Skip to Content

wat wordt het best als eerste keuze geneesmiddel gekozen bij een sinusitis?

Pijnstilling met paracetamol of ibuprofen is een belangrijk onderdeel van de behandeling van rhinosinusitis. Fysiologische zoutoplossing, stoominhalatie, decongestiva en lokale warmtepacks kunnen de neusklachten verlichten, zonder evenwel het herstel te versnellen. We verwijzen naar de arts als er aanwijzingen zijn voor een verhoogd risico op een afwijkend beloop. Die zal mogelijk een antibioticakuur voorstellen. Enkel bij chronische vormen zijn corticosteroĆÆden een optie.

Onderstaande richtlijnen zijn afkomstig van de NHG-Standaard Rhinosinusitis (Tweede herziening) van het Nederlands Huisartsengenootschap en werden vergeleken met de aanbevelingen voor Sinusitis Management van Clinical Knowledge Summaries. Beide komen nagenoeg volledig overeen. De onderstaande tekst is grotendeels ontleend aan de NHG-standaard, waarnaar we verwijzen voor verdere lectuur.

Begrippen

Er is sprake van rhinosinusitis wanneer de patiënt zowel klachten of symptomen heeft van de neus (zoals neusloop, verstopte neus, hoesten of niezen) als van de bijholten (zoals aangezichtspijn, frontale hoofdpijn, tandpijn of pijn bij kauwen in de bovenste tanden en/of kiezen, maxillaire of frontale pijn bij bukken). Bij jonge kinderen kunnen naast aanhoudende klachten van de neus ook symptomen als prikkelbaarheid en nachtelijke onrust een uiting zijn van rhinosinusitis.

Van de volwassen patiënten met rhinosinusitis heeft 85% minder klachten tien dagen na het spreekuurbezoek; 60% is dan volledig klachtenvrij. Na zes weken is 90% van de patiënten volledig genezen.

Er is een (verhoogd risico op een ) afwijkend beloop van rhinosinusitis indien

  • een patiënt ernstig ziek is;
  • er andere alarmsymptomen zijn (vb. oedeem of roodheid van de oogleden van één oog, visusstoornissen, neurologische symptomen, suf of apathisch gedrag, slecht drinken bij zuigelingen);
  • de klachten meer dan 2 weken aanhouden of terugkeren na klachtenvrije dagen;
  • meer dan drie klachtenepisoden per jaar;
  • bij een gestoorde afweer.

Complicaties van rhinosinusitis ontstaan door uitbreiding van de infectie naar omliggende structuren of door intracraniële uitbreiding. Deze complicaties zijn echter zeer zeldzaam.

Zelfzorg

Pijnstilling is een belangrijk onderdeel van de behandeling van rhinosinusitis, omdat pijn vaak de belangrijkste oorzaak is van de hinder en het disfunctioneren. Paracetamol is de eerste keus in verband met de goede werkzaamheid en de geringe kans op bijwerkingen. Ibuprofen kan ook.

Stomen kan een positief effect op de neusklachten hebben maar bevordert de snelheid van het herstel waarschijnlijk niet. Van toevoegingen als kamille, zout of menthol is niet aangetoond dat ze een aanvullende waarde hebben; bij kinderen jonger dan 2 jaar is toevoegen van menthol gecontraïndiceerd.  In de aanbevelingen van de Clinical Knowledge Summaries wordt stoominhalatie eerder afgeraden omwille van gevaar voor brandwonden.

Ook toediening van een fysiologische zoutoplossing via neusdruppels of een spray kan de neusklachten verlichten, zonder evenwel het herstel te versnellen.

Decongestiva geven verlichting van de neusklachten, maar de invloed op de pijnklachten en het beloop is onbekend. Xylometazoline-neusdruppels of -neusspray zijn eerste keus, 0,1% voor volwassenen en kinderen vanaf 6 jaar, 0,05% voor kinderen vanaf 2 jaar en 0,025% voor kinderen tot 2 jaar. De duur van de behandeling is een week.

Aanbrengen van warme packs op het aangezicht kunnen lokaal verlichting brengen.

Het is ook belangrijk te zorgen voor voldoende vochtinname en bij vermoeidheid ook voldoende  rust te nemen.

Verwijzing  naar de arts is nodig bij

  • koorts die langer dan 5 dagen aanhoudt (bij jonge kinderen >3 dagen);
  • een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop zoals hoger beschreven (andere alarmsymptomen ...);

Antimicrobiële behandeling

Bij patiënten met een normaal beloop van de klachten is een antimicrobiële behandeling niet geïndiceerd. Het herstel verloopt niet sneller. Antibiotica zijn ook niet effectief in het voorkomen van recidieven, complicaties of een chronisch beloop.

Bij patiënten met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop van de klachten kan de huisarts een antimicrobiële behandeling (doxycycline, amoxicilline) overwegen. Voor deze patiënten is overigens nauwelijks wetenschappelijk onderzoek voorhanden dat uitsluitsel geeft over de effectiviteit van antibiotica, omdat deze groep in de meeste trials geëxcludeerd wordt.

Indien de klachten binnen een week na  afloop van een door de arts voorgeschreven antibioticakuur niet zijn verminderd, of als de koorts niet daalt binnen 48 uur na het starten van een antimicrobiële behandeling, is een nieuw bezoek aan de arts noodzakelijk.

Andere medicatie

Aan patiënten met een (verhoogd risico op een) afwijkend beloop met langdurige of recidiverende klachten, kan op proef een corticosteroïd-neusspray (budesonide, fluticason, mometason)  worden voorgeschreven. De werking zal pas na 3 - 10 dagen intreden. Corticosteroïden dienen in elk geval te worden voorbehouden voor chronische vormen van sinusitis.

Het gebruik van antihistaminica en cromoglicinezuur (lokaal of oraal) en mucolytica wordt niet aanbevolen.

Referenties: 

[1] NHG-Standaard Rhinosinusitis (Tweede herziening) M33   (november 2005), Nederlands Huisartsengenootschap, geraadpleegd op 9 november 2012

[2] Sinusitis - Management, How should I manage a person with acute sinusitis?, Clinical Knowledge Summaries, National Institute for Health and Clinical Excellence, geraadpleegd op 9 november 2012

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 9 november 2012


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerp: Sinusitis

Expert: 
lucls5261