Skip to Content

Gebruik van Proverasiroop bij mannen. Dosering : 1 soepl per dag Wellicht kanker? Borstkanker of kan het ook bij prostaatkanker?

De rationale voor een behandeling met medroxyprogesteronacetaat bij prostaatkanker moet niet worden gezocht in de behandeling van prostaatkanker zelf maar in de behandeling van de bijwerkingen van de antihormonale therapie, om precies te zijn, de behandeling van opvliegers.

Hormonale anti-androgene behandeling van prostaatkanker

De groei en ontwikkeling van de prostaat staan onder controle van androgenen. Ook de meeste risicofactoren voor prostaatkanker houden verband met de activiteit van androgenen. Zo kunnen etnische en familiale risicogroepen gegroepeerd worden via genetische overeenkomsten die tot uiting komen in een verhoogde activiteit van de androgeenreceptor of van de androgeensynthese.  Toch zijn testosteron- en dihydrotestosteronspiegels in het serum niet direct geassocieerd met het risico op prostaatkanker. Dit suggereert een multifactoriële oorzaak van prostaatkanker.

Onder invloed van testosteron neemt prostaatkanker toe.  Door dit hormoon uit te schakelen wordt bij 80% van de patiënten de groei van kankercellen afgeremd en kan de eventuele (bot)pijn worden verlicht. Het uitschakelen van de invloed van testosteron kan gebeuren door chirurgisch ingrijpen  (castratie) of door een androgeensupprimerende behandeling met orale anti-androgenen en/of voornamelijk injecteerbare gonadoreline (LHRH)-agonisten:

  • 5a-reductaseremmers (niet-steroïdale anti-androgenen): bicalutamide (CASODEX®) en flutamide (EULEXIN®). De niet-steroïdale anti-androgenen werken alleen perifeer . Ze remmen de testosteronproductie niet.  
  • het steroïdaal anti-androgeen cyproteron (ANDROCUR®): cyproteron  geeft naast een receptorblokkade ook een remming van de testosteronproductie met verdwijnen van het libido tot gevolg.
  • gonadoreline (LHRH)-agonisten: gosereline (ZOLADEX®),  leuproreline (LUCRIN DEPOT®) geven een reversibele uitschakeling  van androgenen (= chemische castratie) en zijn even doeltreffend als chirurgische castratie (orchiëctomie) in de behandeling van gevorderde prostaatkanker.

Bijwerkingen

In het kader van deze vraag is het nuttig de bijwerkingen van deze producten even op een rij te zetten.

  • Bij cyproteronacetaat zijn er de reeds vermelde zware potentie- en libidostoornissen, gynecomastie, lusteloosheid en vermoeidheid, maagstoornissen, depressie.
  • Bij flutamide:  gynecomastie, verminderd libido, verminderde potentie en -spermatogenese, leverstoornissen, misselijkheid, diarree, stemmingstoornissen (depressie, opvliegendheid) en vermoeidheid. Bij niflutamide wordt ook een verstoring van de licht-donker adaptatie en een disulfiram-effect gemeld.
  • Bij gonadoreline (LHRH)-agonisten: verergering van de symptomen als botpijn en urinewegobstructie bij het therapiebegin, dit door initiële stimulatie van de testosteronproductie. Om deze reden worden de gonadorelinesuperagonisten vrij frequent gecombineerd met een antiandrogeen als flutamide. Verder nervositeit, impotentie en libidoverlies, testis atrofie, gynecomastie, hypertensie, overdadig zweten, warmteopwellingen, hoofdpijn, depressie en irritatie van het neusslijmvlies bij nasale applicatie.

Waarom medroxyprogesteronacetaat?

De rationale voor een behandeling met medroxyprogesteronacetaat moet niet worden gezocht in de behandeling van prostaatkanker zelf, maar in de behandeling van de bijwerkingen van de antihormonale therapie, om precies te zijn, de behandeling van opvliegers (hot flashes).

Als de testosteronproductie wegvalt, kunnen mannen (vb. gezonde 60-plussers) soms last krijgen van opvliegers, alsook van  borstontwikkeling met pijnlijke tepels. Bij een opvlieger krijgt de patiënt het gedurende enkele minuten warm en ontstaan er rode plekken in gezicht en hals. Dit is ongevaarlijk, maar soms wel hinderlijk.

Opvliegers zijn de meest voorkomende klachten van mannen tijdens een androgeensuppressietherapie. Nagenoeg 70% - 80% van de behandelde mannen heeft er last van. Een laag testosteronspiegel is de hoofdschuldige, maar hoe die gereduceerde geslachtshormoonactiviteit het probleem veroorzaakt is niet helemaal duidelijk. Het ziet ernaar uit dat het temperatuurscontrolecentrum in de hypothalamus een vasodilatatie in de huid bewerkstelligt, wat vervolgens  uitmondt in de secretie van koud, klammig zweet dat de lokale temperatuurstijging in de huid moet compenseren.

Aangezien behandeling met testosteron uiteraard tegenaangewezen is, moeten andere middelen gezocht worden om de opvliegers tegen te gaan. Estradiol is effectief maar veroorzaakt bij meer dan 40% zwelling van de borsten. Ook cardiovasculaire nevenwerkingen zijn niet uit te sluiten. Progestagenen, meer bepaald megestrol (MEGACE®) en medroxyprogesteron (PROVERA®), geven tot 80% - 90% reductie van de opvliegers. Bijwerkingen zijn een opgeblazen gevoel en gewichtstoename. Ook andere behandelingen met minder bijwerkingen zijn succesvol gebleken. Selectieve serotonine reuptake inhibitoren zoals paroxetine (SEROXAT®) en het antidepressivum uit de tweede groep, venlafaxine (EFEXOR®) worden goed verdragen. Ook het antiepilepticum gabapentin (NEURONTIN®) blijkt de ernst en frequentie van opvliegers zowel bij mannen als vrouwen met 70 % te doen afnemen.

In een vergelijkende studie [3] met mannen onder androgeensuppressietherapie met gonadoreline (LHRH)-agonisten voor de behandeling van prostaatkanker, worden venlafaxine, cyproteron en medroxyprogesteron  effectief bevonden maar de hormonale behandeling bleken significant beter te werken. Cyproteron onderdrukt de opvliegers dus ook efficiënt, maar is omwille van zijn interfererentie  met de hormonale behandeling bij  prostaatkanker  tegenaangewezen. In hun conclusie stellen de auteurs medroxyprogesteron voor als standaardbehandeling  van opvliegers bij mannen, die een androgeensuppressietherapie ondergaan.

Referenties: 

[1] Farmamozaïek, Prostaatkanker, rationale voor een hormonale behandeling

[2] Anonymous, Hot flashes in men: An update, http://www.health.harvard.edu/newsweek/Hot-flashes-in-men-An-update.htm

[3] Irani J, Salomon L, Oba R, Bouchard P, Mottet N., Efficacy of venlafaxine, medroxyprogesterone acetate, and cyproterone acetate for the treatment of vasomotor hot flushes in men taking gonadotropin-releasing hormone analogues for prostate cancer: a double-blind, randomised trial, Lancet Oncol. 2010 Feb;11(2):147-54. Epub 2009 Dec 4.

[4] Frisk J., Managing hot flushes in men after prostate cancer--a systematic review, Maturitas. 2010 Jan;65(1):15-22. Epub 2009 Dec 4.

Auteur:
Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 12 april 2012


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerpen: Rationale voor een hormonale behandeling, Anti-androgenen, Gonadoreline superagonisten

Expert: 
lucls5261