Skip to Content

Wat is de reden dat prostaglandine-analogen (bimatoprost, latanoprost, travopost) in oogdruppels 's avonds moeten toegediend worden?

Prostglandine-analogen bereiken hun maximaal drukverlagend effect ter hoogte van het oog 12u na toediening. Aangezien de intra oculaire druk gedurende de nacht en in de vroege ochtend het hoogst is, adviseren we een avondtoediening.

Verdieping

1. Wat zijn prostaglandine-analogen en glaucoom

Prostaglandine-analogen worden in de oftalmologie gebruikt bij de behandeling van (chronisch) open-hoek glaucoom [1]. Glaucoom is een chronisch progressieve oogziekte waarbij de oogzenuw wordt aangetast. De belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van glaucoom is verhoogde intra oculaire druk (IOP) [2]. Een verhoogde IOP ontstaat als het evenwicht tussen aanmaak en afvoer van kamerwater is verstoord. Prostaglandine-agonisten verlagen de intraoculaire druk door bevordering van de uveosclerale afvoer van kamerwater en kunnen de IOP met circa 30% verlagen [1-3].  

2. Wat is gekend over de toediening van prostaglandine-analogen

De intra-oculaire druk (IOP) blijkt het hoogst te zijn gedurende de nacht en in de vroege ochtend [4]. Als we de kinetische gegevens van de prostglandine-analogen bekijken (zie tabel 1), zien we dat ze hun maximale effect uitoefenen na ongeveer 12u, wat betekent dat een avondtoediening zal leiden tot een maximale daling van de IOP gedurende de nacht en in de vroege ochtend. Meerdere gerandomiseerde, parallelle studies hebben inderdaad aangetoond dat een avondtoediening superieur is aan een ochtendtoediening, m.a.w. een significantere daling in IOP veroorzaakt [5-7]. Echter, één studie, die de overschakeling van een avondtoediening naar een ochtendtoediening bestudeerde, zag geen significant verschil. De auteurs suggereren dat een avondtoediening aanleiding zou gegeven hebben tot een lagere therapietrouw en zo het effect van de medicatie heeft doen afnemen [8]. Dat het toedienen van oogdruppels ‘s avonds een oorzaak kan zijn van slechte therapietrouw werd reeds eerder bevestigd in onderzoek [9,10].

Tabel 1: Farmacokinetische en farmacodynamische gegevens van prostaglandine-analogen(2)

 

Start werking

Maximaal effect

Werkingsduur

Bimatoprost (Lumigan®)

< 2 u

Na 12 u

24 u

Latanoprost (Xalatan®)

3-4 u

Na 8 à 12 u

24 u

Tavoprost (Travatan®)

4 u

Na 8 à 12 u

24 u

3. Besluit

Aangezien het maximale effect van prostaglandine-analogen na ongeveer 12u optreedt en de IOP het hoogst is in de vroege morgen, is het belangrijk een avondinname te adviseren bij afgifte van deze geneesmiddelen. Bovendien is het aan te raden ook het belang van therapietrouw en juiste toedieningswijze bij deze middelen te onderstrepen.

Referenties: 

[1]: BCFI via www.bcfi.be, geraadpleegd op 18/11/11

[2]: Farmacotherapeutisch kompas via www.fk.cvz.nl, geraadpleegd op 18/11/11

[3]: Delphicare via http://www.delphicare.be, geraadpleegd op 18/11/11

[4]: Ranjay Chakraborty, Scott A. Read, Michael J. Collins. Diurnal Variations in Axial Length, Choroidal Thickness, Intraocular Pressure, and Ocular Biometrics. Investigative Ophthalmology & Visual Science. 2011: (52) 8

[5]: Konstas AGP, Mikropoulos D, Kaltsos K, et al. 24-hour intraocular pressure control obtained with evening- versus morning-dosed travoprost in primary open-angle glaucoma. Ophthalmology 2006: (113) 446-50

[6]: Alm A, Stjernschantz J, Scandinavian Latanoprost Study Group. Effects on intraocular pressure and side effects of 0.005% latanoprost applied once daily, evening or morning: a comparison with timolol. Ophthalmology 1995: (102) 1743-52

[7]: Konstas AG, Nakos E, Tersis I, et al. A comparison of once-daily morning vs evening dosing of concomitant latanoprost/timolol. Am J Ophthalmol 2002: (133) 753-7

[8]: David B. Yana, Robert A. Battistab, Anna-Bettina Haidichc and Anastasios G. P. Konstas. Comparison of morning versus evening dosing and 24-h post-dose efficacy of travoprost compared with latanoprost in patients with open-angle glaucoma. Current medical research and opinion 2008: (24) 11

[9]: Taylor SA, Galbraith SM, Mills RP. Causes of non-compliance with drug regimens in glaucoma patients: a qualitative study. J Ocul Pharmacol Ther 2002: (18) 401-9

[10]: Norell, S. E. Monitoring compliance with pilocarpine therapy. Am. J. Ophthalmol. 1981: (92) 727-731

Auteurs:

Apr. Eline Tommelein
Prof. Dr. Apr. Koen Boussery

Eenheid voor Farmaceutische Zorg
Faculteit Farmaceutische Wetenschappen
Universiteit Gent

Datum laatste actualisatie: 21/11/2011 


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: Antiglaucoommiddelen, Kamerwater en glaucoom

Expert: 
koeby2662