Skip to Content

hoe relevant is het gebruik va rode chilipeper (Chiline, waarvoor in dagbladen veel reclame wordt gemaakt)in een afslankingspoging

De toepassing kan in verband worden gebracht met de aanwezigheid van de capsaicinoïd amiden waarvan capsaicine de bekendste en ook belangrijkste vertegenwoordiger is. Het is de toegenomen thermogenese, teweeggebracht door deze verbindingen, die de ondersteunende behandeling van zwaarlijvigheid met capsicumpreparaten motiveert. Dit naast het adrenerge effect op de lypolyse t.h.v. spierweefsel. Er is nl. aangetoond dat een verminderde calorie inname (dieet) resulteert in een verminderd metabole activiteit bij rust en dus verminderd calorieverbruik (en verminderd gewichtsverlies). Een toegenomen thermogenese zou dit compenseren. Uit de geciteeerde studies kan men concluderen dat de waargenomen effecten bij gebruik van capsaicine of capsinoïden duiden op een toegenomen basismetabolisme en vetoxidatie. 

De toepassing kan in verband worden gebracht met de aanwezigheid van de capsaicinoïd amiden waarvan capsaicine de bekendste en ook belangrijkste vertegenwoordiger is in de plant, naast dihydrocapsaicine en nordihydrocapsaicine. Dezelfde componenten zijn tevens verantwoordelijk voor de scherpe/hete smaak.

Bovenstaande activitieit is terug te brengen tot de chemische structuur van de componenten. Ze bezitten nl. een vanilloïd-gedeelte (capsaicine is het vanillamide van 8-methylnon-6-enoic zuur) en vertonen daardoor een duidelijke affiniteit voor de vanilloïd-receptoren, meer specifiek voor de TRPV1-receptor. Deze wordt teruggevonden in de mondholte en is mee verantwoordlijk voor warmteperceptie.

Daarnaast komen deze receptoren echter eveneens voor in andere organen waaronder de darmen. Binding van TRPV1 door capsaicine induceert een sympathische activiteit met als gevolg een activatie van de adrenerge β3-receptor t.h.v. de “bruine vetweefsels”. Dit resulteert in een toegenomen thermogenese (binding van de adrenerge β3-receptor t.h.v de mitochondriën rijke bruine vetcellen leidt via de cascade G-proteïne- cAMP – protein kinase tot een toegenomen lipase-activiteit. De hieruit volgende toename aan vrije vetzuren resulteert in een ontkoppeling van de oxidatieve fosforylering in de mitochondriën met als uiteindelijk resultaat warmteproductie i.p.v. ATP-vorming).

Het is deze toegenomen thermogenese die in verband wordt gebracht met het gebruik van capsicum-preparaten als ondersteunende behandeling van zwaarlijvigheid. Dit naast het adrenerge effect op de lypolyse t.h.v. spierweefsel. Er is nl. aangetoond dat een verminderde calorie inname (dieet) resulteert in een verminderd metabolische activiteit bij rust en dus verminderd calorieverbruik (en verminderd gewichtsverlies). Een toegenomen thermogenese zou dit compenseren.

De scherpe/hete smaak van de capsaicinoïden in de benodigde hoeveelheden vormt hierbij echter een probleem. Naast deze componenten bevatten de planten echter eveneens capsinoïden (capsiaat, dihydrocapsiaat en norhydrocapsiaat). Bij de capsaicinoïden wordt de koppeling tussen de beide eenheden van de verbinding gevormd door een amide-binding, bij de capsinoïden is dit een ether-binding. Het resultaat is dat deze laatste wordt gehydrolyseerd t.h.v. mondslijmvliezen en bijgevolg geen scherpe smaakgewaarwording meer optreedt. T.h.v. de darmen blijven zij echter wel hetzelfde effect veroorzaken als capsaicine. Daarom worden nu meer preparaten gebruikt op basis van de Capsicum CH-19 cultivar (“sweet capsicum”). Deze plant synthetiseert geen significante hoeveelheden capsaicinoïden meer.

Er zijn verschillende studies die bovenvermelde activiteiten bevestigen. Enkel hiervan zijn weergegeven in de volgende tabel.

 

Referentie

Opzet

Resultaat

Ohnuki K. et al., 2001

0,1 g gevriesdroogd Capsicum CH-9/kg versus placebo.
N = 14 (♀ en ♂).

