +/- 28.5 µg/L/dag. Hieruit werd geconcludeerd dat borstvoeding veilig kan worden verder gezet na een tandheelkundige behandeling onder lokale anesthesie [2]. Tot dezelfde conclusie kwam ook al een vroegere case report [3].

Een moeder, die om ethische redenen contaminatie met lokale anesthetica toch  volledig tracht te vermijden, kan 6 x de halfwaardetijd hanteren als criterium voor het nagenoeg volledig verdwijnen van de stof uit de moedermelk. De meest producten hebben een halfleven van nagenoeg 90 minuten, wat betekent dat er 9 uur zou moeten worden gewacht. Bupivacaïne en mepivacaïne verdwijnen iets trager. Korter werkende middelen zijn in die optiek beter geschikt. Articaïne (niet geregistreerd in België) heeft een halfleven van 27 minuten en is na 3 uur zo goed als verdwenen. Ook de oudere esters zoals benzocaîne verdwijnen sneller maar worden niet meer gebruikt [1].

Enkele relevante gegevens van de lokale anesthetica [4,5]

 

FDA-code
zwanger-schap

FDA-code borst-voeding

overgang serum melk

melk/serum
ratio

t1/2 (eliminatie volwassenen)

Lidocaine (Xylocaine)

B

L3

zwak

0.5 - 0.7 (I.V.)

1.5 - 2 u

(Levo)bupivacaine  (Marcaine, Chirocaine)

C

L2

zeer zwak

onbekend

2.7 u

Prilocaïne  (Citanest)

B

L?

zeer zwak

onbekend

10 - 150 min

Ropivacaine (Naropin)

B

L?

onbekend

onbekend

1.8u

Mepivacaine (Scandicaine)

C

L3

onbekend

onbekend

2-3u

Verklaring van de FDA-zwangerschapscode

  • B: Studies bij dieren geven geen aanwijzingen voor een risico op een schadelijk effect voor de foetus en gecontroleerde studies bij de mens zijn niet beschikbaar, of studies bij dieren hebben een schadelijk effect op de foetus bewezen maar gecontroleerde studies bij zwangere vrouwen hebben geen foetaal risico kunnen aantonen.
  • C: Studies hebben aangetoond dat dit geneesmiddel bij dieren teratogene en foetotoxische effecten heeft, maar er zijn geen gecontroleerde studies bij de mens beschikbaar; of er zijn geen studies uitgevoerd, bij dieren noch bij mensen.

Verklaring van de FDA-borstvoedingscode

  • L2: veilig Geneesmiddel die in een beperkt aantal studies bij zogende vrouwen geen verhoging in het optreden van ongewenste effecten bij het kind veroorzaakte. En/of het mogelijk optreden van een bewezen risico ten gevolge van de inname van dit geneesmiddel bij een zogende vrouw is klein.
  • L3: tamelijk veilig: Gecontroleerde studies met dit geneesmiddel bij zogende vrouwen zij niet beschikbaar. Nochtans bestaat een risico voor het optreden van ongewenste effecten bij het kind; of, gecontroleerde studies toonden enkel minimale niet bedreigende neveneffecten. Dit geneesmiddel zal enkel worden toegediend indien het potentieel voordeel een potentieel risico voor het kind rechtvaardigt.
  • L?: Geen gegevens zijn beschikbaar

Richtlijnen per product

De eliminatiesnelheden van lokale anesthetica variëren met de wijze van gebruik (epiduraal duurt langer). Ze ondergaan bovendien een doorgedreven biotransformatie en worden voornamelijk onder de vorm van metabolieten uitgescheiden. Omwille van hun geringer vermogen tot biotransformatie zijn de halfwaardetijden hoger bij kinderen.

Een rationele keuze maken op basis van farmokinetische eigenschappen ligt dus niet voor de hand, maar is wellicht niet nodig, aangezien er voor geen enkel product grote reserves gelden. We citeren letterlijke de adviezen voor de diverse producten uit de Drugs and Lactation Database (LactMed) van de Amerikaanse National Institutes of Health [6].

Lidocaine  concentrations in milk during continuous IV infusion, epidural administration and in high doses as a local anesthetic are low and the lidocaine is poorly absorbed by the infant. Lidocaine is not expected to cause any adverse effects in breastfed infants. No special precautions are required.

Bupivacaine : because of the low levels of bupivacaine in breastmilk, and it is not orally absorbed, amounts received by the infant are small and it has not caused any adverse effects in breastfed infants.

Levobupivacaine: has not ben studied during breastfeeding, but bupivacaine, which is the racemic mixture of levobupivacaine and dextrobupivacaine, has been studied. Bupivacaine levels in breastmilk are low, and it is not orally absorbed, amounts received by the infant are small and it has not caused any adverse effects in breastfed infants. Levobupivacaine is likely to be similar to bupivacaine during breastfeeding.

Prilocaïne: No information is available on the use of prilocaine during breastfeeding. Based on the low excretion of other local anesthetics into breastmilk, a single dose of prilocaine injected during breastfeeding, such as for a dental procedure, is unlikely to adversely affect the breastfed infant. However, an alternate drug may be preferred, especially while nursing a newborn or preterm infant. Topical application of prilocaine to the mother is unlikely to affect her breastfed infant if it is applied away from the breast. Only water-miscible cream or gel products should be applied to the breast because ointments may expose the infant to high levels of mineral paraffins via licking.

Ropivacaine : passes into milk poorly and is not orally absorbed by breastfed infants. Infants appear not to be affected by the small amounts of drug in breastmilk.

Mepivacaine : No information is available on the use of mepivacaine during breastfeeding. Based on the low excretion of other local anesthetics into breastmilk, a single dose of mepivacaine during breastfeeding is unlikely to adversely affect the breastfed infant. However, an alternate drug may be preferred, especially while nursing a newborn or preterm infant.

Benzocaine: Topical benzocaine has not been studied during breastfeeding, but is unlikely to affect her breastfed infant if it is applied away from the breast. Benzocaine should not be applied to the breast or nipple, because the infant may ingest the drug during nursing and it has been associated with severe methemoglobinemia.

Articaine : No information is available on the use of articaine during breastfeeding. Based on the low excretion of other local anesthetics into breastmilk, a single dose of articaine injected during breastfeeding is unlikely to adversely affect the breastfed infant. However, an alternate drug may be preferred, especially while nursing a newborn or preterm infant.

Referenties: 

[1] Malamed SF. Handbook of Local Anesthesia. 5th ed. St Louis: CV Mosby; 2005

[2] Giuliani M, Grossi GB, Pileri M, Lajolo C, Casparrini G., Could local anesthesia while breast-feeding be harmful to infants?, J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2001 Feb;32(2):142-4.

[3] Lebedevs TH, Wojnar-Horton RE, Yapp P, Roberts MJ, Dusci LJ, Hackett LP, Ilett K., Excretion of lignocaine and its metabolite monoethylglycinexylidide in breast milk following its use in a dental procedure. A case report., J Clin Periodontol. 1993 Sep;20(8):606-8.

[4] Cybele ( geraadpleegd 29 maart 2013)

[5] Micromedex  ( geraadpleegd 29 maart 2013)

[6]National Library of Medicine (NLM), National Institutes of Health, Toxicology Data Network, Drugs and Lactation Database (LactMed) (trefwoord local anesthetics, geraadpleegd 29 maart 2013)

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 3 april 2013


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend(e) onderwerp(en): Lokale anesthetica

Expert: 
lucls5261