Skip to Content

Wordt vitamine D uit ampullen die maandelijks genomen worden even sterk opgenomen als de dagelijkse toediening van vitamine D druppels of zuigtabletten? Maw is een dageljikse toediening van vitD beter dan een maandelijkse stootdosis ?

Met uitzondering van een snelle stijging na een éénmalige stootdosis, zijn er geen verschillen in de serumspiegels van 25-hydroxycholecalciferol tussen dagelijkse of maandelijkse toediening van vitamine D-preparaten. Een betere therapietrouw is een argument voor maandelijkse toediening. Er is een tendens naar verhoging van de gangbare doseringen omdat, ongeacht de toedieningsfrequentie, de optimale streefwaarde van 50 nmol/L (20 ng/mL ) 25-hydroxycholecalferol , het criterium voor een goede vitamine D-status, meestal niet bereikt wordt.

Vitamine D wordt beschikbaar gesteld via synthese in de huid onder invloed van zonlicht en via voeding of voedingssupplementen onder vorm van vitamine D2 (plantaardig ergocalciferol) of D3 (dierlijk cholecalciferol). Beide worden in de lever snel omgezet tot 25-hydroxycholecalferol (25(OH)D), dat op zijn beurt in de nier verder wordt geoxideerd tot 1,25-dihydroxycholecalferol (calcipotriol, 1,25(OH2)D). 1,25(OH2)D is de biologisch actieve vorm van vitamine D. Omdat D2 en D3 al snel uit het bloed verdwijnen wordt de vitamine D-status in het lichaam gemeten  door de bepaling van het gehalte aan 25(OH)D in serum. Serumspiegels <30 nmol/L (12 ng/mL) worden als te laag beschouwd en bloedspiegels  >125 nmol/L (50 ng/mL) zijn te hoog. De optimale streefwaarde bevindt zich in de buurt van 50 nmol/L  (20 ng/mL ).

We gaan ervan uit dat bovenstaande vraag betrekking heeft op D3 bevattende middelen zoals D-Cure®, Vista-D3® smelttabletten, vitamine D® Metagenics enz .. . De eenmalige maandelijkse toediening van één hoog gedoseerde ampul D-Cure®  (25000 IE) stemt rekenkundig nagenoeg overeen met een dagelijkse dosis van 10 druppels (800 IE/dag of 24000 IE/30 dagen). Beide preparaten zijn identiek qua samenstelling, de dosis buiten beschouwing gelaten.

Dagelijks of maandelijks? Enkele studies.

Studie 1

65 50-plussers (44% mannelijk) met heupfractuur werd gerandomiseerd en in 3 groepen ingedeeld. Afhankelijk van de groep kreeg elke patiënt ofwel een laaddosis van 0 IU (placebo), 50000 IU of, 100000 IU D2. Vanaf dan kregen alle patiënten dagelijks  1000 IU D3 gedurende 90 dagen. 25(OH)D-spiegels werden bepaald na de laaddosis, na 4 weken en na 3 maanden. Onmiddellijk steeg 25(OH)D in de 100,000 groep, maar er was geen significant verschil tussen placebo, 50000 en 100000 na 4-weken (69.3, 84.5, 75.6 nmol/L, p = 0.15) en 3 maanden (86.7, 84.2, 73.3 nmol/L, p = 0.09). Op het einde van de studie, bereikte nagenoeg 75% van de placebo- en 50000-groepen de gewenste therapeutische bloedspiegel (75 nmol/L), tegenover 44% van de 100000 groep. Als conclusie werd gesteld dat de dagelijkse dosis wellicht naar omhoog moet en dat de aangewende stootdosissen op termijn geen invloed hebben [Papaioannou, 2011 ].

Studie 2

48 vrouwen van gemiddeld  81 ±8 jaar, die een chirurgische ingreep ondergingen na een heupfractuur, werden in 3 groepen ingedeeld. Groep 1 kreeg een dagelijks vit D3-supplement van 1500 IU, groep 2 kreeg 10500 IU per week en groep 3  45000 IU elke 28 dagen.

De aanvangsconcentraties van 25(OH)D in serum bedroegen voor de dag-, week- en maandgroep 15.13 ± 6.9, 15.7 ± 10.1, en 16.2 ± 10.1 ng/ml, respectievelijk. Op dag 7 waren de spiegels significant gestegen in alle groepen (P<0.001). Bij de maandgroep stegen zelfs zowel serum 25(OH)D als 1,25-dihydroxyvitaminD (1,25(OH2)D) (P<0.012 elk), al na dag 1, wat niet geval was na de dag- of weekdosis. De stijging van 1,25(OH2)D was voorbijgaand, werd niet meer waargenomen bij de daaropvolgende dosissen en er was geen hypercalcemie.  Na 2 maanden bedroegen de respectievelijk serumconcentraties van 25(OH)D  voor de dag-, week- en maandgroep 33.2 ± 8.5, 29.2 ± 8.9, en 37.1 ± 10.3 ng/ml . De gevonden waarden verschillen dus niet significant van elkaar.  De onderzoekers besluiten dat vitamine D-supplementatie naar keuze kan gebeuren via dagelijkse,  wekelijkse of maandelijkse toediening. Men kiest daarbij best voor de methode die in de gegeven omstandigheden de beste garantie tot therapietrouw biedt [Ish-Shalom, 2008].

