Skip to Content

Polymedicatie en huiderupties

Het is moeilijk te achterhalen met de beschikbare informatie van waar de klachten komen. Bijkomende informatie is nodig zoals onder andere: - Recentelijk wijzigingen in medicatie. - Lokale jeuk of verspreid voorkomend. - Indicatie van de corticosteroidetherapie. - Andere veranderingen in levensstijl: voeding, waspoeder, omgeving, …

Wanneer er recentelijk iets gewijzigd is aan de medicatie van de patiënt, kan mogelijk de nieuw opgestarte specialiteit de oorzaak zijn van de jeuk. Jeuk, te wijten aan allergie, is immers een bijwerking die optreedt bij de eerste inname van de desbetreffende medicatie.

Verschillende bronnen vermelden voor Burinex®, Aldactone®, Uni-Diamicron®, Creon®, Emconcor® jeuk, huiduitslag, erytheem en urticaria, als minder frequent voorkomende bijwerkingen. De kans op het optreden van deze neveneffecten is echter gering, maar kan zeker niet buiten beschouwing worden gelaten. Indien de jeuk eerder lokaal optreedt, kan eerder gedacht worden aan contactallergie aan bijvoorbeeld parfum, wolvet, nikkel,…. Hierin kan de corticosteroïdentherapie een belangrijke rol spelen,. Het is namelijk zo dat, door de ontstane huidatrofie, er makkelijker sensibilisatie aan allerhande substanties kan optreden. Jeuk verspreid over het hele lichaam kan eerder toe te schrijven zijn aan allergie aan één van bovenstaande specialiteiten.

Klassiek worden corticosteroïden topisch aangewend omwille van hun anti-inflammatoire, antiproliferatieve en jeukstillende eigenschappen bij inflammatoire huidaandoeningen zoals eczeem of psoriasis. Mogelijk is deze therapie niet voldoende efficiënt en heeft de patiënt daardoor nog steeds last van jeuk. Aangezien de patiënt kampt met huidatrofie is het raadzaam de corticosteroïdentherapie te herbekijken en deze slechts met tussenpozen toe te passen zodat de huidatrofie wordt vermeden en wanneer mogelijk de therapie te stoppen.

De corticoïdetherapie kan zelf een lokale allergische contactdermatitis uitlokken door allergie aan corticosteroïden of aan het vehiculum van de crème. Door deze therapie te staken kan eenvoudig nagegaan worden of deze jeuk verdwijnt na het stopzetten van de behandeling.

Gliclazide (Uni-Diamicron®) en in zeldzame gevallen ook bumetanide (Burinex®) kunnen eventueel aanleiding geven tot fotosensibilisatie. Samen met de dunnere huid door corticosteroïden kan dit problemen vormen.

Referenties: 

Bijkomende literatuur

  • www.bcfi.be
  • Medicines Complete – Martindale – e-databank 2010
  • Samenvattingen van de kenmerken van de produkten (SKPs) van Exacyl®: www.fagg.be
  • Delphi Care
  • Commentaren Medicatiebewaking 2011

Auteur

Prof. Sophie Sarre
VUB

Datum laatste actualisatie:

1 februari 2011

Expert: 
sopse2321