Skip to Content

Hoe werkt nicotinamide bij preventie van zonnenallergie en wat is een goede dosering hiervoor?

Preventie door bescherming tegen zonlicht en aandacht voor de triggers volstaan meestal om zonneallergie in te perken. Orale antihistaminica, corticoïdencrèmes , fototherapie al dan niet in combinatie met psoralenen, antimalariamiddelen en bètacaroteen vormen het gangbaar behandelingsarsenaal. Over het nut van nicotinamide valt nagenoeg niets te lezen. Een enkele gunstige studie van jaren geleden wordt door een andere uit dezelfde tijd tegengesproken. Een recente persoonlijke getuigenis op een internetforum is het zeldzame motief om het misschien toch eens proberen aan een aanvangsdosis van 1g/dag of meer.

Zonneallergie is een immuunrespons op zonlicht. Lichaamseigen bestanddelen in dehuid, die onder invloed van de zon een chemische omzetting ondergaan, zouden als gevolg daarvan plots als lichaamsvreemd worden aanzien en de afweer op gang brengen.  De symptomen verschijnen binnen 20 minuten tot enkele uren na het begin van de blootstelling.  Een jeukende, rode huiduitslag verschijnt op plaatsen, die aan zonlicht werden blootgesteld, de halsstreek vooraan,  de handruggen,  op onderarmen en onderbenen. In meer ernstige gevallen kunnen ook de bedekte huiddelen aangetast worden of is er sprake van netelroos en blaarvorming.

Polymorfe lichteruptie  is de meest verspreide vorm van zonneallergie, maar er bestaan ook andere verwante aandoeningen.  Ook medicatie of huidcontact met planten kunnen de oorzaak zijn. Sommige vormen zijn wellicht erfelijk.

Preventie van symptomen bestaat erin de huid te beschermen door de blootstelling aan zonlicht te beperken, afdekkende kledij te dragen, zonnecrèmes met hoge beschermingsfactor aan te brengen en aandacht te hebben voor de triggers. Soms kunnen deze maatregelen al  volstaan. Bijkomend kan een koelend effect de jeuk doen afnemen door gebruik van koude compressen of een verstuiving van zuiver water op de aangetaste huid.

Orale antihistaminica  en corticoïdencrèmes zijn een volgende stap. Nog een stap verder gaat de  desensibilisatie met fototherapie, eventueel in combinatie met psoralenen (PUVA). Tenslotte horen ook  antimalariamiddelen (hydroxychloroquine) en bètacaroteen tot het mogelijk behandelingsarsenaal, mochten de andere niet volstaan.

Over het algemeen evolueert een zonneallergie gunstig, voornamelijk door de preventieve maatregelen, zeker als de oorzakelijke factor goed is geïdentificeerd en kan worden gemeden.

Over het nut van nicotinamide valt nagenoeg niets te vinden. We moeten terug tot 1986 om een pilootstudie te vinden, waarbij 42 patiënten met polymorfe lichteruptie gedurende 2 weken dagelijks 3g nicotinamide kregen. 25 patiënten (60%) hadden geen symptomen meer, ondanks bewuste blootstelling aan zonlicht. Een studie, 2 jaar later, op 14 patiënten kon dit echter niet bevestigen. Een recent persoonlijk verhaal kunnen we lezen op dit forum van de Universiteit Gent. Daaruit blijkt een persoon zeer goed geholpen te zijn met af en toe een dosis nicotinamide. In de discussie met een ander persooon die blijkbaar geen baat ondervindt, adviseert hij voldoende hoge doses te gebruiken, tot 1 gram per dag (10 tabletten Ucemine PP). Qua bewijskracht stelt dit niets voor, maar zelfs al wordt er maar één persoon geholpen, het blijft een poging waard.

Referenties: 

[1] http://www.mayoclinic.com/health/sun-allergy/DS01178

[2] http://www.intelihealth.com/IH/ihtIH/WSIHW000/9339/25934.html

[3] http://www.patient.co.uk/health/Polymorphic-Light-Eruption.htm

[4] Neumann R, Rappold E, Pohl-Markl H. Treatment of polymorphous light eruption with nicotinamide: a pilot study. Br J Dermatol. Jul 1986;115(1):77-80.

[5] Ortel B, Wechdorn D, Tanew A, Hönigsmann H., Effect of nicotinamide on the phototest reaction in polymorphous light eruption., Br J Dermatol. 1988 May;118(5):669-73.

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 21 januari 2013

Expert: 
lucls5261