Skip to Content

Verhoogt de inname van calciumsupplementen het risico op arteriële calcificatie? En worden gemenopauzeerde vrouwen die gedurende lange tijd calciumsupplementen innemen hierdoor blootgesteld aan een cardiovasculair risico?

Met de huidige stand van de wetenschap is er geen rechtstreeks verband aangetoond tussen inname van calciumsupplementen en een verhoogd cardiovasculair risico.

 

Verdieping stap 1

Door bepaalde stimuli kunnen gladde spiercellen in de intima  van bloedvaten (= cellaag onder het endotheel) evolueren naar beenderachtige cellen. Hoge concentraties aan circulerend calcium zouden dan vasculaire calcificatie in de hand werken. Tot zover de hypothese.
Een aantal feiten gaan niet in de richting van wat hoger verondersteld wordt. Epidemiologisch onderzoek suggereert dat wie meer calcium inneemt minder risico heeft om een hersenthrombose of een hartinfarct te doen. In regio’s met ‘hard’ water (= meer calcium houdend) komen minder cardiovasculaire aandoeningen voor dan in streken met relatief ‘zacht’ water.
 
 
Verdieping stap 2
 
Bolland et al. (2008) gooien de knuppel in het hoenderhok met hun secundaire analyse van een in 2006 gepubliceerde studie (Reid et al. 2006). In deze studie werd nagegaan in hoeverre calciumsupplementen breuken konden voorkomen. Het aantal breuken bij patiënten behandeld met calcium en deze behandeld met placebo verschilde niet significant, alhoewel de botdensiteit wel toenam onder invloed van calcium.
De hierboven studie werd nu herbekeken.
Patiënten: vrouwen in de menopauze, gemiddelde leeftijd 74 jaar (n=1471).
Exclusie: behandeling met bisfosfonaten of andere geneesmiddelen tegen osteoporose. Placebo- en interventiegroep waren bij aanvang van de studie vergelijkbaar qua cardiovasculaire pathologie (hypertensie, angor, lipidenspiegels, diabetes en hartinfarct of hersenthrombose).
Behandeling: 1 gram extra calcium per dag onder de vorm van calciumcitraat of placebo. De studie duurde vijf jaar.
Uitkomsten: om de 6 maanden werden volgende gebeurtenissen nagegaan: overlijden, plotse dood, hartinfarct, angor, retrosternale pijn, hersenthrombose, TIA (transiënte ischemische aanval).
 
Resultaten
Van al deze resultaten was enkel het aantal hartinfarcten significant verhoogd in de calciumgroep: relatief risico = 2,12 (95% betrouwbaarheidsinterval: 1,01-4,47). Het aantal patiënten met een hartinfarct bedroeg 21 voor calcium en 10 voor placebo. Wanneer alle cardiovasculaire accidenten werden bekeken als zogenaamd samengesteld eindpunt, verdween de significantie: relatief rsico = 1,47 (95% betrouwbaarheidsinterval: 0,97-2,23). De Kaplan-Meier curve (= frequentie van het proportioneel aantal hartinfarcten in functie van de tijd) gaf vanaf het derde jaar enig verschil te zien in het voordeel van de placebo.
Het significant verschil in relatief risico tussen calcium- en placebogroep verdwijnt wanneer verificatie via opname in het ziekenhuis in rekening wordt gebracht: relatief risico = 1,21 (95% betrouwbaarheidsinterval: 0,84-1,74).
 
Kritische kanttekeningen
De resultaten van de Bolland studie zijn voor kritiek vatbaar.
  • Het gaat hier over een secundaire analyse. De oorspronkelijke studie was niet opgezet om cardiovasculaire risico’s te meten (inzonderheid het aantal patiënten en de eindpunten moeten vooraf bepaald worden).
  • Het beperkt aantal hartinfarcten in beide groepen kan leiden tot een type-1 fout in de statistiek: we menen een significant resultaat te zien dat eigenlijk aan het toeval of een coïncidentie te wijten is. Voor de berekening van de significantie gebruiken de auteurs trouwens de Fisher’s exact test. Voor een chi²-test liggen de cijfers te laag.
  • In een andere studie stelden Lappe et al. (2006) geen verhoogd risico vast onder invloed van calciumsupplementen, weliswaar ook bij een secundaire analyse. Het ging hier om een populatie die gemiddeld 7 jaar jonger was dan deze in de studie van Bolland et al. (2008). Bovendien lag de frequentie van cardiovasculaire accidenten in de Lappe-studie de helft lager dan deze van de Bolland-studie. Calciumsuppletie werkte eerder beschermend tegen hart- en vaataandoeningen (niet significante tendens).
  • Bolland et al. rapporteren niet over het gebruik van hormonale preparaten.
  • Bolland et al. houden geen rekening met mogelijke geregelde inname van ontstekingswerende middelen (NSAID), geneesmiddelen die over de bestudeerde periode een storende invloed kunnen uitoefenen.
  • Patiënten worden uitgesloten wanneer ze een therapie met bisfosfonaten volgen. Bisfosfonaten hebben mogelijk een beschermende werking tegen mogelijke calcificatie van de bloedvaten.
  • De auteurs geven verschillende boodschappen in de abstract en in de tekst van het artikel (dat verschijnsel komt herhaaldelijk voor, ook in internationaal gerenommeerde tijdschriften!). De tekst van het artikel relativeert meer dan de abstract (cf. de ‘eye catcher’ functie of nieuwswaarde).
  • In hun antwoord op de kritieken stellen de auteurs zelf dat hun studie geen definitief bewijs levert, maar dat er plaats is voor een ruimere meta-analyse van gelijkaardige klinische studies.
Een editoriaal gaat nader in op de zaak. De editorialisten Jones en Winzenberg (2008) openen een interessante discussie over de multifactoriële behandeling van osteoporose, inzonderheid de rol van bisfosfonaten en de wisselwerking tussen deze laatste, vitamine D en calcium. Maar dat is voor een andere vraag in de Q-box.
Referenties: 

 

Bijkomende literatuur
  • Biggs WS. Calcium supplementation. Data were mirepresented. BMJ 2008; 336: 404.
  • Bolland MJ., Barber PA., Doughty RN. et al. Vascular events in healthy older women receiving calcium supplementation: randomized controlled trial. BMJ 2008; 336: 262-266.
  • Jones G., Winzenberg T. Cardiovascular risks of calcium supplements in women. BMJ 2008; 336: 226-227.
  • Lappe JM., Heany RP. Calcium supplementation. Results may not be generalisable. BMJ 2008; 336: 403.
  • Pucetti L. Calcium supplementation. Confounders were ignored. BMJ 2008; 336: 403-404.
  • Ramlackhansingh JN. Calcium supplementation. Some issues on outcomes. BMJ 2008; 336: 403.
  • Reid IR., Mason B., Horne A. et al. Randomized controlled trial of calcium in healthy older women. Am. J. Med. 2006; 119: 777-785.
  • Reid IR., Bolland MJ., Gamble GD., Grey A. Calcium supplementation. Author’s reply. BMJ 2008; 336: 404.

 

Auteur
Prof. apr. G. Laekeman


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerp: Behandeling van osteoporose

Expert: 
elsms0196