Skip to Content

Hoever is het gebruik van fludrocortisone-acetaat 50 microgram veilig ter behnadeling van hypotensie ? Zijn er leeftijdsbeperkingen, beperkingen in de tijd ?

(Orthostatische) hypotensie is een therapeutische indicatie voor fludrocortisone acetaat. Een dosis van 50 µg komt overeen met de gemiddelde hoeveelheid hydrocortisone die we per dag maken. Dosisverhoging om de 5 tot 7 dagen kan, op geleide van het therapeutisch effect. Voor kinderen (geen leeftijd vermeld) varieert de dosis van 50 tot 200 µg per dag in geval van bijnierschorsinsufficiëntie. Voor dosisaanpassingen geldt dezelfde regel als voor volwassenen. Naarmate de dosis hoger ligt, worden glucocorticoïde bijwerkingen meer waarschijnlijk. Gebruik van zoethoutextract is het proberen waard als alternatief (zie verdieping 2).

Verdieping stap 1: fludrocortisone acetaat

Fludrocortisone acetaat is niet als monopreparaat gecommercialiseerd in België. Het werd wel verwerkt in de Panotile® oordruppels. Fludrocortisone acetaat heeft een mineralocorticoïd effect dat op gewichtsbasis 400 maal sterker is dan dat van hydrocortison, het natuurlijk corticoïde gesynthetiseerd in de bijniercortex. Hiermee catalogiseren we deze substantie als sterk mineralocoricoïd en als matig sterk glucocorticoïd (Anonymus 2010).

Dat patroon maakt van fludrocortisone acetaat een minder geschikte kandidaat voor systemisch gebruik of voor inhalatie. We kunnen het wel gebruiken bij (orthostatische) hypotensie. Het eventueel therapeutisch effect berust op retentie van zout en water, met toename van het circulerend volume. De toegepaste dosis bedraagt 100 µg per dag. De dosis kan eventueel met 100 µg per 5 tot 7 dagen worden verhoogd op geleide van het therapeutisch effect. Soms wordt aangeraden 1 g extra NaCl in te nemen om de doeltreffendheid te verhogen. Dosisverhoging kan tot maximum 1 mg per dag (Anonymus 2010; Lanier et al. 2011).

Na-retentie treedt mogelijks sterk op in het begin van de behandeling, met K-verlies als gevolg. Eventueel moet dat effect gecompenseerd worden door toedienen van extra kalium (Anonymus 2010).

Verdieping stap 2: zoethout

Zoethoutwortel (Glycyrrhiza glabra)  was meer dan 30 jaar geleden op de markt in België onder de vorm van geconcentreerde extracten. Het werd gebruikt bij maag- en darmulcera. Omwille van mineralocorticoïde bijwerkingen werden de preparaten van de markt gehaald. Ondertussen hadden cimetidine en ranitidine perspectief geopend, later gevolgd door de protonpompinhibitoren.

We metaboliseren het actieve cortisol tot het niet actieve hydrocortisone via het 11-beta-hydroxysteroid dehydrogenase. Glycchyretinezuur behoort tot de triterpeen saponinen. Het heeft structurele gelijkenis met cortisol en inhibeert het 11-beta-hydroxysteroid dehydrogenase. Daardoor heeft het een indirecte corticosteroïde activiteit (Ma et al. 2011).

Figuur 1: omzetting van cortisol naar hydrocortisone via het 11-beta-hydroxysteroid dehydrogenase.

Het is bekend dat maandenlang gebruik van zoethout onder de vorm van hoge hoeveelheden geconcentreerde extracten de bloeddruk kan verhogen. Het is niet moeilijk casuïstiek in de literatuur terug te vinden (Leitolf et al. 2010; Breidthardt et al. 2006; Isaia et al. 2008; Richard CL & Jurgens TM, 2005).

Figuur 2: formule van glycchyretinezuur.

Matig doseren van zoethoutextracten biedt eventueel therapeutische mogelijkheden via een beheersbare beïnvloeding van de Na-huishouding. Maar wat betekent matig doseren? In één publicatie vinden we mogelijke aanknopingspunten. Wanneer 20 gezonde vrijwilligers gedurende 7 dagen een equivalent van 500 mg glycchyretinezuur innemen, stijgt de systolische bloeddruk significant. De bloeddruk werd niet beïnvloed door inname van 180 mmol Na per dag gedurende dezelfde periode (overeenkomend met ongeveer 10,5 g NaCl) (Ferrari et al. 2001).
Dat gegeven moeten we nu nog proberen te vertalen in de praktijk. Extracten van zoethout wortel gestandaardiseerd op 4% glycchyretinezuur zouden bijvoorbeeld aan een dosis van 12,5 g per dag. Eten van zoethoutdrop is een andere oplossing, op voorwaarde dat we het gehalte aan glycchyretinezuur kennen. Dat laatste is niet evident.

Referenties: 

[1] Anonymus. Informatorium Medicamentorum. KNMP, Den Haag 2010 pp. 508-509.

[2] Breidthard T, Namdar M, Hess B. A hypertensive urgency induced by the continuous intake of a herbal remedy containing licorice. J. Hum. Hypertension 2006; 20: 465-466.

[3] Ferrari P, Sansonnens A, Dick B, Frey FJ. In vivo 11-beta-HSD-2 activity: variability, salt sensitivity and effect of licorice. Hypertension 2001; 38: 1330-1336.

[4] Isaia GC, Pellissetto C, Ravazolli M, Tamone C. Acute adrenal crisis and hypercalcemia in a patient assuming high liquorice doses. Minerva Med. 2008; 99: 91-94.

[5] Lanier JB, Mote MB, Clay EC. Evaluation and management of orthostatic hypotension. Am. Fam. Physician 2011; 84: 527-536.

[6] Leitolf H, Dixit KC, Higham CE, Brabant G. Licorice – or more? Exp. Clin. Endocrinol. Diabetes 2010; 118: 250-253.

[7] Ma X, Lian QQ, Dong Q, Ge RS. Environmental inhibitors of 11-beta-hydroxysteroid dehydrogenase. Toxicology 2011; 285: 83-89.

[8] Richard CL, Jurgens TM. Effects of natural health products on blood pressure. Ann.Pharmacother. 2005; 39: 712-720.

Auteur:
Gert Laekeman

Datum laatste actualisatie: 29 april 2012


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: De 9alfa-fluorgroep , Glycyrrhiza preparaten

Expert: 
gela0007