Significant toegenomen basis lichaamstemp. en zuurstofverbruik.

Kawabata F. et al., 2006

0,4 g gevriesdroogd Capsicum CH-9/kg versus placebo.
N = 12 (♂)
Duur: 2 weken.

Significante afname van lichaamsgewicht en vetaccumulatie.
Toegenomen sympathische activiteit.

Lejeune MP et al., 2003

Placebo gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd.
Behandeling: 135 mg capsaicine/dag na beëindigen dieet.
N = 91.
Duur: 3 maanden

Significant hogere vetoxidatie bij capsaicine groep gedurende 3 maanden na beëindigen dieet.
Geen verschil in gewichtstoename.

Snitker S. et al., 2009

Placebo gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd.
N = 40 (♀ en ♂); BMI = 25 -35.
12 weken 6 mg/dag capsinoïden

Gewichtsverlies caps.-groep > placebo maar niet significant.
Abdominaal vetverlies caps.-groep > placebo
(P = 0,049). 
Hogere vetoxidatie bij caps.-groep (P= 0,06).

Inoue N. et al., 2007

Placebo gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd.
N = 44 (♀ en ♂); BMI > 23.
Groep 1: 3 mg capsinoïden/kg
Groep 2: 10 mg capsinoïden/kg
Groep 3: placebo.
Duur: 4 weken.

Significant hoger zuurstofverbruik in groep 2.
Significant verhoogd energieverbruik bij rust in
groep 2.
Significant toegenomen vetoxidatie in groepen 1 en 2.

Galgani JE et al., 2010

Placebo gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd.
N = 78.
Groep 1: 3 mg dihydrocapsiaat/dag.
Groep 2: 9 mg dihydrocapsiaat/dag.
Groep 3: placebo.
Duur: 4 weken.

Licht verhoogd metabolisme in rust.
Geen invloed op vetoxidatie.

Lee TY et al., 2010.

Placebo gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd.
N = 33 (♀ en ♂); BMI = 27 – 35.
Groep 1: 3 mg dihydrocapsiaat/dag.
Groep 2: 9 mg dihydrocapsiaat/dag.
Groep 3: placebo.
Duur: 4 weken.

Significant toegenomen post-prandiaal energieverbruik bij groep 2.

 

Men kan hierbij concluderen dat de waargenomen effecten bij gebruik van capsaicine of capsinoïden duiden op een toegenomen basismetabolisme en vetoxidatie.  

Een interessant bijkomend gegeven is dat capsaicine geen invloed blijkt uit te oefenen op het cardiaal depolarisatie-repolarisatieproces. De waargenomen sympathische activiteit kan nl. theoretisch leiden tot een verlenging hiervan wat kan worden geassocieerd met een verhoogd risico voor hartfalen bij hartpatiënten. Maar dit bleek dus niet het geval (Shin KO et al., 2007).   

Verwijzend naar de producten die worden aangeprijsd dient volledigheidshalve nog te worden opgemerkt dat er verschillende bestaan uit een combinatie met Citrus aurantium - synephrine (adrenerg effect) en/of caffeïne. Rekening houdend met de gecombineerde sympathische werking dient de dosering hierbij te worden gecontroleerd.

Referenties: 

[1] Ohnuki K. et al., 2001. Biosc. Biotech. Biochem. 65(9): 2033-2036.

[2] Kawabata F. et al., 2006. Biosc. Biotech. Biochem. 70(12): 2824 – 2835.

[3] Lejeune MP. et al., 2003. Br. J. Nutr. 90: 651-659.

[4] Snitker S. et al., 2009. Am. J. Clin. Nutr. 89: 45-50.

[5] Inoue N. et al., 2007. Biosc. Biotechnol. Biochem. 71(2): 380-389.

[6] Galgani J. and Ravussin E., 2010. Am. J. Clin. Nutr. 92: 1089-1093.

[7] Lee TY. et al., 2010. Nutr. & Metab. 7: 78.

[8] Shin KO. and Moritani T., 2007. J. Nutr. Sci. Vitaminol. 53: 124-132.

Auteur:
 

Prof. Dr. K. Demeyer
VUB - FAFY
Laarbeeklaan 103,
B-1090 Jette.

Datum laatste actualisatie: 21 augustus 2012

Expert: 
expert