Skip to Content

Mag colchicine in chronische therapie toegediend worden? (reeds jarenlang voorgeschreven door reumatoloog!)

Aan een profylactische therapie met allopurinol of probenecid kan in de startfase een NSAID, colchicine of een glucocorticoïd toegevoegd worden. Bij wie dit moet gebeuren en hoe lang, staat echter ter discussie. Let wel: - Profylactische toediening van colchicine in monotherapie is niet zinvol, omdat de urinezuurneerslag of weefselbeschadiging er niet door beïnvloed wordt. - Langdurige therapie met colchicine gaat gepaard met een groter risico van ernstige ongewenste effecten (zoals beenmergdepressie en perifere neuritis).

Verdieping

 Jicht is een verzamelnaam voor aandoeningen die het gevolg zijn van de vorming en neerslag van urinezuurkristallen. Bij acute jicht is er sprake van een acuut optredende en zeer pijnlijke gewrichtsontsteking. De meest typische lokalisatie is het basisgewricht van de grote teen.

Bij de behandeling van een acute jichtaanval krijgen NSAID’s in hoge doses de voorkeur (omwille van hun snelle werking), tenzij bij patiënten met een hoog risico van ernstige ongewenste effecten. Bij contra-indicatie of intolerantie voor NSAID’s zijn colchicine en glucocorticoïden mogelijke alternatieven. Colchicine werkt ontstekingsremmend en heeft geen onmiddellijk analgetisch effect. Bij de meeste patiënten die colchicine nemen, treedt diarree op vóór de pijnverlichting.
 
Bij patiënten met herhaaldelijk recidiverende jicht ondanks niet-medicamenteuze maatregelen (=alcohol en purinerijk voedsel vermijden) en bij patiënten met complicaties, wordt medicamenteuze profylaxe met allopurinol of probenecid voorgesteld. Sommigen pleiten hierbij voor een systematische toevoeging van anti-inflammatoire middelen (NSAID’s, colchicine of glucocorticoïden) aan deze profylactische behandeling met allopurinol of probenecid. Anderen stellen voor om deze toevoeging alleen te overwegen bij patiënten met ernstige en uitgebreide symptomen. De optimale duur van toediening ligt niet vast. De adviezen zijn sterk uiteenlopend: van 1 maand tot 12 maanden, of de therapie voortzetten tot het serumurinezuur 3 tot 6 maanden genormaliseerd is en de patiënt al die tijd geen jichtaanval gehad heeft.
 
Onderzoek naar het nut van colchicine in lage dosis als anti-inflammatoir geneesmiddel in aanvulling op profylaxe is beperkt. Een gerandomiseerde studie (38 mannen, 6 maanden behandeling) toont een verdere reductie in het aantal nieuwe jichtaanvallen bij toevoeging van colchicine (3 maal 0,5 mg per dag) aan probenecid (500 mg per dag). Een andere kleine studie bij 43 patiënten vindt een verminderde incidentie van jichtaanvallen bij toevoeging van colchicine 2x 0,6 mg per dag aan de profylactische behandeling met allopurinol. Colchicine verminderde de proportie patiënten met nieuwe jichtaanvallen na 6 maanden. De ernst van de aanvallen was ook verminderd, maar niet de duur. Meer patiënten hadden diarree met colchicine.
 
Profylactische toediening van colchicine in monotherapie is niet zinvol, omdat de urinezuurneerslag of weefselbeschadiging er niet door beïnvloed wordt.
Langdurige therapie met colchicine gaat gepaard met een groter risico van ernstige ongewenste effecten (zoals beenmergdepressie en perifere neuritis). 

Referenties

 Transparantiefiche ‘Aanpak van jicht’ (juni 2008, BCFI). Te consulteren via:

 

 

Referenties: 

Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgend onderwerp: Colchicine

Expert: 
expert