Skip to Content

is het gebruik van primperan en motilium igv borstkanker, zowel bij man als vrouw, veilig?

Een heel duidelijk verband tussen hyperprolactinemie en de groei van borsttumoren is tot op heden niet aangetoond. Diverse studies wijzen echter op een mogelijke invloed van prolactineremming op het tegenhouden van de celinductie in geval van bepaalde borstkankercellen. Het is aangewezen de behandeling van misselijkheid bij borstkankerpatiënten over te laten aan de behandelende specialist. Hij is op de hoogte van de kankertypologie van de patiënt en dus het best geplaatst om uit te maken in welke mate de patiënt al dan niet kan blootgesteld worden aan prolactineverhogende medicatie.

Analyse van de vraag

De vraagstelling berust op de verhoging van prolactine serumwaarden (hyperprolactinemie) na gebruik van gastroprokinetica zoals metoclopramide en domperidone. In de bijsluiter van Primperan (metoclopramide) vinden we het volgende terug ‘Hyperprolactinemie geïnduceerd door de toediening van PRIMPERAN kan de prognose van een bestaande borstkanker verergeren, zonder dat er een duidelijk verband bekend is. Toediening van Primperan moet dus met de nodige omzichtigheid gebeuren in dergelijke situaties (1).’ De bijsluiter van Motilium (domperidone) geeft deze waarschuwing niet (2).

Prolactine en hyperprolactinemie

Prolactine is een hormoon dat o.a. wordt geproduceerd in de hypofyse, maar ook in ander weefsel zoals borsten, gedeeltes van het zenuwstelsel en het immuunsysteem. De productie van prolactine in de hypofyse wordt gereguleerd door de hypothalamus. Thyrotropin Releasing Hormone (TRH) stimuleert de prolactineproductie terwijl dopamine deze productie tegengaat. De prolactineproductie wordt eveneens verhoogd onder invloed van stress.

Prolactine heeft vele effecten in het lichaam:

  • Het stimuleert de borsten om melk te produceren. Dit gebeurt al in de zwangerschap maar de hoge gehaltes aan progesteron tijdens de zwangerschap gaan de productie van melk dan nog tegen. Zodra de baby geboren is en het progesteronniveau sterk daalt kan borstvoeding worden gegeven.
  • De belangrijkste rol van prolactine is die op het immuunsysteem. Het verhoogt de productie van T-cellen en NK-cellen (Natural Killer).
  • Prolactine stimuleert ook de proliferatie van voorstoffen van de oligodendrocyte cellen. Dit zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor de myelinevorming rond de axonen in het centrale zenuwstelsel.
  • Prolactine verlaagt het sekshormoon oestrogeen bij de vrouw en dat van testosteron bij mannen. Een hoog prolactineniveau wordt daarom verantwoordelijk gehouden voor impotentie en het verlies van libido. Dopamine kan dit echter weer tegengaan (3,4).

Hyperprolactinemie is een term waarmee een constant hoog prolactineniveau wordt aangegeven. Het kan leiden tot:

  • Verminderd libido, impotentie en onvruchtbaarheid
  • Vermoeidheid
  • Ontregelde menstruatie of amenorroe
  • Verminderd lichaamshaar
  • Galactorrhea  (borstmelkproductie niet gerelateerd aan geboorte) (3,4).

 

Hyperprolactinemie en borstkanker

Een hoog prolactinegehalte wordt ook in verband gebracht met borstkanker. In het bijzonder wanneer progesteron en/of oestrogeen niet meer in ritme geproduceerd worden (bijvoorbeeld bij perimenopauze).

In de jaren ’70 werden er reeds enkele studies gepubliceerd die een relatie tussen prolactine en borstkanker suggereerden. Echter, de relatie was vooral gebaseerd op onderzoek bij knaagdieren. Een eenduidig besluit rond de invloed van prolactine op borstkankergroei bij de mens trok men niet, aangezien er grote verschillen zijn tussen humane en knaagdier borsttumoren voor wat betreft de aard van de kankercellen alsook het groeipatroon ervan. Toch wordt in deze studies een mogelijke invloed van prolactine niet geheel ontkend en wordt er vooral gewezen op een eventuele  bijdrage van prolactineremmers  in het behandelingsproces van bepaalde borsttumoren (5,6).

Boermeester en Butzelaar beschrijven de betrokkenheid van de geslachtshormonen bij het ontstaan en het beloop van borstkanker. Ze verwijzen hierbij naar volgende argumenten: menarche op jonge leeftijd, nullipariteit (nooit zwanger zijn), zwangerschap of menopauze op late leeftijd zijn risicofactoren voor het ontstaan van een borstcarcinoom. Daarenboven hebben patiënten met een oestrogeenreceptor(ER)-positieve tumor een betere prognose, (voornamelijk door de respons op hormonale behandeling) en verbetert een antioestrogeentherapie, bijvoorbeeld met tamoxifen, de 5-jaarsoverleving van patiënten met een borsttumor, zowel bij ER-positieve als bij ER-negatieve tumoren (let wel, dit effect is duidelijk minder bij patiënten met ER-negatieve tumoren). Echter, ook zij besluiten dat de rol van prolactine minder duidelijk is (4).

Een recentere publicatie uit de UK wijst op de mogelijk rol van prolactine in het verweersysteem van kankercellen tegen apoptose (natuurlijke celdood). In de aanwezigheid van prolactine neutraliserende antilichamen stelden de onderzoekers vast dat de apoptose van de kankercellen geïnduceerd werd. Ook zij zien vooral een opportuniteit voor prolactineremmers in de mogelijke behandeling van bepaalde borstkankers en stellen dat het rechtstreekse verband van prolactinesecretie op de ontwikkeling van borstkankers tot op heden niet helemaal duidelijk is (7).

In concreto

Een heel duidelijk verband tussen hyperprolactinemie en de groei van borsttumoren is tot op heden niet aangetoond. Toch wijzen diverse studies op een mogelijke invloed van prolactineremming op het tegenhouden van de celinductie in geval van bepaalde borstkankercellen.

Uit wat voorafging is het aangewezen de behandeling van misselijkheid bij borstkankerpatiënten over te laten aan de behandelende specialist. Hij is op de hoogte van de kankertypologie van de patiënt en dus het best geplaatst om uit te maken in welke mate de patiënt al dan niet kan blootgesteld worden aan prolactineverhogende medicatie.

Referenties: 
  • (1) Productinformatie Primperan - www.FAGG.be
  • (2) Productinformatie Motilium - www.FAGG.be
  • (3) Anonymus. www.circadian.nl. Prolactine balans
  • (4) Boermeester  M.A. en Butzelaar R.M. Interactie tussen mammacarcinoom, psychosociale stress en immuunrespons. Ned Tijdschr Geneeskd 1999 17 april;143(16): 838-842.
  • (5) Welsch CW. Prolactin and the development and progression of early neoplastic mammary gland lesions. Cancer Res. 1978 Nov;38 (11 Pt 2):4054-8.
  • (6) Smithline F, Sherman L, Kolodny D. Prolactin and breast carcinoma. N. Engl J Med. 1975 Apr 10;292(15):784-92.
  • (7) Perks C.M. et al. Prolactin acts as a potent survival factor for human breast cancer cell lines. British Journal of Cancer 2004; 91: 305–311. doi:10.1038/sj.bjc.6601947 www.bjcancer.com.

Auteur
Lies Leemans

Datum laatste actualisatie: 25 oktober 2011


Uw basiskennis opfrissen met Farmamozaïek?

Zie volgende onderwerpen: Gastroprokinetica, Borstkanker

Expert: 
liels4316