Studie 3

90 gezonde zogende jonge vrouwen en 88 nog kinderloze jonge vrouwen, allen van Arabische of Indische afkomst,  kregen hetzij 2000 IU D2/dag hetzij 60000 IU D2/maand gedurende 3 maanden toegediend. De meesten waren vitamine D deficiënt [25(OH)D< 50 nmol/L] bij aanvang van de studie. De 25(OH)D concentraties waren na 3 maanden significant hoger ten opzichte van de basislijn zowel bij de lacterende vrouwen (39.8 ± 12.4 en 25.2 ± 10.7 nmol/L, respectievelijk) als bij de nullipara (40.4 ± 23.4 en  19.3 ± 12.2 nmol/L, respectievelijk) (P<0.001 voor beide). In totaal was de vitamine D-supplementatie  bij slechts 21 (30%) van de 71 dames, die de studie volbrachten, effectief om de 25(OH)D-concentraties  boven de 50 nmol/L te krijgen (velen vielen af door zwangerschap). Hoewel er in deze studie sprake is van een iets sterkere stijging bij dagelijkse toediening in vergelijking met de maandelijkse,  kan dit volgens de auteurs worden toegeschreven aan het tijdstip van staalname dat in het geval van de maanddosis mogelijks niet voldoende representatief was voor alle tussentijdse serumwaarden. Globaal luidt ook hier de conclusie dat het weinig uitmaakt [Saadi , 2007].

Besluit

Uit voorgaande blijkt dat verschillen in opname en efficiëntie geen argumenten zijn om voorkeur te geven aan dagelijkse dan wel maandelijkse toediening van vitamine D-preparaten. Nog andere publicaties formuleren gelijkaardige conclusies [Binkley, 2007; Byrne , 1995]. Een betere therapietrouw is het enige argument voor maandelijkse toediening.

Zelfs een toediening van 100000 IU vitamine D, eenmaal om de 4 maanden gedurende 5 jaren (15 dosissen in totaal) doet de kans op fracturen met 22% dalen tegenover placebo bij 2686 65-plussers (2037 mannen, 649 vrouwen)   [Trivedi, 2003].

In alle studierapporten wordt wel de bezorgdheid uitgedrukt dat de gangbare doseringen voor vit D wellicht onvoldoende zijn om een blijvende optimale concentratie aan 25(OH)D te handhaven, ongeacht de toedieningsfrequentie. Een stootdosis van 500000 IU, gevolgd door een maandelijkse  onderhoudsdosis van 50000 IU wordt als oplossing voorgesteld. De bloedspiegel bereikt snel de gewenste waarde en behoudt die. Zonder de stootdosis wordt hetzelfde resultaat bereikt, maar pas na een drietal maanden  [Bacon, 2009].

Wat de opname betreft is het misschien nog nuttig te vermelden dat uit metingen van serum 25(OH)D is gebleken dat  vit D efficiënter wordt opgenomen met een vetrijke maaltijd dan met een vetarme maaltijd [Raimundo, 2011].

Referenties: 

[1] A. Papaioannou, C.C. Kennedy, L. Giangregorio, G. Ioannidis, J. Pritchard, D. A Hanley, L. Farrauto, J. DeBeer and J.D. Adachi, A randomized controlled trial of vitamin D dosing strategies after acute hip fracture: No advantage of loading doses over daily supplementation, BMC Musculoskeletal Disorders 2011, 12:135

[2] Ish-Shalom S, Segal E, Salganik T, Raz B, Bromberg IL, Vieth R.J, Comparison of daily, weekly, and monthly vitamin D3 in ethanol dosing protocols for two months in elderly hip fracture patients, Clin Endocrinol Metab. 2008 Sep;93(9):3430-5. Epub 2008 Jun 10.

[3] Saadi HF, Dawodu A, Afandi BO, Zayed R, Benedict S, Nagelkerke N., Efficacy of daily and monthly high-dose calciferol in vitamin D-deficient nulliparous and lactating women, Am J Clin Nutr. 2007 Jun;85(6):1565-71.

[4] N. Binkley, D. Gemar, R. Ramamurthy, J. Engelke, D. Krueger, M.K. Drezner, Daily versus Monthly Oral Vitamin D2 and D3: Effect on serum 25(OH)D concentration, Poster Presentations at the ASBMR 29th Annual Meeting Honolulu, HI September 16-20, 2007

[5] Bacon CJ, Gamble GD, Horne AM, Scott MA, Reid IR., High-dose oral vitamin D3 supplementation in the elderly, Osteoporos Int. 2009 Aug;20(8):1407-15. Epub 2008 Dec 20.

[6] F. V. Raimundo, G.A. Moreira Faulhaber, P. K. Menegatti, L. da Silva Marques, and T. Weber Furlanetto, Effect of High- versus Low-Fat Meal on Serum 25-Hydroxyvitamin D Levels after a Single Oral Dose of Vitamin D: A Single-Blind, Parallel, Randomized Trial, Int J Endocrinol. 2011; 2011: 809069.

[7] Byrne PM, Freaney R, McKenna MJ., Vitamin D supplementation in the elderly: review of safety and effectiveness of different regimes, Calcif Tissue Int. 1995 Jun;56(6):518-20.

[8] D.P. Trivedi, R. Doll, K.T. Khaw, Effect of four monthly oral vitamin D3 (cholecalciferol) supplementation on fractures and mortality in men and women living in the community: randomised double blind controlled trial, BMJ, 2003;326:469

Auteur:

Luc Leyssens

Datum laatste actualisatie: 21/02/2012


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerp: Vitamine D

Expert: 
lucls5261